Twintig jaar onzekerheid

De fiscale procedure van de directe belastingen en de btw dateert van maart 1999, deze maand dus twintig jaar geleden. Die verjaardag is onopgemerkt gepasseerd, maar de twee decennia na de invoering zijn allerminst geruisloos voorbijgegaan. Al bij de conceptie rees het vermoeden dat er essentiële fouten in de wetgeving zaten. De wetten losten de doelstellingen van de wetgever niet in, maar er werd wel een onmiskenbare beweging in gang gezet die de fiscale procedure op haar grondvesten deed daveren. De belastingplichtige wordt tot op de dag van vandaag geconfronteerd met procedures die in menige opzichten kaduuk zijn.


In de jaren tachtig had de Koninklijke Commissie voor de Harmonisering en Vereenvoudiging van de Fiscaliteit er al op gewezen dat een adequate fiscale procedure fundamenteel was als waarborg tegen de willekeur van de overheid. De commissie had vastgesteld dat de fiscale procedure tot een wildgroei van wettelijke regels was verworden. Er werd voorgesteld één wetboek voor de fiscale rechtspleging op te stellen, met daarin alle procedureregels. Zo zou de belastingplichtige de regels die op hem van toepassing zijn, niet hier en daar bij elkaar moeten sprokkelen.


Ook werd erop aangedrongen de procedures eenvormig te maken. De regels van de directe belastingen en de btw verschillen grondig. De belastingadministratie begon in 1996 werk te maken van een nieuwe organisatiestructuur. Tot dan hadden de directe belastingen en de btw hun eigen administratie en verliepen de controles veelal afzonderlijk, maar vanaf 1996 werd die aanpak geïntegreerd. Eén ambtenarenteam deed gezamenlijk controles, maar het moest wel werken met verschillende procedureregels voor de directe belastingen en de btw.


Het kind van de rekening was de belastingplichtige. Hoewel de Koninklijke Commissie dat al eind jaren tachtig een probleem heeft genoemd, bestaat die regeling nog altijd. U hoeft mij niet op mijn woord te geloven. Het volstaat het regeerakkoord van de regering-Michel I uit 2014 erbij te nemen. Daar staat in dat de fiscale wetgeving zou worden gecoördineerd en gebundeld in één Federale Codex Fiscaliteit. De fiscale procedures zouden worden geharmoniseerd om de rechtszekerheid van de belastingplichtige te vrijwaren. Bovendien zou het charter van de belastingplichtige worden geactualiseerd en geïntegreerd. Het doel was een nuttig evenwicht te zoeken tussen de belangen van de belastingadministratie en die van de belastingplichtige. De nieuwe geharmoniseerde procedure zou worden afgestemd op de nieuwe benadering van de administratie: digitaal en gericht op doelgroepen. Ze zou worden geconcipieerd vanuit de filosofie van de vrijwillige medewerking van de belastingplichtige, maximaal overleg en een efficiënte geschillenregeling. Bijzondere aandacht zou worden besteed aan het versterken van het wederzijdse vertrouwen tussen de belastingplichtigen en de belastingadministratie, in het bijzonder de controlediensten.


De regering heeft dus wel degelijk de vinger op de wonde gelegd. Maar ik stel samen met u vast dat opnieuw geen werk is gemaakt van de fiscale procedure. En dat is een vergissing, want de beloofde harmonisatie en rechtszekerheid zijn echt nodig. Er staan verkiezingen voor de deur. Laten we hopen dat de nieuwe regering hetzelfde inzicht heeft als de vorige, maar dat ze met meer daadkracht gezegend is. Laten we samen hopen dat er over vijf jaar iets te vieren valt: niet de vijfentwintigste verjaardag van de ongewijzigde fiscale procedure, maar wel de opstanding van een gloednieuw Wetboek Fiscale Procedure.


Bron: Tuerlinckx Tax Lawyers

Mots clés