• FR
  • NL
  • EN

De bezoldigingstheorie: een stand van zaken

In zijn arrest van 13 november 2014 heeft het Hof van Cassatie geoordeeld dat door te oordelen dat het toestaan van een voordeel van alle aard door een vennootschap aan haar zaakvoerder als tegenprestatie voor zijn activiteiten in de schoot van de vennootschap en dat de kosten verbonden aan dit voordeel van alle aard bijdragen tot het bezoldigen van de zaakvoerder, het arrest de stelling van de administratie tegenspreekt dat deze kosten geen noodzakelijke band met de beroepswerkzaamheid vertonen en het hof van beroep bijgevolg terecht heeft geoordeeld dat deze kosten aftrekbaar zijn als beroepskost. In zijn arrest van 14 oktober 2016 heeft ons hoogste rechtscollege haar rechtspraak verduidelijkt door te stellen dat de belastingplichtige het bewijs moet leveren dat de bezoldigingen waarvan hij de aftrek vraagt, beantwoorden aan werkelijk geleverde prestaties. Het feit dat het voordeel van alle aard belastbaar is in hoofde van de zaakvoerder volstaat op zich niet opdat de kosten verbonden aan het voordeel van alle aard aftrekbaar zijn als beroepskost. Het Hof van Cassatie had reeds in haar arrest van 16 januari 1992 geoordeeld dat het volstaat dat een voordeel van alle aard werd verkregen omwille van het mandaat als zaakvoerder, opdat dit voordeel belastbaar zou zijn als bedrijfsleidersbezoldiging. De belastingadministratie moet daarnaast niet het bewijs leveren dat er tegenover het voordeel van alle aard ook effectieve prestaties van de bedrijfsleider staan. Gelet op de andere bewoording van artikel 32 en 49 WIB kan voormelde rechtspraak enkel bijgetreden worden. In tijden waar iedereen de mond vol heeft van rechtvaardige belastingen, kan deze discrepantie ( in de fiscale wet betreurd worden, maar dura lex, sed lex. We moeten vandaag evenwel vaststellen dat nogal wat rechtbanken en hoven klaarblijkelijk van oordeel zijn dat kosten van onroerend goed, die als bezoldiging in natura wordt ter beschikking gesteld aan de bedrijfsleider, niet aftrekbaar zouden mogen zijn. Gezien een duidelijke wettekst, zoals correct geïnterpreteerd door ons hoogste rechtscollege, dit wel toelaat, zoekt men dan andere redenen om de kosten te kunnen verwerpen. Daarbij wordt zelfs het feit dat werkelijke prestaties geleverd zijn, niet wordt of kan worden betwist naast zich neergelegd, maar stelt men dat niet bewezen werd dat er tegenover de bezoldiging in natura werkelijke prestaties staan. Op dergelijke â politieke rechtspraak (d.i. rechtspraak waar het buikgevoel van de rechter primeert op de wet) kan men nooit met zekerheid anticiperen. Tijdens het seminarie bekijken we hoe de risico's toch geminimaliseerd kunnen worden.

Mots clés