• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/10 over het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde 'valse hybride' met een Euro 6e-bis norm

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 07/01/2026 de Circulaire 2026/C/10 over het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde 'valse hybride' met een Euro 6e-bis norm.

Deze circulaire bespreekt de wijzigingen op het vlak van de berekening van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde 'valse hybride' met een Euro 6e-bis norm.

Inhoudstafel

I. Inleiding

II. Euro 6e-bis norm

III. Aanpassing definitie 'valse hybride'

A. Plug-in hybrides met een Euro 6e-bis norm of latere norm

B. Plug-in hybrides zonder een Euro 6e-bis norm of latere norm

IV. Lijst met overeenstemmende voertuigen

V. Wettelijke bepalingen

VI. Gecoördineerde wetgeving

VII. Inwerkingtreding

I. Inleiding

1. Eén van de parameters om het voordeel van alle aard te berekenen dat voortvloeit uit het persoonlijk gebruik van een ter beschikking gestelde bedrijfswagen (1) is het CO2-percentage. Dat CO2-percentage wordt vastgesteld aan de hand van een referentie-CO2-uitstoot en de CO2-uitstoot van de betrokken bedrijfswagen.

(1) Art. 36, § 2 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

2. Sommige hybridevoertuigen vertonen in de praktijk een aanzienlijk hogere CO2-uitstoot dan officieel opgegeven. Dit verschil is te wijten aan hun werkelijke verbruik, dat vaak niet overeenkomt met de theoretische waarden die bij de homologatie worden gebruikt. Om te vermijden dat deze voertuigen onterecht genieten van een gunstig fiscaal voordeel werd beslist om voor deze categorie van zogenaamde 'valse hybrides' een strengere berekeningswijze toe te passen (2).

(2) Zie art. 7 en art. 86, B2 van de wet van 25.12.2017 tot hervorming van de vennootschapsbelasting (B.S. 29.12.2017 – Numac: 2017014414) en art. 42 van de wet van 02.05.2019 houdende diverse fiscale bepalingen 2019-I (B.S. 15.05.2019 – Numac: 2019012436).

3. Die berekeningswijze voor 'valse hybrides' werd besproken in de circulaire 2019/C/56 van 28.06.2019 over de voordelen van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde 'valse hybride' en zijn corrigendum van 26.11.2019. Hierna wordt die berekeningswijze voor 'valse hybrides' nogmaals summier toegelicht.

4. Een 'valse hybride' is een:

- plug-in hybride (oplaadbaar hybridevoertuig)

- aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2018

- uitgerust met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht

- of met een uitstoot van meer dan 50 gram CO2 per kilometer.

5. Voor de forfaitaire berekening van het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een door de werkgever of onderneming ter beschikking gestelde 'valse hybride' wordt geen rekening gehouden met de CO2-uitstoot van die 'valse hybride' zelf, maar wel met de CO2-uitstoot van het 'overeenstemmende voertuig' dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen 'overeenstemmend voertuig' bestaat, wordt de uitstootwaarde van de 'valse hybride' vermenigvuldigd met 2,5.

6. De circulaire 2020/C/43 van 18.03.2020 over de definitie van het begrip 'overeenstemmend voertuig' bespreekt de criteria waaraan een voertuig moet voldoen om als 'overeenstemmend voertuig' in aanmerking te komen, alsook de verplichting voor de autofabrikant of, indien deze niet in België is gevestigd, de auto-invoerder om het 'overeenstemmend voertuig' te identificeren en die informatie mee te delen aan de FOD Financiën.

II. Euro 6e-bis norm

7. Vanaf 01.01.2025 is de Euro 6e-bis norm van kracht voor nieuwe gehomologeerde voertuigen. Deze norm heeft een grote impact op nieuwe plug-in hybrides (PHEV's). Deze voertuigen worden nu onderworpen aan strengere testmethoden om een realistischer beeld te krijgen van hun CO2-uitstoot. Naast laboratoriumtests moeten de voertuigen nu ook tests ondergaan in echte rijomstandigheden. Deze RDE-tests (Real Driving Emissions) zijn ontworpen om emissies te meten in rijomstandigheden die representatiever zijn voor de echte wereld, zodat voertuigen in verschillende rijomstandigheden aan de emissielimieten voldoen. Als gevolg hiervan zal de gemeten CO2-uitstoot aanzienlijk toenemen.

8. Er zijn twee deadlines:

- de Euro 6e-bis norm vanaf 01.01.2025

- en de Euro 6e-bis FCM norm (bekend als de 'definitieve' norm) vanaf 01.01.2027.

9. Bovendien zullen vanaf 01.01.2026 alle nieuwe verkochte plug-in hybride voertuigen onder de nieuwe regelgeving vallen. Voertuigen waarvan het model vóór 01.01.2025 is goedgekeurd, maar die nieuw worden verkocht vanaf 2026 zullen dus ook de nieuwe tests moeten ondergaan. Vanaf 2026 zal dus de meerderheid van de hybrides op de Belgische automarkt hun CO2-uitstoot kennen volgens deze nieuwe norm.

III. Aanpassing definitie 'valse hybride'

A. Plug-in hybrides met een Euro 6e-bis norm of latere norm

10. Aangezien het doel van de Euro 6e-bis norm is om een meer realistische weergave van hun CO2-uitstoot te verkrijgen, is het noodzakelijk om de grens te verhogen boven de welke een voertuig als 'valse hybride' wordt beschouwd.

11. Daarom heeft de wetgever voor plug-in hybrides:

- aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2018,

- waarvan de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm,

de huidige grens van 50 gram CO2 per kilometer verhoogd naar 75 gram per kilometer (3).

(3) Zie art. 22 en 29, eerste lid van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen, hierna W 18.12.2025 (BS 30.12.2025 - Numac: 2025009647). Opmerking: art. 22, W 18.12.2025 bevat een typografische fout: in de gepubliceerde tekst staat "Euro 6e1-bis norm", terwijl dit correct "Euro 6e-bis norm" moet zijn. De tekst die op 09.12.2025 werd aangenomen door de commissies en de tekst die op 11.12.2025 door de plenaire vergadering werd aangenomen en ter bekrachtiging aan de Koning werd voorgelegd bevatten wel de juiste benaming (zie parlementaire stukken van de W 18.12.2025, Parl. St. Kamer, DOC 56 0963/30, blz. 9 en DOC 56 0963/32). De nodige correctie zal op een later moment worden aangebracht.

12. Een plug-in hybride aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2018 waarvan de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm zal dus voortaan geen 'valse hybride' zijn wanneer dat voertuig:

- is uitgerust met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft gelijk aan of meer dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht

- EN een uitstoot heeft van 75 gram CO2 of minder per kilometer.

B. Plug-in hybrides zonder een Euro 6e-bis norm of latere norm

13. Voor plug-in hybrides:

- aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2018,

- waarvan de uitstoot NIET is berekend volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm,

blijft de huidige grens van 50 gram CO2 per kilometer boven de welke een voertuig als 'valse hybride' wordt beschouwd, behouden.

IV. Lijst met overeenstemmende voertuigen

14. De lijst met de overeenstemmende voertuigen voor de verschillende 'valse hybrides' is online raadpleegbaar via de website van de FOD Financiën (4).

(4) Zie www.financien.belgium.be > Ondernemingen > Vennootschapsbelasting > Voordelen van alle aard > Bedrijfswagens.

15. De administratie gebruikt de informatie die ze ontvangt van autofabrikanten en auto-invoerders om de lijst met overeenstemmende voertuigen op te stellen. Deze lijst is dus louter informatief en heeft geen enkele reglementaire waarde (5). De enige bepalende criteria rond de 'valse hybride' en zijn 'overeenstemmend voertuig' zijn deze opgesomd in art. 36, § 2, negende tot elfde lid, WIB 92 en in het koninklijk besluit van 05.09.2019 tot wijziging van het KB/WIB 92 op het stuk van het begrip overeenstemmend voertuig (BS 17.09.2019 – Numac: 2019014584) (hierna KB 05.09.2019).

(5) Zie nrs. 44 tot en met 49 van de circulaire 2020/C/43 van 18.03.2020.

16. De autofabrikanten en auto-invoerders (6) worden in dat verband nogmaals herinnerd aan hun verplichtingen opgesomd in het KB 05.09.2019 zoals besproken in voornoemde circulaire 2020/C/43 van 18.03.2020.

(6) Wanneer de autofabrikant niet in België is gevestigd.

17. Dit wil onder meer zeggen dat zij voor iedere 'valse hybride' een overeenstemmend voertuig moeten bepalen (7) en deze informatie, alsook alle hierbij noodzakelijk gebleken technische gegevens, aan de FOD Financiën moeten bezorgen bij de marktintroductie van die 'valse hybride' (8).

(7) Volgens de criteria opgesomd in het KB 05.09.2019.
(8) Welke technische gegevens, alsook de wijze waarop die technische gegevens bij de FOD Financiën moeten toekomen, wordt eveneens besproken in voornoemde circulaire 2020/C/43 van 18.03.2020.

V. Wettelijke bepalingen

18. Art. 36, § 2, negende lid, WIB 92 en art. 22 en 29 eerste lid, W 18.12.2025.

VI. Gecoördineerde wetgeving

19. Na de wijzigingen door de W 18.12.2025 luidt art. 36, § 2, negende lid, WIB 92 als volgt. De wijzigingen zijn aangeduid in het vet.

Art. 36, § 2, negende lid, WIB 92

Indien een vanaf 1 januari 2018 aangekocht, geleased of gehuurd oplaadbaar hybridevoertuig uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e1-bis norm of een latere norm, is de in aanmerking te nemen uitstoot van het betrokken voertuig gelijk aan deze van het overeenstemmende voertuig dat voorzien is van een motor die uitsluitend gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. Voor de berekening van de energiecapaciteit wordt het verkregen resultaat afgerond tot de hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt.

VII. Inwerkingtreding

20. Voormelde aanpassing van de definitie van 'valse hybride' heeft uitwerking vanaf 01.01.2025 en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2025 (7).

(7) Art. 29, eerste lid, W 18.12.2025.

Interne ref.: 713.755/5


Mots clés

Articles recommandés

Minder nieuwe bedrijfswagens in 2025

Kaaimantaks: opvolging 2025 van de aanbevelingen