Zal België de digitale reuzen durven belasten?

Er gaan veel stemmen op in het openbaar debat om de relance-maatregelen voor de economie te gaan financieren door een post-coronacrisis fiscaliteit. Er liggen verschillende opties op tafel, meer bepaald de invoering van een vermogensbelasting, de belasting van “buitensporige winsten”, tijdens de crisis verwezenlijkt door de grote ondernemingen (Colruyt, Carrefour,..) of nog een meer “billijke” belasting van de huurinkomsten en de meerwaarden op aandelen. Het is in deze context dat het idee is ontstaan om een belasting in te voeren op de digitale diensten.

Een wetsvoorstel van mevrouw Vanessa Matz (chH), gesteund door een groot aantal linkse partijen (Groen-Ecolo, PS, sp.a, PVDA-PTB), CD&V / chH en Défi, voorziet zodoende in een belasting van 3% op de ontvangsten verkregen uit digitale diensten (het online plaatsen van reclameboodschappen of de verkoop van verzamelde data van de gebruikers van de platformen), voor het gedeelte dat betrekking heeft op de Belgische gebruikers. Dit voorstel, dat 150 miljoen euro zou moeten opbrengen, wordt voor het ogenblik besproken in de Commissie Financiën van de Kamer. Deze « digi-taks » zou hoofdzakelijk de Amerikaanse digitale reuzen (de GAFA’s : Google, Apple, Facebook, Amazon) moeten raken.

Indien deze belasting niet door het parlement zou worden aangenomen valt te vrezen dat de reuzen van het net op ons grondgebied gigantische winsten zullen blijven maken zonder hun deel te betalen aan de fiscus. De spelregels die van toepassing zijn op de internationale fiscale toneel (de fameuze overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting) zijn inderdaad niet aangepast aan de nieuwe context van de zogenaamde “digitale” economie, omdat ondernemingen op basis daarvan niet kunnen worden belast in een land waar ze diensten verlenen zonder fysieke aanwezigheid.

De fiscale geschillen van Google in Frankrijk tonen de lacunes in het systeem zeer goed aan.

Er stond financieel gezien veel op het spel : De Franse fiscus vorderde 1,6 miljard euro van de Europese zetel van de multinational, die gevestigd was in Ierland. In het vizier, de agressieve fiscale structuur opgezet om Franse belastingen op de verkopen van advertentieruimtes te ontwijken. Het Franse gerecht heeft geoordeeld dat de verkopen van reclame door de Californische reus op de Franse markt niet belastbaar was in Frankrijk, omdat het de Ierse dochtervennootschap (Google Ireland Limited) was die de overeenkomsten met de Franse adverteerders had afgesloten, en dat deze geen fysieke aanwezigheid (“vaste inrichting”) had in Frankrijk. Met als resultaat : de reclame-inkomsten moesten belast worden op de plaats waar de vennootschap Google Ireland Limited gevestigd was (in Ierland, waar het belastingtarief in de vennootschapsbelasting slechts 12,5% bedraagt), en niet op de plaats waar de “toegevoegde waarde” werd verwezenlijkt (in Frankrijk waar de belastingdruk aanzienlijk hoger is).

Idealiter is het op het niveau van de Europese Unie en de OESO dat de regels van de internationale fiscaliteit zouden moeten worden aangepast aan dit nieuwe digitale tijdperk. Er is evenwel nog geen enkele consensus in zicht – hoofdzakelijk omwille van de weerspannige houding van de Verenigde Staten -, hetgeen de versnipperde en éénzijdige invoering van belastingen op de digitale diensten door meerdere Staten (Frankrijk, Italië, het Verenigd Koninkrijk, Spanje,…) verklaart. Het ogenblik is dus goed gekozen, in termen van politieke en budgettaire mogelijkheden om de digi-taks in België in te voeren.

Wordt het niet stilaan tijd om eindelijk eens te komen tot een billijke herverdeling van de belastingbevoegdheid tussen de Staten, alsmede tot een herverdeling van de belastingdruk tussen de digitale reuzen en de andere traditionele ondernemingen (een plaatselijke KMO) ? In de huidige situatie is het nog moeilijker om te aanvaarden dat vele ondernemingen de economische vertraging ten gevolge van de pandemie ten volle moeten ondergaan terwijl de digitale reuzen zich blijven verrijken.

Men moet echter nog bepaalde onderdelen van het wetsvoorstel aanpassen : het Advies van de Raad van State toont inderdaad aan dat er vele juridische struikelblokken en hindernissen zijn. Er moet worden vermeden dat de digi-taks zou worden begraven, net zoals de taks op de effectenrekeningen, de fairness tax, het stelsel van de vrijstelling voor het bijklussen, …

Denis-Emmanuel Philippe Advocaat-vennoot (Bloom Law) Docent Universiteit van Luik

Bron : Bloom-Law, actualiteit, 20 augustus 2020 - De Tijd.

    Tags

    • Oeso regels
    • buitensporige winsten
    • digitale reuzen