
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 05/01/2026 de Circulaire 2026/C/4 over flexi-jobs.
Commentaar op de art. 19 tot 21 van de wet houdende diverse bepalingen van 18.12.2025.
Inhoudstafel
V. Gecoördineerde tekst van het WIB 92
1. De bezoldigingen betaald of toegekend in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst zijn op fiscaal vlak in beginsel vrijgesteld op voorwaarde dat zij daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage die de werkgever op sociaal vlak verschuldigd is op het flexiloon en flexivakantiegeld (1).
(1) Art. 38, § 1, eerste lid, 29°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (hierna WIB 92).
Voor de bezoldigingen voor flexi-jobs die worden toegekend voor prestaties vanaf 01.01.2024 bedraagt die bijzondere bijdrage 28 % (2) (3).
(2) Art. 38, § 3sexdecies, van de wet van 29.06.1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, zoals gewijzigd door art. 181, a) en 194, van de programmawet van 22.12.2023 (BS 29.12.2023, Numac: 2023048600).
(3) Voor meer informatie over flexi-jobs op het vlak van sociale zekerheid, wordt verwezen naar de website https://www.socialsecurity.be > Onderneming > Thema’s > Flexi-jobs.
2. Vanaf aanslagjaar 2025 is de fiscale vrijstelling voor de bezoldigingen uit een flexi-job die is uitgeoefend door een niet-gepensioneerde begrensd. Deze begrenzing werd besproken in de circulaire 2024/C/41 van 07.06.2024.
3. De wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen wijzigt vanaf inkomstenjaar 2025 het in art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92 vermelde grensbedrag en voorziet in de indexering ervan (4).
(4) Art. 19 t.e.m. 21 van de wet houdende diverse bepalingen van 18.12.2025 (BS 30.12.2025, Numac: 2025009647) (hierna W 18.12.2025).
Deze circulaire bespreekt die wijzigingen.
4. De bezoldigingen betaald of toegekend in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst zijn op fiscaal vlak in beginsel vrijgesteld op voorwaarde dat zij daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 28 % die de werkgever op sociaal vlak verschuldigd is op het flexiloon en flexivakantiegeld.
5. Voor aanslagjaar 2025 is de fiscale vrijstelling beperkt tot 12.000 euro per belastbaar tijdperk, wanneer de werknemer geen gepensioneerde (5) (6) is. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd in overeenstemming met art. 178, § 5, 1°, WIB 92 (7).
(5) Als bedoeld in art. 3, 7°, van de wet van 16.11.2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken (BS 26.11.2015, Numac: 2015205102) (hierna W 16.11.2015).
(6) Zie randnummers 10 en 11 van de circulaire 2024/C/41 van 07.06.2024 voor meer informatie omtrent de hoedanigheid van een 'gepensioneerde'.
(7) Art. 178, § 5, WIB 92 somt op welke bedragen (in afwijking van paragraaf 1) niet worden geïndexeerd. Vóór de W 18.12.2025 waren de bezoldigingen betaald of toegekend in uitvoering van een flexi-jobarbeidsovereenkomst (art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92) in deze paragraaf 5 opgenomen.
6. Vanaf inkomstenjaar 2025 wordt het in art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92 vermelde grensbedrag van de vrijstelling van bezoldigingen uit een flexi-job die wordt uitgeoefend door niet-gepensioneerden gewijzigd naar 8.955 euro per belastbaar tijdperk (8).
(8) Art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92, zoals het werd gewijzigd door art. 19, W 18.12.2025.
7. Dit nieuw grensbedrag zal vanaf inkomstenjaar 2025 jaarlijks worden geïndexeerd in overeenstemming met art. 178, § 1, WIB 92. Het geïndexeerd bedrag voor inkomstenjaar 2025 bedraagt 18.000 euro.
8. Dit grensbedrag wordt enkel geprorateerd wanneer het belastbaar tijdperk om een andere reden dan overlijden niet overeenstemt met een volledig kalenderjaar (9). Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de flexi-jobwerknemer (rijksinwoner) tijdens het kalenderjaar verhuist naar het buitenland en vanaf dan wordt aangemerkt als niet-rijksinwoner.
(9) Art. 129/1, WIB 92.
9. Omtrent de modaliteiten en principes van de begrenzing van de fiscale vrijstelling van bezoldigingen uit een flexi-job wordt mutatis mutandis verwezen naar de circulaire 2024/C/41 van 07.06.2024.
10. De voor vrijstelling in aanmerking komende bezoldigingen moeten worden vermeld op de fiche 281.10. Hierbij moet een onderscheid gemaakt worden tussen de bezoldigingen uit een flexi-job die wordt uitgeoefend door een 'niet-gepensioneerde' en een 'gepensioneerde'. Voor die laatste geldt immers geen begrenzing van de fiscale vrijstelling.
11. Wanneer eenzelfde werkgever aan een niet-gepensioneerde flexi-jobwerknemer meer dan 8.955 euro (te indexeren bedrag) (10) bezoldigingen (11) betaalt, dan is het belastbare gedeelte dat het grensbedrag overschrijdt, onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing en moet het belastbare gedeelte als bezoldiging worden vermeld onder de code 250 op de fiche 281.10 van de betrokken flexi-jobwerknemer (12).
(10) Geïndexeerd bedrag voor het inkomstenjaar 2025: 18.000 euro.
(11) Bezoldigingen die daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage die op sociaal vlak verschuldigd is.
(12) Wanneer er voor het inkomstenjaar 2025 bedrijfsvoorheffing werd ingehouden omdat de bezoldigingen uit een flexi-job het oude grensbedrag (12.000 euro) overschreden, wordt die bedrijfsvoorheffing volgens de huidige regels met de belasting verrekend.
Voorbeeld
Een niet-gepensioneerde flexi-jobwerknemer oefent een flexi-job uit bij één werkgever. Hij ontvangt van die werkgever in 2025 21.000 euro bezoldigingen die daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 28 %.
3.000 euro kan niet fiscaal worden vrijgesteld omdat het geïndexeerd grensbedrag van 18.000 euro voor het inkomstenjaarjaar 2025 is overschreden. Die 3.000 euro is belastbaar als normale bezoldiging tegen het progressief tarief. Dit bedrag is onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing en de werkgever moet dit als bezoldiging vermelden onder de code 250 op de fiche 281.10.
12. Wanneer een niet-gepensioneerde flexi-jobwerknemer een flexi-job uitoefent bij meerdere werkgevers, dan is het mogelijk dat de individuele werkgevers de grens van 8.955 euro (te indexeren bedrag) (13) niet overschrijden, maar dat de totaliteit van de bezoldigingen die daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage die op sociaal vlak verschuldigd is, wel hoger ligt dan het geïndexeerd grensbedrag.
(13) Geïndexeerd bedrag voor het inkomstenjaar 2025: 18.000 euro.
Voorbeeld
Een niet-gepensioneerde flexi-jobwerknemer ontvangt in 2025 volgende bezoldigingen die daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 28 %:
- van werkgever A: 8.000 euro
- van werkgever B: 7.000 euro
- van werkgever C: 6.000 euro.
Elke individuele werkgever blijft onder het geïndexeerd grensbedrag van 18.000 euro voor inkomstenjaar 2025.
De individuele werkgevers hebben geen kennis van de betalingen door de andere werkgevers. Zij kunnen hiermee dus geen rekening houden bij de beoordeling van de eventuele overschrijding van het geïndexeerd grensbedrag van 18.000 euro.
Bij de berekening van de verschuldigde belasting zal echter rekening worden gehouden met alle tijdens het belastbaar tijdperk verkregen bezoldigingen die daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 28 % (21.000 euro).
In dit geval zal 3.000 euro worden belast als gewone bezoldiging tegen de progressieve tarieven.
De belastingplichtige zal die berekening niet zelf moeten maken en zal dit ook niet zelf moeten aangeven. Dit zal aan de hand van de gegevens van de fiche 281.10 geautomatiseerd gebeuren bij de berekening van de verschuldigde belasting.
13. De art. 19 en 20 van de wet houdende diverse bepalingen treden in werking vanaf inkomstenjaar 2025 (14).
(14) Art. 21, W 18.12.2025.
- Art. 19 t.e.m. 21 van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025, Numac: 2025009647).
- Art. 38, § 1, eerste lid, 29° en 178, § 5, 1°, WIB 92.
14. De wijzigingen zijn aangeduid in het vet.
Art. 38, § 1, eerste lid, 29°, WIB 92
29° de bezoldigingen betaald of toegekend in uitvoering van de flexi-jobarbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 3, 4°, van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken voor prestaties door in artikel 2, § 1, eerste tot vijfde lid, van de voormelde wet bedoelde werknemers, op voorwaarde dat deze daadwerkelijk zijn onderworpen aan de bijzondere bijdrage van 28 % bepaald in artikel 38, § 3sexdecies, van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers. Wanneer de werknemer geen gepensioneerde is als bedoeld in artikel 3, 7°, van de voormelde wet van 16 november 2015, geldt deze vrijstelling evenwel slechts ten belope van 8.955 euro per belastbaar tijdperk
Art. 178, § 5, 1°, WIB 92
§ 5. In afwijking van paragraaf 1, worden de volgende bedragen niet geïndexeerd:
1° de in artikel 38/1 vermelde bedragen
Interne ref.: 745.766