
De Algemene administratie van de patrimoniumdocumentatie publiceerde op 19/03/2026 de Circulaire 2026/C/47 over de programmawet van 18 juli 2025.
Administratieve commentaren bij de programmawet van 18 juli 2025 (B.S. 29 juli 2025) betreffende de wijzigingen aangebracht aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten voor de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
Inhoudstafel
2. Wijziging aangebracht aan artikel 238 W.Reg.
A) Nieuw bedrag voor het registratierecht
B) Betaalwijzen van het registratierecht
C) Gevolgen van de betaling voor de ontvankelijkheid van de procedure
1. De verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
2. Het verzoek tot naturalisatie
4. Het principe van geen teruggave
3. Inwerkingtreding en toepassing in de tijd van de wet
In het Belgisch Staatsblad van 29 juli 2025 werd de programmawet van 18 juli 2025 (hierna “de wet") gepubliceerd die artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wijzigt (1) (hierna "W.Reg.”) betreffende de registratierechten met betrekking tot de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit bedoeld in hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (hierna "WBN"), met uitzondering van de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 17 WBN (art. 238, eerste lid W.Reg.).
----------
(1) https://www.minfin.fgov.be/myminfin-web/pages/public/fisconet/compare/65e5b7b7-02e0-4e9b-b1d6-ff3bd543f67b/aea4dbba-3198-43a7-95ec-74ebdae626b3/aea4dbba-3198-43a7-95ec-74ebdae626b3
----------
De federale wetgever wenste het financiële kader dat van toepassing is op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit te herevalueren, rekening houdende met vergelijkende praktijken op Europees niveau en budgettaire vereisten op nationaal niveau.
Tussen 1 februari 2000 (2) tot en met 31 december 2012 was de procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit kosteloos. De wet van 4 december 2012, die op 1 januari 2013 in werking is getreden, heeft artikel 238 W.Reg. hersteld en voerde een registratierecht van 150 euro in voor elke aanvraag tot naturalisatie of nationaliteitsverklaring zoals voorzien in hoofdstuk III WBN met uitzondering van de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 17 WBN (oud art. 238, eerste lid W.Reg.). Dit bedrag bleef ongewijzigd tot 2025, ondanks internationale vergelijkingen die aanzienlijk hogere kosten lieten optekenen in buurlanden waaronder Nederland of het Verenigd Koninkrijk. (3)
----------
(2) Zie Circulaire nr. 1/2000 van 10.01.2000.
(3) Zie MvT, Parl.St., Kamer 2024, 56-0246/001, blz. 3.
----------
De wet heeft geen substantiële wijzigingen aangebracht in de voorwaarden voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit zoals voorzien in het WBN, waarvan de voorwaarden dus ongewijzigd blijven. (4)
----------
(4) Wetsvoorstel, (Parl. St., Kamer 2024, 56 0246/001 en ontwerp van programmawet, Parl. St., Kamer 2024-2025, 56 0909/030.
----------
Artikel 4 heeft aan artikel 238 W.Reg. volgende wijzigingen aangebracht:
In het tweede lid van dit artikel wordt het bedrag van het registratierecht van 150 euro vervangen door het bedrag van 1.000 euro. Dit recht wordt specifiek geheven op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit zoals voorzien in hoofdstuk III WBN, met uitzondering van de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit op grond van artikel 17 WBN, zoals vermeld in artikel 238, eerste lid W.Reg.
Het nieuwe bedrag betreft dus:
1. Aanvragen tot verkrijging van de Belgische nationaliteit door nationaliteitsverklaring (zie Afdeling 1 van hoofdstuk III WBN – artikelen 12bis tot 15 WBN);
2. Het nieuwe bedrag geldt ook in geval van een verklaring tot herverkrijging van de Belgische nationaliteit. Niettegenstaande de herverkrijging van de Belgische nationaliteit wordt geregeld in hoofdstuk V van het WBN, bepaalt het enige artikel van dat hoofdstuk (art. 24 WBN) dat “Hij die de Belgische nationaliteit anders dan door vervallenverklaring heeft verloren (...) kan ze door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde (…) verklaring herverkrijgen”. Artikel 15 WBN bevat de procedure van Belgische nationaliteitsverklaring, zijnde dus één van de procedures in hoofdstuk III WBN tot verkrijging van de Belgische nationaliteit. Hieruit en uit de ratio legis kan worden besloten dat het recht verschuldigd is in het kader van een procedure tot herkrijging van de Belgische nationaliteit (5). De verhoging van het bedrag aan registratierechten van 150 euro naar 1.000 euro, raakt zo ook de verklaring gedaan overeenkomstig artikel 15 WBN voor de herverkrijging van de Belgische nationaliteit.
3. Alsook de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit door naturalisatie (zie Afdeling 2 van hoofdstuk III WBN – artikelen 18, 19 en 21 WBN).
----------
(5) Zie Circulaire nr. 6/2013 van 28.05.2013, punt 2.
----------
De kandidaat voor de Belgische nationaliteit moet het registratierecht kwijten vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring tot verkrijging van de Belgische nationaliteit (art. 238, derde lid W.Reg.).
Deze betaling kan worden uitgevoerd:
1. Online via MyMinfin: de betaling wordt gestort op een rekening van de Algemene administratie van invordering en invordering (AAII). Een bewijs van betaling is beschikbaar in de rubriek “Mijn Documenten” in MyMinfin binnen de 24 uren. Opgelet: het betaalbewijs wordt nu via MyMinfin enkel afgeleverd op naam van diegene die in MyMinfin is aangemeld (het afgeleverde betaalbewijs kan bijgevolg enkel door en voor die persoon nuttig worden aangewend). Diegene ten behoeve van wie de betaling wordt verricht (aldus diegene die het verzoek of de verklaring tot het bekomen van de Belgische nationaliteit zal verrichten) moet dus zelf aangemeld zijn via zijn eigen MyMinfin-profiel.
2. Via bankoverschrijving: de betaling wordt overgemaakt via overschrijving op de rekening van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid. Volgend op deze betaling, zal er een betaalbewijs worden afgeleverd – normaal per post – zodat hij (diegene voor wie de betaling wordt verricht en wiens naam op het kwijtschrift wordt vermeld als diegene voor wie de betaling wordt verricht) een van de hierboven vermelde procedures kan opstarten.
Er wordt in artikel 238, derde lid W.Reg. bepaald dat dit recht moet “gekweten worden vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring”. (6)
----------
(6) https://financien.belgium.be/nl/faq/een-nationaliteitsaanvraag-betalen.
----------
Bijgevolg volgt hieruit:
Het WBN bepaalt in artikel 15, § 2 dat enerzijds als de verklaring volledig en ontvankelijk is en het registratierecht vermeld in artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, werd voldaan, de ambtenaar van de burgerlijke stand een ontvangstbewijs afgeeft:
- hetzij binnen vijfendertig werkdagen na de aflegging van de verklaring indien de verklaring meteen volledig werd bevonden,
- hetzij binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling werd verleend om het verzuim te herstellen, als de verklaring aanvankelijk onvolledig werd bevonden.
Het WBN voorziet ook in artikel 21, § 3 dat, wanneer het naturalisatiedossier volledig werd bevonden en het registratierecht bepaald bij het voormelde artikel 238 werd voldaan, een ontvangstmelding wordt afgeleverd door de ambtenaar van de burgerlijke stand of, in voorkomend geval, door de Kamer van volksvertegenwoordigers.
Het WBN bepaalt in artikel 15, § 2, vijfde lid dat de niet-tijdige betaling van het registratierecht evenwel niet kan worden geregulariseerd. Hieruit volgt dat, in het kader van de procedure door nationaliteitsverklaring elke niet-tijdige betaling de verklaring (en bijgevolg de procedure) van rechtswege onontvankelijk maakt of verhindert dat er gevolg wordt gegeven aan de aanvraag. Wordt de verklaring onvolledig beschouwd, dan wordt hiervan kennisgegeven bij aangetekende brief binnen vijfendertig werkdagen na de aflegging van de verklaring, dan wel binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling wordt verleend om het verzuim te herstellen (art. 15, § 2, zesde lid WBN).
Het is evident dat verschuldigde registratierechten niet kunnen worden teruggegeven, ongeacht de uitkomst van het verzoek of de verklaring dan wel de procedure, of het nu gaat om een onontvankelijkheid of een weigering. Het recht is immers verschuldigd ingevolge het verzoek of de verklaring. Er is ook geen teruggave mogelijk als de regularisatie niet gebeurt, of als ze niet binnen de wettelijke termijnen gebeurt, overeenkomstig het WBN. (7)
----------
----------
Zo moet dan ook elk verzoek tot teruggave worden geweigerd in geval van afstand in het kader van een procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit. Een teruggave van het speciale recht op procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit zou dus slechts mogelijk zijn als een eis kan worden gebaseerd op de burgerrechtelijke principes van het recht op teruggave in geval van onverschuldigde betaling of betaling zonder oorzaak waarbij de bewijslast van het onverschuldigde karakter van de betaling ligt bij de persoon die om teruggave verzoekt. Dit onder voorbehoud van de beoordeling door de bevoegde autoriteit. (8)
----------
(8) Circulaire nr. 6/2013 d.d. 28.05.2013 (punt 7).
----------
De betaling van het registratierecht is slechts geldig voor één procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit. De aanvrager van wie de aanvraag/verklaring werd afgewezen mag enkel een nieuwe procedure aanvatten op voorwaarde dat hij kan aantonen dat hij eerder een nieuw registratierecht heeft betaald. (9)
----------
(9) Circulaire nr. 6/2013 d.d. 28.05.2013 (punt 5).
----------
De wetgever heeft voorzien in de jaarlijkse indexering op 1 januari, volgens de volgende formule: basisrecht vermenigvuldigd met de nieuwe index (index van de consumptieprijzen van de maand september die elke indexatie voorafgaat) en gedeeld door de beginindex van de maand september 2024. Er wordt gepreciseerd dat het resultaat van de indexering naar boven zal worden afgerond op het hogere tiental euro en dat uiterlijk in de loop van de maand december van elk jaar het bedrag dat toepasselijk is voor het volgende kalenderjaar zal worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad, alsook op de webstek van de Federale Overheidsdienst Financiën. De eerste indexering zal dus op 1 januari 2026 plaatsvinden.
De wijzigingen aangebracht aan artikel 238 W.Reg. zijn in werking getreden op de dag van de bekendmaking van de wet in het Belgisch Staatsblad, namelijk op 29 juli 2025 (art. 5 van de wet). De wetgever heeft niet in overgangsbepalingen voorzien, zodat er ook niet in een afwijking is voorzien.
Elke aanvrager die het recht van 150 euro vóór 29 juli 2025 heeft betaald en een bewijs van betaling (kwijting) heeft ontvangen, zal geen aanvullende betaling moeten doen, zelfs niet als de aanvraag of verklaring na deze datum wordt ingediend, ongeacht of het dossier al dan niet volledig is.
Het bedrag van 1.000 euro is van toepassing op alle betalingen die vanaf 29 juli 2025 worden gedaan voor de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit voorzien in hoofdstuk III WBN zoals hierboven aangehaald. Daarom moet elke nieuwe aanvraag, zonder voorafgaande kwijting van de betaling van het bedrag van 150 euro, die vanaf 29 juli 2025 wordt ingediend, vergezeld gaan van een kwijting van de betaling van 1.000 euro.
In geval van een aanvraag of verklaring die onontvankelijk wordt verklaard, wordt geweigerd of waarvan afstand wordt gedaan en waarvoor een betaling van 150 euro werd gedaan vóór 29 juli 2025, is elke latere aanvraag of verklaring die na die datum wordt ingediend, onafhankelijk van die eerste en geeft ze bijgevolg aanleiding tot de betaling van een nieuw specifiek vast recht van 1.000 euro.
Uit het voorgaande volgt dat, wat de toepasselijkheid betreft, het bewijs van de datum van de daadwerkelijke betaling van het registratierecht — hetzij via MyMinfin, hetzij via overschrijving op de rekening van het bevoegde kantoor Rechtszekerheid — het verschuldigde bedrag van het registratierecht bepaalt.
Het vereiste betaalbewijs stelt de bevoegde persoon of instantie in staat om de desbetreffende verklaring of het desbetreffende verzoek te ontvangen. Zij maakt het ook mogelijk dat de bevoegde persoon of instantie een gevolg (ongeacht het resultaat) aan de bedoelde verklaring of het bedoelde verzoek kan geven. Dit uiteraard in zoverre alle andere vereiste voorwaarden zijn vervuld.