Omzetting van de 5de AWW richtlijn : het wetsvoorstel is nu in het Parlement ingediend !

Dit wetsontwerp van 8 juni 2020 vormt de omzetting van de Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/ EG en 2013/36/EU.

De omzetting van deze Richtlijn gebeurt door wijzigingen aan te brengen in de bestaande relevante wetgeving, in hoofdzaak aan de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten. Een aantal bepalingen in de voornoemde Richtlijn werden reeds eerder omgezet via andere wetgeving. Dit wetsontwerp bevat aldus enkel de nog om te zetten bepalingen van Richtlijn (EU) 2018/843.

Doelstelling
Doelstelling van deze 5de richtlijn is dat de Europese Unie beter in staat moet zijn om de financiering van ter- rorisme tegen te gaan en een hogere transparantie kan garanderen van financiële verrichtingen en vennootschap- pen, andere juridische entiteiten, trusts en soortgelijke constructies. De richtlijn heeft niet alleen tot doel het witwassen van geld op te sporen en te onderzoeken, maar ook witwassen te voorkomen. Meer transparantie zal een krachtig afschrikkend effect kunnen hebben

De 5de richtlijn ook een reactie op de publicatie van de Panama- en andere papers. Men wil zo veel mogelijk grensoverschrijdend misbruik van fiscale constructies voorkomen, en er dus voor zorgen dat ook deze beroepen onder de wet vallen.

Wijzigingen
De belangrijkste wijzigingen aan de huidige antiwit- waswetgeving zijn onder andere :

  • Toevoeging van nieuwe onderworpen entiteiten (zie hieronder);
  • Verlaging van de limiet voor niet-herlaadbare betalingsinstrumenten.
Anonieme prepaid- betaalkaarten worden vaak gebruikt bij terroristische activiteiten en aanvallen. Vandaar dat de drempels voor de vrijstelling van de identificatie en verificatie van de cliënt worden verlaagd van 250 euro naar 150 euro en de vrijstelling van de identificatie en verificatie van de cliënt niet meer van toepassing in geval dat de terugbetaling of opname in contanten van de monetaire waarde van het elektronisch geld hoger is dan 50 euro, of in geval van betalingstransacties op afstand (remote payment transactions).
  • Opstellen van een lijst van prominent publieke functies
De lidstaten dienen nu een lijst op te stellen van de exacte functies die als prominent publieke functies gekwalificeerd kunnen worden. Daarnaast moeten ook de internationale organisaties die op hun grondgebied gevestigd zijn een dergelijke lijst opstellen. Deze lijsten dienen vervolgens overgemaakt te worden aan de Europese Commissie.
De prominent publieke functies zijn de functies aan- geduid door artikel 3, lid 1, punt 9 en zoals omgezet door artikel 4, 28°, van de wet van 18 september 2017. Deze lijst is opgenomen als bijlage bij deze ontwerpwet en zal ingevoegd worden als Bijlage IV in de voornoemde wet van 18 september 2017.

  • Waakzaamheid ten aanzien van cliënten.
De identificatie en verificatie van cliënten kan nu ook gebeuren op basis van middelen voor elektronische identificatie. Deze middelen zijn de diensten voor elektronische identificatie en vertrouwensdiensten zoals geregeld en gereglemen- teerd door de eIDAS Verordening (Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van richtlijn 1999/93/ EG). De 5e richtlijn bepaalt dat waar beschikbaar dit ook inhoudt middelen van elektronische identificatie erkend door nationale autoriteiten.

  • Bepalingen betreffende het register van uiteindelijke begunstigden.
De belangrijkste wijzigingen, naast enkele juridisch- technische verbeteringen, betreffen de toegang tot het register van uiteindelijke begunstigden en dus tot de informatie van de betreffende natuurlijke personen, de gehanteerde criteria voor de registratie in het UBO- register voor de trusts en soortgelijke constructies, de mogelijkheid dat financiële inlichtingeneenheden en bevoegde autoriteiten discrepanties in informatie kun- nen melden aan het UBO-register en de invoering van een limitatieve bewaartermijn voor de gegevens in het UBO-register.
  • harmoniseren van versterkte waakzaamheidsverplichtingen
De harmonisatie van deze verplichtingen draagt bij tot het vermijden van “forum-shopping”, dit is het uitvoeren van zakelijke relaties gebaseerd op hoe jurisdicties meer of minder strenge regels toepassen ten aanzien van dergelijke derde landen.
  • Versterkte regels inzake informatie-uitwisseling en toegang tot informatie.
Het betreft ten eerste de verplichting tot het oprichten van gecentraliseerde automatische mechanismen voor bank- en betaalrekeningen, ten tweede versterkte mogelijkheden voor FIE’s (financiële inlichtingeneenheden), in België is dit de CFI (Cel voor financiële informatieverwerking), om elke informatie die zij nodig hebben, te verkrijgen en ten derde een toegang voor de bevoegde autoriteiten en de CFI tot de gegevens verzameld door het kadaster.

Nieuwe onderworpen entiteiten
De richtlijn voegt een aantal nieuwe entiteiten toe aan de lijst van onderworpen entiteiten zoals opgesomd in artikel 5, § 1, van de wet van 18 september 2017. Elk van die onderworpen entiteiten is verplicht om de wet- telijke bepalingen inzake SWG/FT toe te passen.

Deze nieuwe entiteiten zijn:
  • Aanbieders van virtuele valuta en bewaarportefeuilles;
  • Kunsthandelaars (wanneer de waarde van de verrichtingen of een reeks van verrichtingen 10 000 euro of meer bedraagt);
  • Personen die als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op belastinggebied verlenen;
  • Vastgoedmakelaars, ook wanneer zij optreden als tussenpersoon bij de verhuur van onroerend goed, maar alleen met betrekking tot transacties waarvoor de maandelijkse huurprijs 10 000 euro of meer bedraagt.

Personen die als voornaamste bedrijfs- of beroeps- activiteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op belasting- gebied verlenen;
Tussen anderen waren de externe accountants en belastingconsulenten (en hun externe stagiairs) en de externe erkende boekhouders en erkende boekhouders-fiscalisten (en hun  externe stagiairs) reeds onderworpen aan de vierde antiwitwasrichtlijn.

Hierbij komt nu ook “iedere persoon die zich ertoe verbindt als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen materiële hulp, bijstand of advies op fiscaal vlak te verlenen”. De maatschappij van vandaag vereist steeds meer responsabilisering van adviseurs en personen die bevoegd zijn om de fiscale verplichtingen van derden te vervullen.

Elke niet-erkende consultant/fiscale dienstverlener die als voornaamste bedrijfs- of beroepsactiviteit, rechtstreeks of via andere met hem gelieerde personen de volgende activiteiten uitoefent voor rekening van derden, zou zich door het Institute for Tax Advisors and Accountants (hierna “ITAA”) op de naleving van de antiwitwaswet- geving moeten laten controleren:

  • 1° advies inzake alle fiscale materies;
  • 2° bijstand aan belastingplichtigen bij het vervullen van hun fiscale verplichtingen;
  • 3° vertegenwoordiging van de belastingplichtigen.

Dit ontwerp van wet legt door de omzetting van de 5e antiwitwasrichtlijn de verplichting op aan elke niet- erkende consultant/fiscale dienstverlener om zich door het ITAA te laten controleren voor de naleving van de antiwitwaswetgeving, en dit met het oog op de omzetting van deze verplichting, zoals vereist in toepassing van artikel 2.1.3. a) van de richtlijn (EU) 2015/849.

Dit houdt in dat elke niet-erkende consultant/fiscale dienstverlener zich, op eenvoudig verzoek, zal moeten registreren bij het ITAA door middel van inschrijving op een speciale lijst die wordt bijgehouden door het ITAA.


Bron : Belgische Kamer van volksvertegenwoordigers, 8 juni 2020, WETSONTWERP houdende diverse bepalingen tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten DOC 55 1324/001, 687 pagina's !

    Tags

    • 5e AML richtlijn
    • AML
    • ITAA
    • UBO-register
    • Waakzaamheid ten aanzien van cliënten.
    • eIDAS-verordening
    • harmonisering door van de versterkte waakzaamheidsverplichtingen
    • onderworpen personen en entiteiten
    • prominent publieke functies