• FR
  • NL
  • EN

Triestige miljardendans

Het Monitoringcomité, de federale ambtenaren die de begroting opvolgen, kwamen deze week met hun rapport over de budgettaire uitdaging voor de komende jaren. Zoals verwacht, valt die nogal tegen (om het zacht uit te drukken).

Volgens de nieuwe ramingen moet deze regering nog een structurele inspanning van 7,7 miljard doen tegen het einde van deze legislatuur om aan de Europese uitgavennorm te voldoen.

Dat is het absolute minimum, maar betekent nog lang niet dat onze budgettaire problemen daarmee opgelost zouden zijn. Tegen die achtergrond gaven zowel de premier als de minister van begroting al aan dat ze willen mikken op een inspanning van 10 miljard tegen het einde van de legislatuur.

Politiek wordt dat de komende maand

en allicht zeer moeilijk te realiseren. En daarmee zijn we er nog lang niet.

Hieronder een aantal bedenkingen over de toestand van onze overheidsfinanciën:

1. Oplopend tekort

Zonder ingrepen klimt het begrotingstekort van alle Belgische overheden samen tegen 2029 naar 5,8% van het bbp. En ook daarna blijft het tekort oplopen. In 2031 zou dat 6,2% van het bbp worden. Ter vergelijking, in 2024 (bij de vorige verkiezingen) bedroeg het tekort 4,4% van het bbp. Met een budgettaire inspanning van 7,7 miljard zou het tekort in 2029 teruggedrongen worden tot 4,8% van het bbp. Met een inspanning van 10 miljard wordt dat 4,4%, terug op het niveau dus van de start van deze legislatuur. Dus zelfs met de inspanningen die nu op tafel liggen zou de regering er nog maar net in slagen om het begrotingstekort stabiel te houden.

2. Toenemende rentefactuur

Niet zo heel lang geleden kon de Belgische overheid nog lenen aan 0%. Toen leek het er (even) niet toe te doen hoe hoog onze overheidsschulden en -tekorten opliepen. Maar ondertussen is het renteklimaat terug enigszins genormaliseerd (wat altijd te verwachten was). Daardoor is de gemiddelde rente op de overheidsschuld al opgelopen van een dieptepunt van 1,5% in 2022 naar 2% in 2025, en tegen 2031 gaat dat naar 2,9% (zelfs bij de verwachting van een licht afnemende marktrente in de komende jaren). Dat impliceert dat de totale rentefactuur van 14 miljard euro in 2025 zal verdubbelen naar 27,5 miljard in 2031. Dat betekent dat onze overheden de komende jaren elk jaar een dikke twee miljard (extra) moeten vinden, alleen al om de toenemende rentefactuur te dekken. Mocht de marktrente toch gaan toenemen, een scenario dat de komende jaren zeker niet uit te sluiten valt, zal die factuur nog hoger uitvallen.

3. Stijgende overheidsschuld

Het grote begrotingstekort duwt uiteraard ook de overheidsschuld hoger. Die zou evolueren van 108% van het bbp in 2025 naar 123% in 2031. En daarna zou die verder blijven doorstijgen. Eenvoudige simulaties geven aan dat de overheidsschuld zonder ingrepen naar 200% van het bbp gaat tegen 2050 (in een optimistisch scenario voor de rente). De inspanningen die vandaag op tafel liggen (zelfs de 10 miljard) zouden die stijging enkel wat afremmen. Om de overheidsschuld te stabiliseren, is een structurele inspanning van 20 à 25 miljard nodig. Bovendien dreigt de verhouding tussen de gemiddelde rente op de schuld en de nominale economische groei, die de voorbije jaren een gunstige impact had op de schulddynamiek, de komende jaren om te slaan naar de negatieve kant, wat nog voor extra opwaartse druk op de schuld zou zorgen.

​4. Hogere uitgaven

Het politieke debat lijkt de jongste weken te focussen op de vraag waar de oorzaak van de verslechterende begroting ligt: bij te lage inkomsten of bij te hoge uitgaven? Dat is op z’n zachtst gezegd een bizarre discussie. Sinds 2007, de laatste keer dat de Belgische begroting in evenwicht was, zijn de totale overheidsinkomsten met 0,9% van het bbp toegenomen (wat overeenkomt met 6 miljard in euro’s van vandaag). In dezelfde periode zijn de totale overheidsuitgaven met 5,9% van het bbp toegenomen (of 39 miljard). De overheidsuitgaven excl. de rentelasten (het deel van de overheidsuitgaven waar het beleid controle over heeft) zijn zelfs met 7,5% van het bbp toegenomen. Dat komt overeen met 50 miljard aan extra jaarlijkse uitgaven. De ontsporing van onze overheidsuitgaven zit duidelijk aan de uitgavenkant.

5. Hopen op sterkere productiviteitsgroei

De hervormingsinspanningen van de federale regering in de pensioenen en de werkloosheidsuitkeringen zorgen er wel voor dat de toekomstige stijging van de sociale overheidsuitgaven afgeremd wordt. Tegen 2070 zouden die sociale uitgaven nog met 1,5% van het bbp toenemen tot 27,2%. Volgens de ramingen van 2024 (voor de hervormingen van de huidige regering) zouden de sociale uitgaven nog oplopen tot 30% van het bbp. Op langere termijn zorgen de hervormingen van deze regering dus voor een duidelijke besparing op de uitgaven (alleen duurt het nog geruime tijd voor dat duidelijk wordt).

Die ramingen blijven evenwel zeer afhankelijk van een vrij optimistisch scenario over de productiviteitsgroei. Die wordt verwacht te versnellen van 0,3% per jaar vandaag naar 1,35% per jaar vanaf 2040. Als die productiviteitsgroei ook maar een beetje tegenvalt, dan loopt de vergrijzingfactuur snel terug op. Mocht de gemiddelde productiviteitsgroei tot 2070 0,2 procentpunt lager uitvallen dan verwacht (verhoopt?), dan springt de vergrijzingsfactuur 1,8% van het bbp hoger. Als de productiviteitsgroei de komende jaren blijft hangen op het huidige niveau, dan wordt de extra vergrijzingsfactuur op termijn geen 10 miljard per jaar (in euro’s van vandaag), maar wel 60 miljard. Productiviteitsgroei is de cruciale factor voor de toekomst van onze overheidsfinanciën.

De zoektocht naar miljarden zal de komende maanden het politieke debat overheersen. En er is geen garantie dat de huidige ploeg er dit najaar effectief uit raakt. En daarmee stopt het niet. De zwaarste inspanningen moeten nog opgestart worden (en worden allicht doorgeschoven naar de volgende legislatuur). Ondertussen is het vooral hopen dat de marktrentes en de productiviteitsgroei meevallen. Anders wordt de miljardenzoektocht nog zwaarder.

Mots clés

Articles recommandés

Financiën
De expert aan het woord
F.F.F.

Pas op voor niet-vergunde cryptoactivadienstverleners

Gepubliceerd op 08 Jul 2026 bij 04:00
Lezen 3min
Fiscaliteit
De expert aan het woord
F.F.F.

Meerwaardebelasting: wat is de impact op de Call+-plannen van uw klanten?

Gepubliceerd op 07 Jul 2026 bij 04:00
Lezen 3min