
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde publiceerde op 17/04/2026 de Circulaire 2026/C/54 betreffende het verlaagd btw-tarief van 6 % voor de levering van warmte via warmtenetten.
Het is gebleken dat er onduidelijkheid bestaat nopens het toepasselijk btw-tarief in het geval van levering van warmte via warmtenetten.
Om deze problematiek te verduidelijken heeft de administratie een bepaling in de circulaire 2022/C/48 herwerkt. Daarnaast wordt een standpunt gepubliceerd met betrekking tot een vereniging van mede-eigenaars.
Punt 3.2.4. wordt vervangen als volgt:
Punt 22 van de vernieuwde bijlage III van de richtlijn 2006/112/EG laat de lidstaten toe een verlaagd btw-tarief toe te passen op de: 'levering van elektriciteit, stadsverwarming en stadskoeling, en biogassen die worden geproduceerd uit in bijlage IX, deel A, bij richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad vermelde grondstoffen'.
Het btw-tarief van 6 % is dus toepasbaar op hetgeen in voornoemde Europese regelgeving onder het begrip 'stadsverwarming' valt.
Artikel 2, punt 19, van de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11.12.2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, geeft een indicatie van hetgeen dient te worden verstaan onder 'stadsverwarming': de distributie van thermische energie in de vorm van stoom, warm water (…) vanuit centrale of decentrale productiebronnen via een netwerk dat verbonden is met meerdere gebouwen of locaties, voor het verwarmen (…) van ruimten of processen.
Enkel de levering van warmte via een warmtenet kan onderworpen zijn aan het btw-tarief van 6 %. Een warmtenet veronderstelt een geheel van onderling verbonden leidingen en de daarmee verbonden hulpmiddelen die noodzakelijk zijn voor stadsverwarming.
Het gaat dus om de distributie van thermische energie in de vorm van stoom of warm water vanuit een centrale of decentrale productie-installatie via een netwerk dat verbonden is met minstens 2 gebouwen of locaties, voor het verwarmen van ruimten. De administratie gaat ervan uit dat die installatie wordt beoogd indien ze overeenkomstig de toepasselijke gewestelijke wetgeving (1) wordt beschouwd als een warmtenet waarbij
- het warmtenet, gesitueerd in het Vlaams Gewest aangemeld is bij de VREG (Vlaamse Regulator van de Elektriciteit- en Gasmarkt)
- in verband met het warmtenet, gesitueerd in het Waals Gewest, een vergunning van het departement Energie van de Waalse Overheidsdienst Ruimtelijke Ordening, Huisvesting, Erfgoed en Energie werd verstrekt aan de exploitant of leverancier
- in verband met het warmtenet, gesitueerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt voldaan aan de jaarlijkse verplichting van rapportering van bepaalde gegevens bij Leefmilieu Brussel.
(1) - Regelgeving in het Vlaams gewest: het Decreet houdende algemene bepalingen betreffende het energiebeleid of 'het Energiedecreet' van 08.05.2009 en het Besluit van de Vlaamse Regering houdende algemene bepalingen over het energiebeleid of 'het Energiebesluit' van 19.11.2010.
- Regelgeving in het Waals Gewest: het Decreet betreffende de organisatie van de thermische-energiemarkt en de thermische energienetten van 15.10.2020 en het Besluit van de Waalse Regering tot uitvoering van het decreet van 15.10.2020 betreffende de organisatie van de thermische-energiemarkt en de thermische energienetten van 07.07.2022.
- Regelgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Ordonnantie betreffende de organisatie van de thermische energienetten en het meten van het verbruik van thermische energie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 06.05.2021.
Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de aard van de warmtebron: zonnethermie, geothermie, aquathermie, restwarmte enz.
Het komt voor dat een exploitant van een thermische installatie die meerdere gebouwen voorziet van warmte via een warmtenet in de zin van voornoemde rubriek XIV, deze warmte levert aan een vereniging van mede-eigenaars (VME) van een appartementsgebouw.
De levering van warmte via een warmtenetwerk door een warmteleverancier aan een andere persoon dan een natuurlijk persoon die geen ondernemingsnummer heeft meegedeeld, is op basis van de bepalingen van voornoemde rubriek XIV onderworpen aan het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt. Aangezien de levering van warmte via warmtenetten niet onderworpen is aan de accijnswetgeving is het onderscheid tussen zakelijk of niet-zakelijk gebruik zoals dat bepalend is voor het toepasselijk tarief op de levering van elektriciteit en aardgas voor verwarming eigenlijk niet relevant.
De VME als rechtspersoon komt bijgevolg principieel niet in aanmerking als beoogde afnemer voor de toepassing van het verlaagd btw-tarief.
Rekening houdend met de doelstelling van deze tarifaire regeling heeft de minister van Financiën evenwel beslist het verlaagd btw-tarief te aanvaarden voor leveringen van warmte via een warmtenet aan een VME in het kader van een globaal contract wanneer de VME uitdrukkelijk heeft meegedeeld aan de leverancier dat het gaat om een contract voor levering van warmte via een warmtenet voor overwegend residentieel gebruik door afnemers-natuurlijke personen (z. antwoord op de Parlementaire Vraag nr. 584 van 21.10.2025 van de heer Oskar Seuntjens).
De beheerder van het gebouw zal het bedrag van het globale verbruik (btw-inclusief) vervolgens aanrekenen aan de individuele gebruikers (z. aanschrijving nr. 13 van 20.09.1995).
Hetzelfde principe geldt overigens ook voor het warmteleveringscontract dat de VME sluit met de warmteleverancier voor het verbruik van warmte via warmtenetten in de gemeenschappelijke delen van het gebouw (zoals, hall, gangen, trappen).
Deze ministeriële toegeving geldt vanaf 26.11.2025, zijnde de datum van publicatie van het antwoord op de voormelde Parlementaire Vraag in het Bulletin van vragen en antwoorden nr. 32.
Interne ref.: 140.195/3