• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/8 over de opheffing en wijziging van bepaalde federale belastingvoordelen.

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 06/01/2026 de Circulaire 2026/C/8 over de opheffing en wijziging van bepaalde federale belastingvoordelen.

Opheffing van bepaalde federale belastingverminderingen en de vrijstelling voor de tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan.

Wijziging van het tarief van de belastingvermindering voor giften vanaf het aanslagjaar 2026.

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Commentaar

1. Belastingvermindering voor de minderwaarden op aandelen van een private privak geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de private privak

2. Belastingvermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig

3. Belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds

4. Belastingvermindering voor bezoldigingen voor een huisbediende

5. Belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure

6. Belastingvermindering voor premies voor een rechtsbijstandsverzekering

7. Belastingvermindering voor uitgaven verricht voor de plaatsing van een laadstation

8. Vrijstelling van tussenkomsten van de werkgever in de aankoopprijs die door de werknemer wordt betaald voor een nieuwe pc

9. Vermindering van het tarief van de belastingvermindering voor giften

III. Wettelijke bepalingen

I. Inleiding

1. In het kader van de vereenvoudiging van de belastingaangifte heft de federale regering vanaf het aanslagjaar 2026 de volgende belastingverminderingen op:

- belastingvermindering voor de minderwaarden op aandelen van een private privak geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de private privak

- belastingvermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig

- belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds

- belastingvermindering voor bezoldigingen voor een huisbediende

- belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure

- belastingvermindering voor premies voor een rechtsbijstandsverzekering

- belastingvermindering voor de uitgaven verricht voor de plaatsing van een laadstation.

2. In het kader van de vereenvoudiging van de belastingaangifte wordt daarnaast de vrijstelling voor de tussenkomst van de werkgever in het kader van een PC-privé-plan opgeheven. Deze opheffing heeft betrekking op de tussenkomsten die vanaf 01.10.2025 worden gedaan.

3. Ten slotte verlaagt de regering het tarief van de belastingvermindering voor giften vanaf het aanslagjaar 2026.

II. Commentaar

1. Belastingvermindering voor de minderwaarden op aandelen van een private privak geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de private privak

4. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14526/1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de minderwaarden op aandelen van een vanaf 1 januari 2018 opgerichte private privak als bedoeld in artikel 298 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders die de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk heeft geleden naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van die private privaks.

De geleden minderwaarde is gelijk aan het positieve verschil tussen, enerzijds, het kapitaal dat door de belastingplichtige op de aandelen van de private privak werd volgestort en, anderzijds, de naar aanleiding van de gehele verdeling van het maatschappelijk vermogen van de private privak door de belastingplichtige ontvangen bedragen, verhoogd met de door de belastingplichtige vanwege de private privak voorheen ontvangen dividenden.

De belastingvermindering is niet van toepassing op de minderwaarden geleden op aandelen waarvoor een belastingvermindering als vermeld in artikel 14526 of 14527 werd verleend en evenmin op minderwaarden die het resultaat zijn van een gedeeltelijke verdeling van het maatschappelijk vermogen.

§ 2. De in paragraaf 1 bedoelde minderwaarden komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 25.000 euro per belastbaar tijdperk. Dit bedrag wordt niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178.

De belastingvermindering is gelijk aan 25 % van de in aanmerking te nemen minderwaarden.

§ 3. De Koning bepaalt de wijze waarop het bewijs wordt geleverd dat de minderwaarden voldoen aan de in paragraaf 1 vermelde voorwaarden.

5. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (1).

(1) Art. 63 en 90, vierde lid van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 Numac: 2025009647) (hierna W 18.12.2025).

Vanaf aanslagjaar 2026 moeten de betrokken private privaks dus geen attesten meer opstellen in dat verband.

2. Belastingvermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van een elektrisch voertuig

6. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14528, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die werkelijk zijn betaald gedurende het belastbaar tijdperk met het oog op de verwerving in nieuwe staat van een personenauto, een auto voor dubbel gebruik of een minibus of een motorfiets, driewieler of vierwieler zoals omschreven in de reglementering inzake inschrijving van motorvoertuigen op voorwaarde dat:

a) ze uitsluitend worden aangedreven door een elektrische motor;

b) ze geschikt zijn voor het vervoer van tenminste twee personen;

c) voor de besturing ervan het bezit van een Belgisch rijbewijs geldig voor voertuigen van categorie A of B of een gelijkwaardig Europees of buitenlands rijbewijs vereist is.

De belastingvermindering is niet van toepassing op de uitgaven die in aanmerking komen voor de toepassing van de korting op factuur bedoeld in artikel 147 van de programmawet van 27 april 2007 zoals het bestond voor het is opgeheven door artikel 70 van de wet van 28 december 2011.

De belastingvermindering is gelijk aan 15 % van de aanschaffingswaarde bij de aankoop van een motorfiets, een driewieler of een vierwieler met een maximum van:

- 3.280 euro (basisbedrag) in geval van aanschaffing van een vierwieler;

- 2.000 euro (basisbedrag) in geval van aanschaffing van een motorfiets of een driewieler.

Voor de uitgaven betaald in de jaren 2010 tot 2012, is de belastingvermindering gelijk aan 30 % van de aanschaffingswaarde met een maximum van 6.500 euro (basisbedrag) bij de aankoop van een uitsluitend door een elektrische motor aangedreven personenwagen, wagen dubbel gebruik of minibus.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

§ 2. De Koning bepaalt de toepassingsmodaliteiten van de belastingvermindering, evenals de wijze waarop het bewijs wordt geleverd dat het voertuig voldoet aan de hiervoor vermelde voorwaarden.

§ 3. De belastingvermindering bedoeld in paragraaf 1 is niet van toepassing indien de belastingplichtige (…) een mobiliteitsbudget ontvangt in toepassing van de wet van 17 maart 2019 betreffende de invoering van een mobiliteitsbudget, tijdens hetzelfde belastbaar tijdperk.

7. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (2).

(2) Art. 64 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

Hoewel de belastingvermindering voor de uitgaven met het oog op de verwerving van elektrische personenwagens, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen door de W 18.12.2025 formeel wordt opgeheven vanaf aanslagjaar 2026, is deze belastingvermindering in de praktijk al niet meer van toepassing op de uitgaven die zijn betaald vanaf 2013. Art. 14528, § 1, vierde lid, WIB 92 voorzag immers dat voor die voertuigen enkel de in de jaren 2010 tot 2012 betaalde uitgaven in aanmerking kwamen.

De belastingvermindering die in de praktijk nog mogelijk was had dus enkel betrekking op de uitgaven voor de verwerving van een nieuwe elektrische motorfiets, driewieler of vierwieler die voldeed aan de vereiste voorwaarden.

3. Belastingvermindering voor uitgaven voor een ontwikkelingsfonds

8. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14532, WIB 92, werd vóór de wetswijziging als volgt geformuleerd:

§ 1. In geval van inschrijving op aandelen op naam van een erkend ontwikkelingsfonds zoals bedoeld in de wet van 1 juni 2008 houdende de invoering van een belastingvermindering voor aandelen in ontwikkelingsfondsen voor microfinanciering in ontwikkelingslanden en houdende de vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning als ontwikkelingsfonds wordt een belastingvermindering verleend voor de sommen die tijdens het belastbare tijdperk zijn gestort voor de verwerving ervan.

De gestorte sommen moeten echter minimaal 250 euro (basisbedrag) bedragen.

De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden en modaliteiten:

1° de aandelen moeten, behalve bij overlijden, gedurende ten minste 60 maanden ononderbroken in het bezit blijven van de inschrijver;

2° bij vervreemding binnen de periode van 60 maanden heeft de nieuwe bezitter geen recht op de belastingvermindering;

3° bij overlijden van de inschrijver blijft de voorheen verkregen belastingvermindering behouden;

4° de inschrijver legt tot staving van zijn aangifte in de personenbelasting het in paragraaf 3 bedoelde document over.

De belastingvermindering is gelijk aan 5 % van de werkelijk gedane betalingen, met een maximum van 210 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk.

Elke echtgenoot heeft recht op de vermindering, indien de aandelen op zijn/haar persoonlijke naam zijn uitgegeven.

§ 2. Wanneer de in paragraaf 1, tweede lid, 1°, bedoelde voorwaarde niet is nageleefd in een van de jaren volgend op het jaar van storting, omdat de inschrijver de aandelen heeft vervreemd binnen 60 maanden na de verwerving ervan, wordt de totale belasting met betrekking tot de inkomsten van dat jaar vermeerderd met een bedrag dat gelijk is aan zoveel maal één zestigste van de overeenkomstig paragraaf 1 werkelijk verkregen belastingvermindering, als er volle maanden overblijven tot het einde van de periode van 60 maanden.

§ 3. Elk erkend ontwikkelingsfonds stelt jaarlijks, vóór 31 maart van het aanslagjaar, een document op en zendt een exemplaar aan de inschrijver en een ander aan de aanslagdienst waarvan hij afhangt met daarin:

- voor het jaar van verwerving: de bedragen die recht geven op de vermindering en het bedrag van de toe te passen vermindering, alsmede de bevestiging dat de aandelen op 31 december van het betreffende jaar nog steeds in het bezit zijn van de inschrijver;

- voor het jaar van overlijden van de inschrijver: het bedrag dat aan de rechtverkrijgenden is uitgekeerd;

- voor het jaar waarin de termijn van 60 maanden verstrijkt: naargelang het geval, de bevestiging dat de aandelen ofwel in het bezit zijn gebleven van de inschrijver tot het einde van de termijn, ofwel zijn vervreemd vóór het verstrijken van de termijn met opgave van de nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering;

- voor het jaar van vervreemding: wanneer deze gebeurt in de loop van een jaar dat het verstrijken van de termijn van 60 maanden voorafgaat het aantal nog niet verlopen maanden die in aanmerking komen voor de berekening van de terugname van de vermindering.

9. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (3). De eerste paragraaf van art. 14532, WIB 92 werd omwille daarvan opgeheven.

(3) Art. 65, 1° en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

10. De belastingvermindering kon dus voor de laatste keer worden verleend voor aanslagjaar 2025.

De (gedeeltelijke) terugname van de genoten belastingvermindering blijft, gelet op de houdtermijn van de aandelen van (minimaal) 60 ononderbroken maanden, echter nog steeds mogelijk tot en met aanslagjaar 2030 (4).

(4) Art. 65, 2° en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

De erkende ontwikkelingsfondsen moeten dus jaarlijks de documenten blijven afleveren zoals bedoeld in art. 14532, § 3, WIB 92, in het kader van het behoud van de belastingvermindering - ook na de opheffing van art. 14532, § 1, WIB 92 - en dit uiterlijk tot en met 30.03.2030 (voor de belastingplichtigen die tijdens het aanslagjaar 2025 aandelen hebben onderschreven) (5).

(5) Art. 65, 3° en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

Art. 14532, WIB 92 wordt vervolgens vanaf aanslagjaar 2031 in zijn geheel opgeheven (6).

(6) Art. 66 en 90, achtste lid, W 18.12.2025.

4. Belastingvermindering voor de bezoldigingen voor een huisbediende

11. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14534, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

Er wordt een belastingvermindering verleend voor de bezoldigingen die in het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald of toegekend aan een huisbediende, met inbegrip van de op die bezoldigingen wettelijk verschuldigde sociale bijdragen.

De belastingvermindering wordt verleend onder de volgende voorwaarden:

1° de bezoldigingen bedragen ten minste 2.450 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk en zijn aan het stelsel van de sociale zekerheid onderworpen;

2° bij zijn indiensttreding is de huisbediende sedert ten minste zes maanden gerechtigd tot een uitkering als volledig werkloze of tot het leefloon;

3° bij de indienstneming laat de belastingplichtige zich bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid als werkgever van huispersoneel inschrijven en de inschrijving is de eerste in die hoedanigheid sinds 1 januari 1980;

4° enkel de bezoldigingen van één huisbediende komen in aanmerking.

De in het tweede lid, 2° en 3°, vermelde voorwaarden zijn niet van toepassing wanneer de belastingplichtige op 1 juli 1986 reeds sedert ten minste één jaar een huisbediende in dienst had.

Na het beëindigen van de arbeidsovereenkomst wordt de belastingvermindering voor de bezoldigingen van een huisbediende die voldoet aan de in het tweede lid, 2°, gestelde voorwaarde verder toegestaan ingeval de belastingplichtige binnen drie maanden een andere huisbediende in dienst neemt die aan dezelfde voorwaarden voldoet.

Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, is gelijk aan 50 % van de tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde of toegekende bezoldigingen en mag per belastbaar tijdperk niet meer bedragen dan 5.000 euro (basisbedrag).

De belastingvermindering is gelijk aan 30 % van het in aanmerking te nemen bedrag.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

12. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (7).

(7) Art. 68 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

5. Belastingvermindering voor uitgaven verricht in het kader van een adoptieprocedure

13. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14548, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die de belastingplichtige heeft gedaan in het kader van een adoptieprocedure waarin een erkende adoptiedienst tussenkomt.

Als uitgaven gedaan in het kader van een adoptieprocedure worden aangemerkt:

1° in geval van een binnenlandse adoptie:

a) uitgaven met betrekking tot de geschiktheidsprocedure;

b) uitgaven voor kosten die worden aangerekend door een erkende adoptiedienst;

2° in geval van een interlandelijke adoptie:

a) uitgaven met betrekking tot de geschiktheidsprocedure;

b) uitgaven voor kosten die worden aangerekend door een in België erkende adoptiedienst;

c) op voorwaarde dat de adoptie in België wordt erkend of bij vonnis wordt uitgesproken, uitgaven voor dossierkosten in het land van herkomst van het adoptiekind;

d) op voorwaarde dat de adoptie in België wordt erkend of bij vonnis wordt uitgesproken, uitgaven voor één heen- en terugreis van de adoptieouder, desgevallend de beide adoptieouders, naar het land van herkomst van het adoptiekind en de vervoerskosten van het adoptiekind naar de woonplaats van de adoptieouder of adoptieouders;

e) op voorwaarde dat de adoptie in België wordt erkend of bij vonnis wordt uitgesproken, uitgaven voor de verblijfskosten van de adoptieouder, desgevallend de beide adoptieouders, in het land van herkomst van het adoptiekind.

De belastingvermindering wordt verleend in het belastbare tijdperk waarin de adoptieprocedure wordt beëindigd voor de uitgaven die zijn gedaan in dat belastbare tijdperk en de vijf daaraan voorafgaande belastbare tijdperken.

De belastingvermindering is gelijk aan 20 % van de in aanmerking komende uitgaven. Ze kan niet meer bedragen dan 4.000 euro (basisbedrag) per adoptieprocedure. Wanneer de adoptieprocedure door twee belastingplichtigen is ingezet, wordt dit maximumbedrag voor elk van die belastingplichtigen beperkt tot de helft.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

De Koning bepaalt de nadere voorwaarden waaraan de in het tweede lid bedoelde uitgaven moeten voldoen om voor de belastingvermindering in aanmerking te komen. Hij kan per land van herkomst of per groep van landen van herkomst een maximumbedrag per dag vastleggen voor de in het tweede lid, e, bedoelde uitgaven voor verblijfskosten. De Koning bepaalt tevens wanneer de adoptieprocedure als beëindigd moet worden aangemerkt.

14. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (8).

(8) Art. 69 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

15. Zoals vermeld in de hierboven aangehaalde wettekst, werd de belastingvermindering verleend gedurende het belastbare tijdperk waarin de adoptieprocedure wordt beëindigd, voor de uitgaven gemaakt in dat belastbare tijdperk en in de vijf daaraan voorafgaande belastbare tijdperken.

De belastingplichtige kan dus niet genieten van de belastingvermindering als de einddatum van de adoptieprocedure valt in een belastbaar tijdperk dat is verbonden met aanslagjaar 2026 of volgende, zelfs als de adoptieprocedure in een vorig belastbaar tijdperk was opgestart.

Wanneer de adoptieprocedure daadwerkelijk uitmondt in een adoptie, wordt de procedure geacht te zijn beëindigd op de datum van de overschrijving van de adoptie in de registers van de burgerlijke stand. Wanneer de adoptieprocedure niet uitmondt in een adoptie, wordt de procedure geacht te zijn beëindigd op de datum waarop de overeenkomst met de erkende adoptiedienst wordt verbroken (9).

(9) Art. 6318/16, § 2, koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen (KB/WIB 92).

6. Belastingvermindering voor premies voor een rechtsbijstandsverzekering

16. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14549, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de premies die de belastingplichtige tijdens het belastbare tijdperk werkelijk heeft betaald voor een rechtsbijstandsverzekering in de zin van artikel 154 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen die hij individueel heeft gesloten bij een verzekeringsonderneming die is gevestigd in de Europese Economische Ruimte en die voldoet aan alle in hoofdstuk 2 van de wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering vermelde voorwaarden.

De in het eerste lid bedoelde betalingen komen voor de belastingvermindering in aanmerking tot een bedrag van 195 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk.

De belastingvermindering is gelijk aan 40 % van het in aanmerking te nemen bedrag.

§ 2. De belastingvermindering wordt verleend op basis van een door de verzekeraar uitgereikt jaarlijks attest waarin wordt bevestigd dat de overeenkomst voldoet aan alle in hoofdstuk 2 van de wet van 22 april 2019 tot het toegankelijker maken van de rechtsbijstandsverzekering vermelde voorwaarden.

De Koning bepaalt de vorm en de verdere inhoud van het in het eerste lid bedoelde attest, alsook de termijn waarbinnen het moet worden afgeleverd.

17. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt niet meer verleend vanaf aanslagjaar 2026 (10).

(10) Art. 70 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

18. De bepalingen met betrekking tot de informatieverplichtingen van de rechtsbijstandsverzekeraars om jaarlijks de gegevens over de verzekeringsovereenkomsten rechtsbijstand aan de administratie mee te delen, zoals bedoeld in art. 323/1, § 1, derde lid, WIB 92, worden eveneens opgeheven vanaf 01.01.2026 (11).

(11) Art. 83 en 90, zesde lid, W 18.12.2025.

Vanaf aanslagjaar 2026 moeten de verzekeraars dus geen attesten meer opstellen in dat verband.

7. Belastingvermindering voor uitgaven verricht voor de plaatsing van een laadstation

19. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14550, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk door de belastingplichtige werkelijk zijn betaald voor de plaatsing van een vast laadstation voor elektrische wagens in of in de onmiddellijke nabijheid van de woning waar de belastingplichtige zijn woonplaats heeft gevestigd op 1 januari van het aanslagjaar.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven omvatten de uitgaven voor de aankoop in nieuwe staat van een laadstation en de plaatsing ervan evenals de uitgaven voor de keuring van de installatie.

De in het eerste lid bedoelde uitgaven moeten zijn betaald in de periode van 1 september 2021 tot en met 31 augustus 2024.

De belastingvermindering wordt verleend wanneer aan alle onderstaande voorwaarden is voldaan:

1° het laadstation kan via een gestandaardiseerd protocol digitaal gekoppeld worden met een beheerssysteem, met inbegrip van die van derde partijen tegen uiterlijk 1 januari 2023, dat de laadtijd en het laadvermogen van het laadstation kan sturen, dat meldingen over het effectieve laadvermogen en statusmeldingen kan terugsturen, en waarbij deze verbinding vrij ter beschikking wordt gesteld van de gebruikers. Het bovenvermelde gestandaardiseerd protocol is ofwel van het type OCPP, ofwel een eigen protocol waarvan de beschrijving in de technische documentatie van het laadstation is opgenomen, ofwel van een andere internationale standaard die voor deze connectie ontwikkeld wordt. Het type connectie wordt bij de technische specificaties van het laadstation vermeld;

2° het laadstation gebruikt uitsluitend stroom die wordt geleverd op basis van een overeenkomst met een stroomleverancier die er zich toe verbindt om uitsluitend stroom te leveren die geproduceerd is op basis van hernieuwbare energiebronnen of die ter plaatse wordt opgewekt door middel van hernieuwbare energiebronnen;

3° de installatie is goedgekeurd door een erkend keuringsorganisme;

4° de belastingplichtige heeft de belastingvermindering niet gevraagd voor een vorig belastbaar tijdperk.

Aan de in het vierde lid, 2°, bedoelde voorwaarde moet voldaan worden op 1 januari van het aanslagjaar verbonden met het belastbaar tijdperk in de loop waarvan de in het eerste lid bedoelde uitgaven zijn gedaan.

De belastingvermindering is niet van toepassing op uitgaven die:

1° in aanmerking genomen zijn als werkelijke beroepskosten;

2° recht geven op de in artikel 69 bedoelde investeringsaftrek;

3° door de werkgever van de belastingplichtige of de rechtspersoon waarvan de belastingplichtige bedrijfsleider is, worden terugbetaald als eigen kosten van die werkgever of rechtspersoon.

§ 2. Het bedrag waarvoor de belastingvermindering wordt verleend, kan niet meer bedragen dan 1.750 euro per laadstation, of 8.000 euro per bidirectioneel laadstation, en per belastingplichtige. Deze bedragen worden niet geïndexeerd overeenkomstig artikel 178.

De belastingvermindering is gelijk aan:

- 45 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2021 of 2022;

- 30 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2023;

- 15 % van de in aanmerking te nemen uitgaven die zijn betaald in 2024.

In geval van een gemeenschappelijke aanslag wordt de belastingvermindering evenredig omgedeeld in functie van het overeenkomstig artikel 130 belaste inkomen van elk der echtgenoten ten opzichte van de som van de overeenkomstig artikel 130 belaste inkomens van de beide echtgenoten.

§ 3. De belastingplichtige houdt de volgende documenten ter beschikking van de administratie:

1° de facturen voor de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde uitgaven;

2° het bewijs van de betaling van de uitgaven bedoeld in paragraaf 1, tweede lid;

3° de bewijsstukken die toelaten vast te stellen dat het laadstation aan de in paragraaf 1, vierde lid, 1° en 2°, bedoelde voorwaarden voldoet;

4° het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd.

De factuur voor de plaatsing van het laadstation vermeldt het adres waarop het laadstation is geplaatst.

§ 4. Om van de in paragraaf 2 bedoelde belastingvermindering te kunnen genieten, moet de belastingplichtige bij zijn aangifte in de inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar dat is verbonden aan het belastbare tijdperk waarvoor hij de belastingvermindering aanvraagt, de factuur voor de plaatsing van het laadstation en het attest dat in het kader van de in paragraaf 1, vierde lid, 3°, bedoelde keuring is afgeleverd, voegen.

20. De hierboven vermelde belastingvermindering wordt opgeheven vanaf aanslagjaar 2026 (12). Deze belastingvermindering was tijdelijk en werd slechts verleend voor de uitgaven gedaan tot en met 31.08.2024.

(12) Art. 71 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

8. Vrijstelling van tussenkomsten van de werkgever in de aankoopprijs die door de werknemer wordt betaald voor een nieuwe pc

21. Deze vrijstelling, als bedoeld in art. 38, § 1, eerste lid, 17°, WIB 92, werd vóór de opheffing als volgt geformuleerd:

§ 1. Vrijgesteld zijn:

17° ten belope van maximaal 550 euro (basisbedrag) per belastbaar tijdperk, de tussenkomsten van de werkgever in de aankoopprijs die door de werknemer wordt betaald voor de aankoop in nieuwe staat van een pc al dan niet met randapparatuur, internetaansluiting en internetabonnement, op voorwaarde dat de bruto belastbare bezoldigingen van die betrokken werknemer 21.600 euro (basisbedrag) niet overschrijden en zonder dat die werkgever op enig ogenblik zelf eigenaar van de voormelde elementen mag zijn. Wat de aankoop van een pc of randapparatuur betreft, wordt deze vrijstelling slechts een maal per periode van drie belastbare tijdperken toegekend;

22. Deze vrijstelling is voortaan beperkt tot tussenkomsten van de werkgever die uiterlijk op 30.09.2025 zijn gedaan. Deze vrijstelling zal dus niet meer toegekend worden voor tussenkomsten van de werkgever die gedaan worden vanaf 01.10.2025 (13).

(13) Art. 53 en 90, eerste lid, W 18.12.2025.

23. Art. 533, WIB 92 voorzag in een overgangsregeling voor de oude vrijstellingsregeling voor de tussenkomst van de werkgever in een PC-privé-plan. Die overgangsbepaling was van toepassing op de tussenkomsten van de werkgever in uitvoering van aanbiedingen die zijn gedaan vóór 01.01.2009. Omdat de vrijstelling wordt opgeheven voor tussenkomsten die zijn gedaan vanaf 01.10.2025, wordt ook deze overgangsbepaling opgeheven (14).

(14) Art. 85 en 90, eerste lid, W 18.12.2025.

9. Vermindering van het tarief van de belastingvermindering voor giften

24. Deze belastingvermindering, als bedoeld in art. 14533, § 1, derde lid, WIB 92, werd vóór de wetswijziging als volgt geformuleerd:

§ 1. Er wordt een belastingvermindering verleend voor de volgende in het belastbaar tijdperk werkelijk betaalde uitgaven:

De belastingvermindering voor de in het eerste lid vermelde giften wordt verleend op voorwaarde dat zij ten minste 25 euro (basisbedrag) bedragen en worden gerechtvaardigd door een attest dat de instanties zoals bedoeld in het eerste lid, 1° tot 4°, verplicht zijn af te leveren aan de belastingplichtige die deze heeft gedaan.

De belastingvermindering is gelijk aan 45 % van de werkelijk gedane giften.

25. Het tarief van deze belastingvermindering daalt vanaf aanslagjaar 2026 van 45 pct. naar 30 pct. (15).

(15) Art. 67 en 90, vierde lid, W 18.12.2025.

III. Wettelijke bepalingen

26. Art. 53, art. 63 tot 71, art. 83, art. 85 en art. 90, eerste, vierde, zesde en achtste lid, van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647).

Interne ref.: 746.301


Mots clés

Articles recommandés

Minder nieuwe bedrijfswagens in 2025

Kaaimantaks: opvolging 2025 van de aanbevelingen

Wijziging van diverse bepalingen in verband met het mobiliteitsbudget