• FR
  • NL
  • EN

Belgisch erfgoed: fotografische kunst niet verwarren met karikatuur!

Het Wealth Report 2026 bevestigt een beeld dat opvalt: de rijkste 5% van de Belgische gezinnen bezit 44% van het nettovermogen, terwijl de onderste helft slechts 5,5% deelt. Het beeld spreekt van een schrijnende ongelijkheid. Geplaatst in de Europese context, schetst het echter een land met een vermogens-Gini-coëfficiënt van 68%, aanzienlijk egalitairder dan de eurozone met 72%. Voordat men de fiscale hefboom omlegt, moet men de cijfers correct lezen – voor wat ze zijn én wat ze niet zijn.


De spiegel en het decor

Cijfers hebben hun ruwe gewicht. Mediaanvermogen van 286.250 euro, top 20% die 74% van de rijkdom concentreert, top 5% die 44% in handen heeft, onderste helft die 5,5% deelt: de foto is helder, bijna beschuldigend. Op dit beeld wordt sinds enkele jaren een groeiend deel van het fiscale debat gebouwd – belasting op meerwaarden van financiële activa, verdubbeling van de jaarlijkse belasting op effectenrekeningen, het terugkerende idee van een 'rijkdomsbegroting'. Allen putten hun legitimiteit uit een beeld dat een verondersteld onevenwicht onthult.

Maar een foto is geen portret. En een portret veronderstelt dat men het onderwerp vanuit verschillende hoeken bekijkt, het in zijn context plaatst en aandacht schenkt aan wat het kader uitsluit.


Wanneer de foto karikatuur wordt

Geplaatst in het Europese geheel krijgt de “ongelijke België een iets ander gezicht. De Belgische vermogens-Gini-coëfficiënt van huishoudens bedraagt 68% eind 2024, tegenover 72% voor de eurozone als geheel. Het mediane nettovermogen bedraagt 291.641 euro volgens de Nationale Bank, bijna het dubbele van de mediaan in de eurozone (152.480 euro). Wat het inkomensongelijkheid betreft, behoort de Belgische Gini-index – 24,6 op 100 – tot de laagste in de Europese Unie, binnen de beperkte groep van Noordse landen.

Met andere woorden: België is geen ongelijk land vergeleken met zijn Europese evenknieën. De rijkdom is er breder verspreid dan elders, en het beschikbare inkomen wordt gelijker verdeeld dan in bijna alle grote Europese economieën. De karikatuur die hierover in het publieke debat wordt geschetst, houdt geen stand zodra men de hoek vanwaar men kijkt wijzigt.


De baksteen: echte rijkdom, transactiewaarde

Het andere blinde punt heeft betrekking op de aard van deze “rijkdom”. 73% van het vermogen bestaat uit reële activa, en de eigen woning alleen vertegenwoordigt 51% van alle activa. Drie op de vier gezinnen zijn eigenaar van hun woning. Het Belgische vermogen is in de eerste plaats een dak boven het hoofd – dat men bewoont, doorgeeft en waaruit men geen lopend inkomen haalt.

Deze rijkdom is transactiewaarde voor het genot. Ze manifesteert zich pas wanneer het goed wordt verkocht – voor de meerderheid dus eigenlijk nooit. De mediane waarde van een gezinswoning is het afgelopen jaar met 8,3% gestegen, tot 325.000 euro. Het huishouden dat daar woont, heeft in zijn lopende rekeningen geen euro aan die meerwaarde ontvangen of besteed: het is in een Excel-sheet verrijkt, niet in zijn koelkast.

Sinds men deze waarde meet op basis van de waardering van een gebruiksgoed, vertelt de schijnbare concentratie iets anders dan een maatschappelijk onevenwicht: de druk op de vastgoedmarkt, de stijgende kost van eigenaarschap en het gewicht van latente meerwaarden in balansen die zich niet vertalen in inkomen of consumptie.


De rekensom van de vertekeningen

Daarom verdienen deze ruwe cijfers aandacht voordat men tot hervorming overgaat. Wanneer de wetgever rijkdom belast, raakt hij zelden het landhuis; hij treft vooral het gezin dat er woont. Wanneer hij de meerwaardebelasting uitbreidt, treft hij de spaarder die zijn pensioen voorbereidt eerder dan de belegger die structurele arbitrage toepast. Wanneer hij vergeet dat een mediane waardering het koopkracht van de bewoners niet verhoogt, veroorzaakt hij soms het tegenovergestelde van wat hij nastreeft.

De uitdaging is niet het verdedigen van de status quo, noch het verwerpen van elke herverdeling. Het is aan de beleidsmakers te vragen om een nauwgezette omgang met de data: de vertekeningen eruit halen alvorens de hefboom te bedienen, het onderscheid maken tussen foto en karikatuur, meten wat transactierijkdom is en wat genotrijke rijkdom. Zonder deze discipline leiden hervormingen – soms ten koste van de minstbedeelden, soms van de rijken – tot een terugtrekking die niemand ten goede komt.


Voordat men gelijkmaakt, begrijpen

Het Wealth Report 2026 heeft een zeldzame verdienste: het dwingt ons om wat we denken te weten te confronteren met internationale vergelijkingen en de economische aard van de aangehouden activa. Het herinnert eraan dat een boekhoudkundige ongelijkheid op zich geen ongelijkheid in welzijn is. En dat een natie waar de middenklasse eigenaar is van een woning een ander soort land is dan een natie waar men huurt.

Het fiscale debat dat opengaat verdient beter dan holle slogans op foto’s die uit hun context worden gerukt. Het verdient cijfers die volledig worden gelezen, genuanceerde interpretaties. Voordat men gelijkmaakt, begrijpen. Voordat men hervormt, recht in het gezicht kijken.


Deze opinie werd ook gepubliceerd in La Libre Eco

🇫🇷 Version française (mention légale – traduction par IA)

Afin de faciliter l’accès au contenu de cet article, une version traduite a été mise à disposition au moyen d’un outil d’intelligence artificielle. La Fondation décline toute responsabilité quant à la qualité, à l’exactitude et à l’exhaustivité de cette traduction automatique, notamment en ce qui concerne l’emploi de terminologies techniques, juridiques ou fiscales spécifiques.

L'article original a été rédigé en Français. En cas de divergence d’interprétation, seule la version originale fait foi.

Mots clés

Articles recommandés

Politiek en Economie
De expert aan het woord
F.F.F.

ECB verhoogt de rente

Gepubliceerd op 20 Jun 2026 bij 04:00
Lezen 3min