• FR
  • NL
  • EN

Belasting op tweede verblijven aan de kust: een discriminerende gemeentelijke vermogensbelasting?

De belasting op tweede verblijven ingevoerd door sommige gemeenten aan de kust heeft veel en blijft nog steeds onderwerp van talrijke betwistingen.

In principe heeft deze belasting tot doel te compenseren dat eigenaars van een tweede verblijf genieten van gemeentelijke diensten zonder lokale belastingen op het inkomen te betalen in de gemeente.

Deze rechtvaardiging hield echter geen stand in gemeenten zoals Knokke-Heist of Koksijde, waar er geen aanvullende gemeentebelastingen op de personenbelasting zijn en waar kan worden aangevoerd dat de belasting op tweede verblijven in deze gemeenten discriminerend en bijgevolg onwettig is.

De betrokken gemeenten hebben daarom gezocht naar een andere rechtvaardiging om hun belasting te handhaven. Zo vermeldt de preambule van het belastingreglement van de gemeente Knokke-Heist van 28 november 2019 dat « de belasting op tweede verblijven in de eerste plaats een forfaitaire vermogensbelasting is, die wordt toegepast op het gebruik van een luxe goed, ongeacht het inkomen van de belastingplichtige » (vrije vertaling).

Bij een arrest van 2 mei 2023 had het Gerechtshof Gent deze rechtvaardiging verworpen; het arrest van het Gerechtshof Gent werd echter vernietigd door een recent arrest van 15 januari 2026 van het Hof van Cassatie (Rol nr. F.23.0106.N) en de zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Antwerpen, met het motief dat:

« Door aldus te oordelen, terwijl het niet onredelijk is te veronderstellen dat een onroerend goed waarvoor geen inschrijving is in het bevolkingsregister gewoonlijk een tweede onroerend goed in eigendom betreft en dat belastingplichtigen dus in de regel personen met voldoende middelen zijn, vereist het hof van beroep van de [Gemeente] het bewijs van vaststellingen en feiten die de rechtvaardiging van de belasting ondersteunen, namelijk dat elke belastingplichtige een persoon met voldoende middelen is, en motiveert het zijn beslissing in recht niet » (vrije vertaling)

Ik heb persoonlijk wat moeite met dit arrest en, meer bepaald, met het overweging van het Hof volgens welke degene die een tweede verblijf heeft in Knokke-Heist "in de regel" beschikt over voldoende middelen, waarvan volgens de redenering van het Hof de inwoners van Knokke die daarvan zijn vrijgesteld, dus niet zouden beschikken. Ter illustratie nemen we twee opzettelijk extreme gevallen:

  • Aan de ene kant de tweedeverblijfhouder die heeft gespaard om een kleine studio in het centrum van Heist te kopen, ter waarde van minder dan 200.000 EUR; en
  • Aan de andere kant de miljardair inwoner van de gemeente die woonachtig is in zijn villa van 30 miljoen euro aan de rand van de golf van Het Zoute.

De eerste is belast met een belasting die voor hem misschien een niet te verwaarlozen last vormt naast de onroerende voorheffing, de gemeenschapskosten, enz.; de tweede is dat niet, terwijl de belasting in kwestie minder bedraagt dan een uur vliegen met zijn privéhelikopter...

Anders dan de onroerende voorheffing (NB: die ook een vermogensbelasting is), is de betreffende belasting (810 EUR in 2025) forfaitair, ongeacht de grootte of waarde van het goed. Net zoals het Gerechtshof Gent had beslist en omdat deze belasting gebaseerd is op een veronderstelde financiële draagkracht voortvloeiend uit uitsluitend het niet ingeschreven zijn in het gemeentelijk bevolkingsregister, lijkt mij deze belasting, die nu wordt gepresenteerd als een vermogensbelasting, nog steeds even discriminerend.

Mots clés