• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/15 betreffende de wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit nr. 22 wat de verplichting tot het uitreiken in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel betreft

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde / Algemene Administratie van de inning en de invordering publiceerde op 13/01/2026 de Circulaire 2026/C/15 betreffende de wijzigingen aangebracht aan het koninklijk besluit nr. 22 wat de verplichting tot het uitreiken in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel betreft.

Eerste commentaar met betrekking tot het koninklijk besluit van 12.12.2025 tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde, wat de verplichting inzake de uitreiking in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel in het kader van de bijzondere regeling voor landbouwondernemers betreft.

Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Reglementaire bepalingen

2.1. Algemene bepalingen

2.2. Uitreiking in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel door de belastingplichtige koper of afnemer aan de landbouwondernemer

2.3. Slotbepalingen

3. Commentaar

3.1. De verplichting in hoofde van de medecontractant tot het uitreiken van het aankoopborderel onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur

3.2. Uitzondering op de verplichting tot het uitreiken van het stuk onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur

3.3. Termijn voor het uitreiken van het stuk of de gestructureerde elektronische factuur

3.4. Technische onmogelijkheid tot het uitreiken van het stuk onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur in hoofde van de medecontractant

3.5. Wijze van handelen door belastingplichtigen andere dan diegene die gehouden zijn elektronische facturen uit te reiken

3.6. Inschrijving in het boek voor inkomende facturen

3.7. Verplichting voor de landbouwer tot het uitreiken van een factuur onder een andere vorm dan in gestructureerde elektronische vorm voor handelingen bedoeld in artikel 57, § 5, van het Btw-Wetboek

4. Inwerkingtreding

5. Tolerantieperiode van 3 maanden inzake het opleggen van fiscale administratieve geldboeten

1. Inleiding

Deze circulaire becommentarieert de wijzigingen aangebracht door het koninklijk besluit van 12.12.2025 aan het koninklijk besluit nr. 22 van 15.09.1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde (hierna 'het koninklijk besluit van 12.12.2025') (B.S. 24.12.2025).

De wijzigingen die door dit besluit worden aangebracht hebben betrekking op de nieuwe modaliteiten van de uitreiking van het aankoopborderel door de medecontractant van de landbouwondernemer die de bijzondere regeling voor landbouwondernemers toepast.

2. Reglementaire bepalingen

2.1. Algemene bepalingen

Artikel 1 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt:

'Dit koninklijk besluit voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.'.

2.2. Uitreiking in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel door de belastingplichtige koper of afnemer aan de landbouwondernemer

Artikel 2 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt:

'Artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 22 van 15 september 1970 met betrekking tot de bijzondere regeling voor landbouwondernemers inzake belasting over de toegevoegde waarde, vervangen bij het koninklijk besluit van 14 april 1993 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 december 2024, wordt vervangen als volgt:

“Art. 4. § 1. Voor elke in artikel 3, tweede lid, bedoelde handeling voor belastingplichtigen die in principe gehouden zijn voor hun uitgaande handelingen een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken krachtens artikel 53, § 2bis, eerste lid, van het Wetboek, reikt de medecontractant van de landbouwondernemer een stuk uit in de vorm van een gestructureerde elektronische factuur dat beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

Het eerste lid is niet van toepassing wanneer de landbouwondernemer aan de in het eerste lid bedoelde medecontractant zelf een gestructureerde elektronische factuur uitreikt die beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

Het in het eerste lid bedoelde stuk of de in het tweede lid bedoelde factuur wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden overeenkomstig de artikelen 16 en 22, van het Wetboek.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, reikt de medecontractant van de in paragraaf 1 bedoelde landbouwondernemer, die om technische redenen niet in staat is om zelf of door een derde in zijn naam en voor zijn rekening, het in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde stuk uit te reiken overeenkomstig de door die bepaling bedoelde modaliteiten, binnen de in paragraaf 1, vierde lid voorziene termijn een stuk uit in twee exemplaren in een andere vorm.

Het in het eerste lid bedoelde stuk bevat de volgende vermeldingen:

1° de datum waarop het stuk wordt uitgereikt en het volgnummer waaronder het is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen;

2° de naam en het adres van de koper of ontvanger en van de landbouwondernemer en de vermelding dat deze laatste onderworpen is aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemingen;

3° de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst, of de datum waarop zich een ander belastbare feit heeft voorgedaan;

4° de gewone benaming en de hoeveelheid van de geleverde goederen of de aard van de dienst, in voorkomend geval met vermelding van alle gegevens die voor het bepalen van het toe te passen tarief nodig zijn;

5° de prijs zonder belasting en de andere elementen van de maatstaf van heffing;

6° het forfaitaire compensatiepercentage en het bedrag van de forfaitaire compensatie dat aan de landbouwondernemer is betaald overeenkomstig artikel 3;

7° alle andere bijzondere of afwijkende vermeldingen die worden voorgeschreven door de besluiten genomen ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Het in het eerste lid bedoelde stuk wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden. De landbouwondernemer ondertekent één van de exemplaren van dat stuk voor akkoord en geeft het af of stuurt het terug aan de belastingplichtige koper of ontvanger. De belastingplichtige gehouden tot indiening van een periodieke aangifte vermeldt op dat stuk het tarief en het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting.

§ 3. Paragraaf 2 is van toepassing voor alle in artikel 3, tweede lid, bedoelde handelingen voor belastingplichtigen andere dan die bedoeld in paragraaf 1.

§ 4. De belastingplichtige koper of ontvanger schrijft het uitgereikte stuk of de ontvangen factuur in in zijn boek voor inkomende facturen met aantekening van de door artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde voorgeschreven vermeldingen, alsmede, wat de belastingplichtige betreft gehouden tot het indienen van een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte, het bedrag van de belasting waarvan hij schuldenaar is tegenover de Staat, overeenkomstig artikel 5 van dit besluit.".'

Artikel 3 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt:

'Artikel 4bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993 en laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 december 2015 wordt vervangen als volgt:

"Voor iedere in artikel 57, § 5, van het Wetboek bedoelde handeling reikt de landbouwondernemer aan de koper of ontvanger een factuur uit of zorgt ervoor dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of door een derde een factuur wordt uitgereikt, overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Wetboek.".'

Artikel 4 van het koninklijk besluit van 12.12.20255 luidt als volgt:

'In artikel 5 van hetzelfde besluit, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1° in het eerste lid wordt de tweede zin vervangen als volgt:

"Hij tekent dat verschil aan in zijn boek voor inkomende facturen bij de inschrijving van het stuk of de factuur bedoeld in artikel 4 met betrekking tot die handeling en neemt dat verschil op in het bedrag van de verschuldigde belasting dat wordt vermeld in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin het belastbare feit zich heeft voorgedaan."

2° in het tweede lid worden de woorden "§ 1 of § 2," opgeheven.'

Artikel 5 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt als volgt:

'In artikel 5bis, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 14 april 1993, worden de woorden ", § 1 of § 2" opgeheven.'.

2.3. Slotbepalingen

Artikel 6 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt als volgt:

'Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.

In geval van een van 1 januari tot en met 31 maart 2026 gepleegde inbreuk op de verplichtingen die door dit besluit worden ingevoerd, zal door de administratie geen fiscale geldboete worden opgelegd, behalve wanneer die inbreuk wordt gepleegd met het oogmerk om te schaden of om de belasting te ontduiken.'

Artikel 7 van het koninklijk besluit van 12.12.2025 luidt als volgt:

'De minister bevoegd voor Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit.'

3. Commentaar

3.1. De verplichting in hoofde van de medecontractant tot het uitreiken van het aankoopborderel onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur

De leveringen van goederen en de diensten verricht door een landbouwondernemer met toepassing van de bijzondere landbouwregeling worden gedocumenteerd aan de hand van (papieren) aankoopborderellen die door de afnemer van de goederen en diensten moeten worden uitgereikt overeenkomstig artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 22.

In het licht van de veralgemeende verplichting tot het uitreiken van gestructureerde elektronische facturen, die op termijn ook de basis zal vormen van een systeem van veralgemeende elektronische rapportering van handelingen tussen belastingplichtigen, wordt voorzien in de uitreiking in gestructureerde elektronische vorm van het aankoopborderel door de belastingplichtige koper of afnemer aan de landbouwondernemer.

Overeenkomstig artikel 4 (nieuw), § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 22, moet voor elke in artikel 3, tweede lid, bedoelde handeling voor belastingplichtigen die in principe gehouden zijn voor hun uitgaande handelingen een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken krachtens artikel 53, § 2bis, eerste lid, van het Btw-Wetboek, de medecontractant van de landbouwondernemer een stuk uitreiken in de vorm van een gestructureerde elektronische factuur dat beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

Het toepassingsgebied ratione materiae van de verplichting om een dergelijk stuk uit te reiken wordt niet gewijzigd. Het betreft de in artikel 3, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 22 bedoelde handelingen, d.w.z. de handelingen bedoeld in 57, § 1, derde lid, 1° en 2°, van het Btw-Wetboek.

3.2. Uitzondering op de verplichting tot het uitreiken van het stuk onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur

Overeenkomstig is artikel 4 (nieuw), § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 22 is het eerste lid niet van toepassing wanneer de landbouwondernemer aan de in het eerste lid bedoelde medecontractant zelf een gestructureerde elektronische factuur uitreikt dat beantwoordt aan de in artikel 13ter van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde bedoelde normen.

3.3. Termijn voor het uitreiken van het stuk of de gestructureerde elektronische factuur

Artikel 4, § 1, derde lid, nieuw, van het koninklijk besluit nr. 22 voorziet erin dat het stuk bedoeld in het eerste lid of de gestructureerde elektronische factuur bedoeld in het tweede lid worden uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden overeenkomstig de artikelen 16 en 22 van het Wetboek.

3.4. Technische onmogelijkheid tot het uitreiken van het stuk onder de vorm van een gestructureerde elektronische factuur in hoofde van de medecontractant

Als de medecontractant van de landbouwer – hoewel hij wettelijk gezien in principe verplicht is om gestructureerde elektronische facturen uit te reiken – technisch niet in staat is om het in artikel 4 (nieuw), § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit nr. 22 bedoelde stuk in de vorm van een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken, voorziet § 2, eerste lid, van datzelfde artikel erin dat dat stuk vervangen mag worden door een stuk in twee exemplaren in een andere vorm (bv. papier of enig ander niet-gestructureerd elektronisch formaat, zoals bijvoorbeeld een bestand in Word- of pdf-formaat).

Dit stuk dient de vermeldingen te bevatten bedoeld in artikel 4 (nieuw), § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 22. Het gaat om volgende vermeldingen:

1° de datum waarop het stuk wordt uitgereikt en het volgnummer waaronder het is ingeschreven in het boek voor inkomende facturen

2° de naam en het adres van de koper of ontvanger en van de landbouwondernemer en de vermelding dat deze laatste onderworpen is aan de bijzondere regeling voor landbouwondernemingen

3° de datum van de levering van het goed of van de voltooiing van de dienst, of de datum waarop zich een ander belastbare feit heeft voorgedaan

4° de gewone benaming en de hoeveelheid van de geleverde goederen of de aard van de dienst, in voorkomend geval met vermelding van alle gegevens die voor het bepalen van het toe te passen tarief nodig zijn

5° de prijs zonder belasting en de andere elementen van de maatstaf van heffing

6° het forfaitaire compensatiepercentage en het bedrag van de forfaitaire compensatie dat aan de landbouwondernemer is betaald overeenkomstig artikel 3

7° alle andere bijzondere of afwijkende vermeldingen die worden voorgeschreven door de besluiten genomen ter uitvoering van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.

Artikel 4 (nieuw), § 2, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 22 bepaalt dat het stuk wordt uitgereikt uiterlijk de vijftiende werkdag van de maand na die waarin het belastbare feit heeft plaatsgevonden.

Diezelfde bepaling preciseert tevens dat de landbouwondernemer één van de exemplaren van dat stuk voor akkoord moet ondertekenen en afgeven of terugsturen aan de belastingplichtige koper of ontvanger. De belastingplichtige gehouden tot indiening van een periodieke aangifte vermeldt op dat stuk het tarief en het bedrag van de op de handeling verschuldigde belasting.

3.5. Wijze van handelen door belastingplichtigen andere dan diegene die gehouden zijn elektronische facturen uit te reiken

De procedure van uitreiking van het stuk in een andere vorm dan een gestructureerde elektronische factuur is eveneens van toepassing voor de in artikel 3, tweede lid, bedoelde handelingen verricht door de landbouwondernemer voor belastingplichtigen andere dan die bedoeld in artikel 4 (nieuw), § 1, van het koninklijk besluit nr. 22 (zie artikel 4 (nieuw), § 3, van het koninklijk besluit nr. 22).

De in artikel 4 (nieuw), § 3, van het koninklijk besluit nr. 22 beoogde belastingplichtigen zijn diegene die er niet toe gehouden zijn voor hun uitgaande handelingen een gestructureerde elektronische factuur uit te reiken krachtens artikel 53, § 2bis, eerste lid, van het Btw-Wetboek. Die belastingplichtigen mogen voor de afname van bedoelde handelingen die onder de toepassing vallen van de bijzondere landbouwregeling het stuk in twee exemplaren in een andere vorm uitreiken als bedoeld in artikel 4 (nieuw), § 2, van het koninklijk besluit nr. 22.

Het gaat hier bijvoorbeeld om de belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten bedoeld in artikel 44 van het Btw-Wetboek alsook de belastingplichtigen onderworpen aan de forfaitaire regeling bedoeld in artikel 56 van het Btw-Wetboek.

3.6. Inschrijving in het boek voor inkomende facturen

Overeenkomstig artikel 4 (nieuw), § 4, van het koninklijk besluit nr. 22 schrijft de belastingplichtige koper of ontvanger het uitgereikte stuk of de ontvangen factuur in in zijn boek voor inkomende facturen met aantekening van de door artikel 15 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde voorgeschreven vermeldingen, alsmede, wat de belastingplichtige betreft gehouden tot het indienen van een in artikel 53, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek bedoelde periodieke aangifte, het bedrag van de belasting waarvan hij schuldenaar is tegenover de Staat, overeenkomstig artikel 5 van datzelfde koninklijk besluit nr. 22.

Artikel 5, eerste lid, tweede zin (nieuw), van het koninklijk besluit nr. 22 verwijst voortaan naar het stuk of de factuur bedoeld in artikel 4 van datzelfde besluit.

De wijze waarop de het stuk of de factuur wordt verwerkt in de periodieke btw aangifte wordt niet gewijzigd.

De belastingplichtige koper of ontvanger die in België gehouden is een periodieke aangifte in te dienen neemt, zoals voorheen, het verschil tussen de belasting berekend tegen het tarief dat voor de handeling geldt en het bedrag van de forfaitaire compensatie aan in zijn boek voor inkomende facturen.

Hij mag als belasting over de toegevoegde waarde in aftrek brengen, overeenkomstig de artikelen 45 tot 49 van het Wetboek, zowel het bedrag van de forfaitaire compensatie waarvoor de betaling aan de landbouwondernemer wordt gestaafd conform artikel 4 van het koninklijk besluit nr. 22 als de aanvullende belasting die hij in zijn aangifte heeft opgenomen.

3.7. Verplichting voor de landbouwer tot het uitreiken van een factuur onder een andere vorm dan in gestructureerde elektronische vorm voor handelingen bedoeld in artikel 57, § 5, van het Btw-Wetboek

Artikel 57, § 5, eerste lid, van het Btw-Wetboek bepaalt dat de Schatkist aan de koper of ontvanger terugbetaling toekent van het bedrag van de forfaitaire compensatie dat hij aan de forfaitair belaste landbouwers heeft betaald uit hoofde van een van de volgende handelingen:

1° de leveringen van landbouwproducten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39bis, 1°, wanneer de koper een belastingplichtige is, of een niet-belastingplichtige rechtspersoon, die als zodanig optreedt in een andere lidstaat en op wie in deze lidstaat de in artikel 25ter, § 1, tweede lid, omschreven afwijking niet toepasselijk is

2° de leveringen van landbouwproducten die worden verricht onder de voorwaarden van artikel 39, voor een belastingplichtige koper die buiten de Gemeenschap is gevestigd, in de mate dat deze landbouwproducten door de koper gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger verschuldigd is

3° landbouwdiensten die worden verricht voor een binnen de Gemeenschap maar in een andere lidstaat gevestigde belastingplichtige ontvanger of voor een buiten de Gemeenschap gevestigde belastingplichtige ontvanger, in de mate dat deze diensten door de ontvanger gebruikt worden voor het verrichten van handelingen in het buitenland, waarvoor recht op aftrek zou ontstaan indien zij in het binnenland zouden plaatsvinden of om diensten te verstrekken die geacht worden in België plaats te vinden en waarvoor de belasting overeenkomstig artikel 51, § 2, door de ontvanger is verschuldigd.

Artikel 4bis (nieuw) van het koninklijk besluit nr. 22 bepaalt dat voor iedere in artikel 57, § 5, van het Btw-Wetboek bedoelde handeling de landbouwondernemer aan de koper of ontvanger een factuur uitreikt of ervoor zorgt dat in zijn naam en voor zijn rekening, door zijn medecontractant of door een derde een factuur wordt uitgereikt, overeenkomstig artikel 53, § 2, van het Btw-Wetboek.

Voor deze handelingen is de landbouwondernemer bijgevolg eveneens niet gehouden tot het uitreiken van een gestructureerde elektronische factuur als bedoeld in artikel 53, § 2bis, van het Btw-Wetboek.

4. Inwerkingtreding

Het koninklijk besluit van 12.12.2025 treedt in werking op 01.01.2026.

5. Tolerantieperiode van 3 maanden inzake het opleggen van fiscale administratieve geldboeten

Overeenkomstig artikel 6, tweede lid, van het koninklijk besluit van 12.12.2025 zal, in geval van een van 01.01.2026 tot en met 31.03.2026 gepleegde inbreuk op de verplichtingen die door dit besluit worden ingevoerd, door de administratie geen fiscale geldboete worden opgelegd, behalve wanneer die inbreuk wordt gepleegd met het oogmerk om te schaden of om de belasting te ontduiken.

Deze tolerantie van drie maanden ontslaat de betrokken belastingplichtigen uiteraard niet van de verplichting om onmiddellijk alles in het werk te stellen om zich zo snel mogelijk aan deze nieuwe verplichtingen te conformeren.

Interne ref.: 142.759


Mots clés