
Het Vlaamse fiscale gunstregime voor de schenking en vererving van familiebedrijven werd onlangs grondig hervormd. De wijzigingen en verduidelijkingen met betrekking tot de regelgeving voor familiale ondernemingen zijn beperkt, zodat we ons in deze bijdrage beperken tot de regelgeving voor de schenking en vererving van familiale vennootschappen. Ter verduidelijking van de nieuwe regelgeving publiceerde de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) ondertussen ook een ‘FAQ’, een overzicht van hun visie op de meest voorkomende vragen over het gunstregime. We lichten de nieuwe regelgeving, die op 1 januari 2026 in werking is getreden, graag toe in deze bijdrage.
De Vlaamse decreetgever kiest ervoor om de waarde van het residentiële vastgoed van een familiale vennootschap (of een dochtervennootschap waarin zij ten belope van minstens 10% participeert) uit te sluiten van de fiscale gunstregeling, ongeacht de feitelijke aanwending van dat vastgoed voor bedrijfsgerelateerde doeleinden.
Er geldt evenwel een uitzondering op deze regel, met name voor familiale vennootschappen waarvan de omzet voor minstens 75 % wordt gegenereerd door de uitoefening van een activiteit die betrekking heeft op residentieel vastgoed. Aan deze uitzondering wordt ook een tewerkstellingsvoorwaarde gekoppeld: de familiale vennootschap moet minstens één voltijdsequivalente werknemer tewerk stellen in de drie jaar voorafgaand aan het verlijden van de authentieke schenkingsakte of het overlijden. Er wordt in het decreet niet verduidelijkt hoe de omzet moet worden berekend om voor deze uitzondering in aanmerking te komen. In de ‘FAQ’ van de Vlaamse Belastingdienst (‘VLABEL’) wordt gesteld dat beide voorwaarden niet op geconsolideerde basis zullen worden beoordeeld, maar afzonderlijk per entiteit (per individuele vennootschap).
Wanneer een familiale vennootschap met residentieel vastgoed voldoet aan de omzet- en tewerkstellingsvoorwaarden, zal de volledige waarde van de aandelen alsnog van de gunstregeling kunnen genieten.
Om te kunnen bepalen op welke belastbare grondslag de standaardtarieven in de erf- en schenkbelasting moeten worden geheven, voorziet men dat voortaan een verslag van een gecertificeerde accountant of bedrijfsrevisor moet worden overgemaakt aan VLABEL. Dit mag ook de gebruikelijke accountant of bedrijfsrevisor van de betrokken vennootschap zijn. De ‘FAQ’ die door VLABEL werd gepubliceerd, verduidelijkt dat dit verslag steeds vereist is, ook al zou de betrokken familiale vennootschap geen residentieel vastgoed aanhouden. Het verslag moet bovendien gedateerd en ondertekend zijn voorafgaand aan de indiening van de aangifte van nalatenschap of de authentieke schenkingsakte.
De mogelijkheid om, voorafgaand aan de schenking, een ‘test-attest’ aan te vragen bij de Vlaamse Belastingdienst, wordt uitgebreid met de mogelijkheid om bevestiging te verkrijgen over de waardering van de aandelen in het door de bedrijfsrevisor of accountant opgestelde verslag. Wanneer VLABEL de voorgelegde waardering bevestigt, is deze waardering bindend voor de fiscale administratie gedurende zestig dagen.
Daarnaast wordt het mogelijk om in het kader van de erfbelasting een attest aan te vragen over de waardering van de aandelen. Als VLABEL de waardering bevestigt in het kader van de erfbelasting, dan is deze waardering bindend voor de fiscale administratie en zal VLABEL deze waardering gebruiken als basis voor de berekening van de verschuldigde erfbelasting.
Zowel in het kader van de schenk- als de erfbelasting, moet een verzoek tot bevestiging over de waardering van de aandelen worden ingediend binnen dertig na de referentiedatum in het waarderingsverslag, dit is de datum waarop de waarde van de aandelen wordt bepaald. In het kader van de erfbelasting, moet het verzoek aan VLABEL daarenboven worden ingediend voordat de originele termijn voor de indiening van de aangifte van nalatenschap is verstreken.
De fiscale administratie toetst de waardering slechts marginaal en beperkt zich dus tot het afwijzen van kennelijk onredelijke beoordelingen.
Om voor het gunstregime in aanmerking te komen, moet de familiale vennootschap, net zoals onder de oude regelgeving, over een reële economische activiteit beschikken. De beoordeling van deze reële economische activiteit gebeurt evenwel niet langer op basis van boekhoudkundige parameters. De decreetgever is immers van mening dat “oneigenlijk gebruik” van het gunstregime voldoende wordt vermeden door de rechtstreekse uitsluiting van residentieel vastgoed, zodat er niet langer nood is aan een toetsing aan boekhoudkundige parameters. De decreetgever heeft het (weerlegbare) vermoeden van afwezigheid van een reële economische activiteit dan ook afgeschaft.
Verder heeft de decreetgever de continuïteitsvoorwaarden in het kader van het Vlaamse fiscale gunstregime aangepast. Dit zijn de voorwaarden die gedurende drie jaar na de overdracht moeten worden nageleefd om de toepassing van het gunstregime te kunnen behouden.
Er geldt onder meer een uitkeringsverbod. De decreetgever verduidelijkt dit verbod als volgt: bij kapitaalvennootschappen mag het kapitaal op geen enkel moment dalen door uitkeringen of terugbetalingen gedurende drie jaar vanaf de datum van de authentieke akte van schenking of datum van het overlijden van de erflater. Bij kapitaalloze vennootschappen mogen de verrichte inbrengen op geen enkel moment dalen tot onder het bedrag van de verrichte inbrengen op datum van de authentieke schenkingsakte of datum van het overlijden van de erflater, en dit gedurende drie jaar na de datum van de authentieke schenkingsakte of het overlijden. Dit verbod geldt op elk moment gedurende de voormelde periode van drie jaar: een uitkering die voor het einde van het boekjaar terug aangevuld wordt, vormt ook een schending van dit verbod.
Verder heeft de decreetgever het uitkeringsverbod in lijn willen brengen met het arrest van het Hof van Cassatie van 13 december 2024, door te voorzien dat in het geval van een schending van het uitkeringsverbod het normale tarief inzake schenk-/erfbelasting verschuldigd is op het bedrag waarmee het kapitaal of de verrichte inbrengen zijn verminderd, in verhouding tot het aantal geschonken of vererfde aandelen.
Wanneer een beroep wordt gedaan op de hoger besproken uitzondering op de uitsluiting van residentieel vastgoed, moet ook de tewerkstellingsvoorwaarde vervuld blijven gedurende drie jaar na de overdracht. Het is voorlopig nog onduidelijk of ook de omzetvoorwaarde blijvend vervuld moet zijn gedurende deze driejaarstermijn.
De wijzigingen aan het fiscaal gunstregime voor familiale vennootschappen zijn in werking getreden op 1 januari 2026. Ze zijn van toepassing op alle authentieke schenkingsakten die verleden worden vanaf die datum en ook op alle overlijdens vanaf 1 januari 2026. Voor wat betreft schenkingsakten die worden verleden tussen 1 januari 2026 en 31 maart 2026 voorziet het decreet een overgangsregeling voor het overmaken van het vereiste waarderingsverslag aan VLABEL. De belastingplichtige beschikt hiervoor in de regel over een termijn van 7 dagen vanaf de werkdag die volgt op de datum van registratie van de authentieke schenkingsakte, maar voor schenkingsakten die in de voormelde periode worden verleden, wordt deze termijn verlengd met 60 dagen.