Circulaire 2024/C/48 over de niet-aftrekbaarheid van huur en huurvoordelen voor een onroerend goed en de vergoedingen en voordelen uit hoofde van een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed (Addendum)

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Inkomstenbelastingen publiceerde op 12/07/2024 de Circulaire 2024/C/48 over de niet-aftrekbaarheid van huur en huurvoordelen voor een onroerend goed en de vergoedingen en voordelen uit hoofde van een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed (Addendum).

Addendum bij Circulaire 2024/C/29 over de niet-aftrekbaarheid van huur en huurvoordelen voor een onroerend goed en de vergoedingen en voordelen uit hoofde van een zakelijk gebruiksrecht op een onroerend goed.

inkomstenbelastingen ; beroepskosten ; niet aftrekbare beroepskosten ; aangifte in de inkomstenbelastingen

FOD Financiën, 12.07.20241. Circulaire 2024/C/29 bespreekt

- de niet-aftrekbaarheid van de huur en huurvoordelen voor een onroerend goed evenals de vergoedingen en voordelen uit hoofde van een zakelijk gebruiksrecht (erfpacht, opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, enz.) op een onroerend goed, zoals bedoeld in art. 53, 33°, WIB 92,

- de verplichte bijlage 270 MLH en de gegevens die hierin vermeld moeten worden, zoals bedoeld in art. 307, § 2/2, WIB 92.

2. Nummer 22 van die circulaire bespreekt een geval waarin het niet verplicht is de bijlage 270 MLH toe te voegen aan de aangifte, namelijk voor huurvergoedingen en vergoedingen voor een zakelijk gebruiksrecht (erfpacht, opstal, vruchtgebruik, erfdienstbaarheid, enz.) op een onroerend goed die verbonden zijn aan de leveringen van goederen en diensten verricht door een belastingplichtige gevestigd op het grondgebied van de Gemeenschap in de zin van art. 1, § 2, 2°, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde of in Noorwegen, IJsland of Liechtenstein, waarvoor overeenkomstig het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde, de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde of elke andere wettelijke of reglementaire bepaling toepasbaar op de belastingplichtige, een factuur of een document in de plaats ervan werd opgesteld (1).

(1) Art. 307, § 2/2, vierde lid, WIB 92.

3. Dit addendum aan de circulaire 2024/C/29 verduidelijkt dat bovenstaande uitzondering op de verplichting om de bijlage 270 MLH toe te voegen ook van toepassing is op toekomstige periodieke betalingen bij het opstellen van een factuur met btw voor de vestiging van een zakelijk recht tegen periodieke vergoedingen.

De bepalingen met betrekking tot de verplichte bijlage 270 MLH zijn niet van toepassing op de (huur)vergoedingen waarvoor een rechts­geldige factuur, bevattende alle verplichte factuurvermel­dingen van art. 5, § 1, van het KB nr. 1 van 29.12.1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, of een ander document in de plaats van de factuur (zoals hiervoor omschreven) werd opgesteld.

Wanneer deze factuur of ander document betrekking heeft op alle toekomstige periodieke betalingen, zijn de bepalingen met betrekking tot de verplichte bijlage 270 MLH niet van toepassing op die toekomstige verschuldigde vergoedingen voor het zakelijk gebruiksrecht.

4.Recent heeft de wetgever ook een tweede geval voorzien waarin het niet verplicht is de bijlage 270 MLH toe te voegen aan de aangifte, namelijk wanneer de belastingplichtige huurder is van een onroerend goed dat overeenkomstig de pachtwetgeving of een vergelijkbaar buitenlands recht dat de pachtprijzen beperkt, is verhuurd en wordt gebruikt voor land- of tuinbouw. (2)

(2) Art. 18 wet 12.05.2024 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 29.05.2024) heeft deze uitzondering toegevoegd aan het eerste lid van art. 307, § 2/2 WIB 92.

5. De wetgever is immers van mening dat de situatie in de landbouwsector verschilt van die in andere sectoren, omdat veel van de pachtovereenkomsten die nu nog van kracht zijn, het resultaat zijn van een mondelinge overeenkomst en omdat veel van de eigendommen die op grond van pachtovereenkomsten worden gepacht, worden verpacht door eigenaren in onverdeeldheid, waarvan er soms bijzonder veel zijn, waarbij de pachter heel vaak niet alle effectieve verpachters kent omwille van onder meer verervingen en pachtoverdrachten. In de landbouwsector betreft het vaak talrijke onroerende goederen, waarbij per bewerkt perceel vaak sprake is van een veelheid van kadastrale percelen waarbij deze kadastrale perceelsgegevens vaak niet meer dezelfde zijn als deze vermeld in de initiële pachtovereenkomst. Deze elementen maken dat de administratieve last die gepaard gaat met de aangifteverplichting disproportioneel is en bijgevolg deze vrijstelling rechtvaardigt. (3)

(3) Parl. St. Kamer, DOC 55 3865/002, blz. 2.

6. Deze nieuw toegevoegde uitzondering treedt in werking vanaf aanslagjaar 2024. (4)

(4) Art. 21 wet 12.05.2024 houdende diverse fiscale bepalingen (BS 29.05.2024).

Interne ref.: 739.072/2




Mots clés