Sinds enkele jaren, en vooral in de nasleep van Covid-19, wint de fiets aan populariteit bij de Belgen. Het gebruik van elektrische fietsen is in 5 jaar tijd verdubbeld, het woon-werkverkeer op twee wielen neemt voortdurend toe, de investeringen in fietsinfrastructuur zijn tijdens de pandemie ook sterk gestegen en de fietseconomie heeft meer dan 17.000 banen gecreëerd en was in 2022 naar schatting bijna een miljard euro waard. Het gebruik van fietsen blijft echter ongelijk verspreid over het land en door het succes van de fiets zijn het aantal fietsdiefstallen en het aantal slachtoffers van fietsongevallen toegenomen. Hier vindt u enkele kerncijfers over fietsen uit de tweede editie van het rapport van de FOD Mobiliteit en Vervoer.
In 2023 lag het aantal verkochte elektrische fietsen in België voor het eerst hoger dan het aantal niet-elektrische fietsen. Er werden 290.419 elektrische fietsen (51%) verkocht, vergeleken met 279.186 niet-elektrische fietsen (49%). Uit een enquête uit 2023 blijkt dat de aankoopintentie op de middellange termijn (2 jaar) voor elektrische fietsen twee keer zo hoog is als die voor niet-elektrische fietsen. De groei in de verkoop van elektrische fietsen leidt tot een stijging van de gemiddelde verkoopprijs van fietsen in het algemeen. Tussen 2019 en 2023 steeg de gemiddelde prijs van een fiets van € 1.244 naar € 1.915, een stijging van 54%.
In slechts 5 jaar tijd (2017 – 2023) is het aandeel van elektrische fietsen, inclusief speed pedelecs, in het totale aantal aangegeven kilometers in België gestegen van 1,3% naar 3,7%. Het aandeel niet-elektrische fietsen daalde daarentegen van 3,3% naar 3%.
Tussen 2022 en 2024 stijgt het percentage gebruikers (minimaal één keer per jaar) van elektrische fietsen van 24% naar 29%, terwijl dat van niet-elektrische fietsen daalt van 43% naar 40%.
In 2024 is voor het eerst het percentage regelmatige gebruikers (minimaal één keer per week) van elektrische fietsen (16%) hoger dan dat van niet-elektrische fietsen (15%).
In Vlaanderen gebruikt slechts 24% van de mensen nooit de fiets, terwijl dit percentage in Wallonië oploopt tot 69% en in Brussel tot 63%.
In Wallonië wordt de fiets vooral gebruikt voor recreatieve activiteiten (72%), zoals sporten of fietstochten. Dit percentage in Vlaanderen 21% bedraagt , omdat het fietsgebruik daar meer gediversifieerd is. Het wordt gebruikt voor zowel fietstochten als voor praktische verplaatsingen zoals winkelen of naar het werk gaan.
In 2023 gebruikt 32% van de werknemers de fiets om naar het werk te gaan, hetzij als hoofdvervoermiddel, hetzij om naar een station te gaan. Het aandeel van fietsen in het woon-werkverkeer, als belangrijkste vervoermiddel, is tussen 2005 en 2021 met 80% gestegen en bedraagt nu bijna 15%.
In 2023, ook, ontving 17% van de werknemers een fietskilometervergoeding, dat is 70% meer dan in 2017. Deze werknemers reisden meer dan 1 miljard kilometer, een stijging van 90% ten opzichte van 2017. Tot slot neemt sinds 2020 het aanbod van fietsparkeerplaatsen en plekken voor fietsen in treinen voortdurend toe. In 3 jaar tijd (2020 – 2023) is het aantal fietsparkeerplaatsen in stations gestegen van 108.753 naar 126.777 en het aantal fietsparkeerplaatsen in treinen van 4.638 naar 5.409 plaatsen.
In het voorjaar van 2024 lanceerde de federale overheid, in samenwerking met de gewesten, het registratieplatform Mybike om diefstal en heling tegen te gaan. Eind februari 2025 waren er bijna 110.000 fietsers met 122.000 geregistreerde fietsen.
Ondanks investeringen blijft fietsendiefstal de grootste plaag voor fietsers en heeft het een negatieve impact op het fietsverkeer. Sterker nog, na een fietsdiefstal zegt 12% van de Belgen dat ze de fiets niet meer gebruiken en 14% gebruikt de fiets minder. Tussen 2019 en 2023 daalde het aantal fietsdiefstallen in België over het geheel genomen licht. In deze periode daalde het aantal diefstallen in Vlaanderen en Wallonië, terwijl het aantal diefstallen in het Brussels Gewest toenam. Echter slechts 62% van de diefstallen wordt bij de politie gemeld.
Het volledige rapport staat op onze website van Fod mobiliteit en in bijlage.
Auteur
Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer
Directoraat-generaal Duurzame Mobiliteit en Spoorbeleid
Directie Mobiliteit - Dienst Strategie en transversaal beleid
dirmobsec@mobilit.fgov.be