• FR
  • NL
  • EN

De Belgische inflatie volgens de HICP bedraagt 1,4% in januari ten opzichte van 2,2% in december en 2,6% in november.

Zoals eerder aangekondigd, gaan vanaf deze maand enkele wijzigingen van kracht bij de berekening van de consumptieprijsindex (CPI) en de geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP). Zo wordt het referentiejaar van de CPI en de HICP gewijzigd naar 2025 = 100, wat geen impact heeft op de inflatiemeting. Daarnaast zal de indeling van goederen en diensten veranderen met de overgang naar ECOICOP versie 2, om nieuwe consumptiegewoonten beter weer te geven. Deze wijziging hebben geen invloed op de totaalcijfers van de indexen, noch op de inflatie. Voor meer informatie, kan u de analyse omtrent deze veranderingen raadplegen op de Statbel-website.

  • De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) bedraagt 1,4% in januari ten opzichte van 2,2% in december en 2,6% in november.
  • De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in januari 2,5% tegenover 2,9% in december.
  • De inflatie volgens de consumptieprijsindex (CPI) voor de maand januari bedraagt 1,1% ten opzichte van 2,1% in december.
  • De subindices met de grootste positieve impact op de inflatie zijn kleding, geneesmiddelen, restaurants en cafés en woninghuur.
  • De subindices die deze maand de grootste negatieve impact hebben op de inflatie zijn aardgas, motorbrandstoffen, elektriciteit en huisbrandolie.
  • Eurostat zal op 25 februari de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor januari publiceren.

De inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP)[1] bedraagt in januari 1,4% ten opzichte van 2,2% in december en 2,6% in november. De inflatie volgens de geharmoniseerde consumptieprijsindex met constante belastingvoet (HICP-CT)[2] bedroeg 1,4% in januari tegenover 2,2% in december.


De kerninflatie, die geen rekening houdt met de prijsevolutie van de energieproducten en de onbewerkte voedingsmiddelen, bedraagt 2,5% in januari, tegenover 2,9% in december en 2,7% in november. De inflatie zonder energieproducten bedraagt 2,5%, tegenover 2,9% december.


De inflatie voor voeding bedraagt deze maand 0,5%, tegenover 2,7% vorige maand. De inflatie van olie bedroeg deze maand -3,1% tegenover -1,2% in december. Voor zuivelproducten daalde de inflatie naar -3,7% tegenover 2,4% vorige maand. Vis heeft deze maand een inflatie van -0,2% tegenover 1,2% in december. De inflatie van brood en granen bedroeg in januari -0,2% tegenover 2,0% in december. De inflatie van vlees daalde van 5,8% vorige maand naar 3,4% in januari.


De bijdrage van energie tot de inflatie was negatief van januari 2023 tot februari 2024. Deze inflatie bedraagt nu
-0,9%, een daling ten opzichte van vorige maand (-0,4%). Voeding, daarentegen, levert een bijdrage van 0,1%.


Elektriciteit is nu 4,3% goedkoper dan een jaar geleden. Aardgas vertoont een inflatie van -15,6% ten opzichte van januari vorig jaar. De prijs van huisbrandolie is met 16,0% gedaald ten opzichte van vorig jaar.


Inflatie en impact van de 13 hoofdgroepen op de inflatie

Op basis van de opsplitsing in de 13 hoofdgroepen wordt de hoogste inflatie in januari gemeten voor “Kleding en schoenen” (9,3%). De laagste inflatie werd gemeten voor de groep “Huisvesting, water en energie” (-1,6%). De groep “Kleding en schoenen” is de hoofdgroep die in januari de grootste positieve impact had op de inflatie, met 0,3 procentpunt. De groep “Huisvesting, water en energie” heeft de grootste negatieve impact uitgeoefend met -0,6 procentpunt.

Inflatie[3] en impact[4] op de inflatie voor de globale HICP en de 13 hoofdgroepen

Productgroep
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
Impact op inflatie (%-punt)
HICP
HICP-CT
nov/25
dec/25
jan/26
jan/26
nov/25
dec/25
jan/26
0
Totaal bestedingen
1.000,0
2,6
2,2
1,4
1,4



1
Voedingsmiddelen en alcoholvrije dranken
140,8
3,0
2,7
0,5
0,5
0,0
0,1
-0,2
2
Alcoholische dranken en tabak
54,8
2,3
2,2
1,3
1,6
0,0
0,0
0,0
3
Kleding en schoenen
65,4
-2,4
0,2
9,3
9,3
-0,3
-0,1
0,3
4
Huisvesting, water en energie
157,3
3,3
0,9
-1,6
-1,6
0,2
-0,3
-0,6
5
Stoffering en huishoudelijke apparaten
62,7
2,9
2,8
0,1
0,1
0,0
0,0
-0,1
6
Gezondheid
100,6
2,3
2,3
2,8
2,8
0,0
0,0
0,2
7
Vervoer
111,0
2,1
1,8
0,3
0,3
-0,1
0,0
-0,1
8
Informatie en communicatie
42,0
-0,2
-0,2
3,3
3,3
-0,1
-0,1
0,1
9
Recreatie, sport en cultuur
96,3
4,6
4,1
2,6
2,6
0,2
0,2
0,1
10
Onderwijs
4,6
2,2
2,2
2,2
2,2
0,0
0,0
0,0
11
Hotels, cafés en restaurants
84,1
4,8
4,0
3,7
3,7
0,2
0,2
0,2
12
Verzekeringen en financiële diensten
28,5
2,1
2,6
2,3
2,3
0,0
0,0
0,0
13
Lichaamsverzorging en overige diensten
51,9
2,5
2,6
1,3
1,3
0,0
0,0
0,0

Inflatie volgens specifieke aggregaten

De globale HICP kan opgesplitst worden in vijf specifieke aggregaten, die samen de totale bestedingen vormen.

De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in januari 2,5%. Dat is een daling ten opzichte van de 2,9% in december. De gemiddelde kerninflatie van de laatste 12 maanden is gelijk aan 2,8%. Ten opzichte van vorige maand daalden de prijzen van dit subaggregaat met 1,8%.

Inflatie volgens specifieke aggregaten

Specifieke aggregaten
Gewicht (‰)
Inflatie op jaarbasis (%)
12 maandelijks gemiddelde (%)
Maandelijkse wijziging
nov/25
dec/25
jan/26
jan/26
jan/26
Totaal bestedingen
1.000,0
0,0
0,0
0,0
0,0
-1,6
Energiedragers
80,4
0,0
-0,0
-0,1
0,0
-0,2
Bewerkte levensmiddelen
149,3
0,0
0,0
0,0
0,0
0,4
Niet-bewerkte levensmiddelen
46,3
0,0
0,0
0,0
0,0
0,3
Niet-energetische industriële goederen
259,4
0,0
0,0
0,0
0,0
-5,8
Diensten
464,6
0,0
0,0
0,0
0,0
-0,3
HICP zonder energie en onbewerkte levensmiddelen (kerninflatie)
873,3
0,0
0,0
0,0
0,0
-1,8

Impact van de subindices op de inflatie

De grootste positieve impact op de inflatie wordt gerealiseerd door kleding, namelijk met 0,35 procentpunt. Geneesmiddelen hebben een positieve impact van 0,23 procentpunt. Restaurants en cafés hebben een positieve impact van 0,20 procentpunt. Woninghuur heeft een positieve impact van 0,18 procentpunt.

Subindices met de grootste positieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2026
jan/26
03.1.2
Kleding
48,3
0,35
06.1.1
Geneesmiddelen
13,8
0,23
11.1.1
Restaurants en cafés
75,2
0,2
04.1.1
Woninghuur
74,4
0,18

De negatieve impact op de inflatie was het grootst voor aardgas, namelijk -0,42 procentpunt. Motorbrandstoffen hadden een impact van -0,24 procentpunt. Elektriciteit had een negatieve impact van -0,21 procentpunt. Huisbrandolie had een negatieve impact van -0,18 procentpunt.

Subindices met de grootste negatieve impact op de inflatie

Subindex
Gewicht (‰)
Impact op inflatie (%-punt)
2026
jan/26
04.5.2
Aardgas
17,8
-0,42
07.2.2
Motorbrandstoffen
23,7
-0,24
04.5.1
Elektriciteit
31,1
-0,21
04.5.3
Huisbrandolie
6,9
-0,18

Vergelijking tussen België en de buurlanden

Aangezien de definitieveHICP van onze buurlanden pas later wordt bekendgemaakt, kan er slechts een vergelijking gemaakt worden op basis van de eerste snelle inflatieraming van de HICP (HICP flash estimate) van januari. In België bedroeg deze inflatie 1,4% in januari, een daling ten opzichte van de 2,2% in december. Nederland tekende een inflatie op van 2,2% in januari, dit is een daling ten opzichte van de 2,7% in december. In Frankrijk bedroeg de inflatie in januari 0,4%; ze daalde daarmee ten opzichte van de 0,7% in december. De eerste snelle inflatieraming van de HICP van januari voor Duitsland bedroeg 2,1%, een lichte stijging ten opzichte van december toen de inflatie 2,0% bedroeg.


Aangezien Eurostat de geharmoniseerde consumptieprijsindexcijfers met constante belastingvoet voor januari nog niet publiceerde, is december de recentste maand om mee te kunnen vergelijken. De inflatie op basis van de HICP-CT bedroeg in België in december 2,2%. Ze daalde daarmee ten opzichte van de 2,7% in november. In december bedroeg deze inflatie in Duitsland 1,9%. Dat is een daling ten opzichte van november, toen de inflatie 2,5% bedroeg. De inflatie in Frankrijk daalde van 0,5% in november naar 0,4% december. In Nederland steeg ze licht tot 2,7% in december. In november bedroeg deze inflatie 2,6%.


[1] Naast de nationale consumptieprijsindex (CPI) berekent Statbel ook een Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (Harmonised Index of Consumer Prices, HICP). De HICP maakt een vergelijking tussen het inflatiepeil van de lidstaten van de Europese Unie mogelijk. De toegepaste bestedingsoptiek en methoden zijn daartoe zo goed mogelijk gecoördineerd en in Europese regelgeving vastgelegd. De resultaten van de CPI en de HICP zijn niet gelijk. Dat komt vooral door een andere weging en samenstelling van het pakket goederen en diensten waarop deze indices zijn gebaseerd.

Tevens wordt de HICP gebruikt door de Europese Centrale Bank voor haar monetair beleid. Verder wordt de HICP gebruikt om te bepalen in hoeverre een lidstaat voldoet aan de inflatiecriteria bepaald in het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Enkele verschilpunten tussen de HICP en de huidige CPI:

[2] De HICP-CT wordt op dezelfde wijze berekend als de gewone HICP. In deze index worden de prijzen echter berekend op basis van constante belastingtarieven. Deze index geeft dan ook de theoretisch potentiële impact weer van wijzigingen in de indirecte belastingtarieven (zoals de btw of accijnzen) op de gemeten inflatie. Het betreft hier echter een theoretische impact omdat verondersteld wordt dat de belastingwijzigingen meteen en volledig worden doorgerekend in de prijzen die door consumenten betaald worden.

[3] De inflatie op jaarbasis meet de prijswijziging tussen de huidige maand en dezelfde maand van het voorgaande jaar. Een 12-maandelijks gemiddelde vergelijkt de gemiddelde HICP van de laatste 12 maanden met het gemiddelde van de voorgaande 12 maanden. Een maandelijkse wijziging vergelijkt de prijsniveaus van de laatste twee maanden.

[4]De impact op de inflatie toont de wijziging van de inflatie door het integreren van de subindex in de HICP. De impact houdt niet alleen rekening met het gewicht van de subindex, maar ook of de inflatie van de subindex hoger of lager is dan deze van het geheel aan bestedingen (globale HICP).

  • De Belgische inflatie volgens de Europees geharmoniseerde consumptieprijsindex (HICP) bedraagt 1,4% in januari ten opzichte van 2,2% in december en 2,6% in november.
  • De kerninflatie (inflatie zonder energie en onbewerkte levensmiddelen) bedraagt in januari 2,5% tegenover 2,9% in december.
  • De inflatie volgens de consumptieprijsindex (CPI) voor de maand januari bedraagt 1,1% ten opzichte van 2,1% in december.
  • De subindices met de grootste positieve impact op de inflatie zijn kleding, geneesmiddelen, restaurants en cafés en woninghuur.
  • De subindices die deze maand de grootste negatieve impact hebben op de inflatie zijn aardgas, motorbrandstoffen, elektriciteit en huisbrandolie.
  • Eurostat zal op 25 februari de geharmoniseerde consumptieprijsindex van de EU-landen voor januari publiceren.
  • De inflatie voor energieproducten is gedaald ten opzichte van vorige maand. Ze bedraagt in januari -8,9% ten opzichte van -4,4% in december en 1,0% in november. Ten opzichte van de voorgaande maand daalden de prijzen gemiddeld met 0,2%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 2,2% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de bewerkte levensmiddelen bedraagt in januari 0,5% ten opzichte van 2,6% in december en 2,8% in november. Ten opzichte van december stegen de prijzen gemiddeld met 0,4%. De gemiddelde inflatie bedraagt 4,3% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor de niet-bewerkte levensmiddelen (fruit, groenten, vlees en vis) bedraagt in januari 1,5% ten opzichte van 2,7% in december en in november. Ten opzichte van december stegen de prijzen gemiddeld met 0,3%. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 2,2% voor de laatste twaalf maanden.
  • De inflatie voor niet-energetische industriële goederen bedraagt in januari 2,3% ten opzichte van 0,7% in december en 0,3% in november. Ten opzichte van de vorige maand daalden de prijzen gemiddeld met 5,8%, voornamelijk als gevolg van de solden.
  • Voor diensten (inclusief huur) bedraagt de inflatie in januari 3,4% ten opzichte van 4,2% in december en november. De gemiddelde inflatie van dit aggregaat bedraagt 3,7% voor de laatste twaalf maanden.

  • De weging van het pakket aan goederen en diensten in de HICP is hoofdzakelijk gebaseerd op de nationale rekeningen. Op de lagere gedetailleerde niveaus wordt gebruikt gemaakt van het huishoudbudgetonderzoek. De CPI gebruikt hoofdzakelijk het huishoudbudgetonderzoek op alle niveaus.
  • De referentiepopulatie van de HICP bestaat uit particuliere huishoudens (incl. toeristen in België) en bewoners van institutionele huishoudens (o.a. rusthuizen en instellingen). Voor de CPI zijn dit momenteel particuliere huishoudens met een leeftijdsgrens voor de referentiepersoon.
  • In de HICP wordt een binnenlands bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan in België door de referentiepopulatie. Voor de CPI wordt een nationaal bestedingsconcept gehanteerd, dit zijn bestedingen gedaan door de referentiepopulatie ongeacht de locatie.
  • Voor de HICP wordt geen seizoenscorrectie toegepast, voor de CPI wordt dit gedaan voor buitenlandse reizen en vakantiedorpen.
  • De solden werden in de CPI geneutraliseerd, in de HICP worden deze in de maand opgenomen.
  • Voor huisbrandolie wordt de huidige prijs gebruikt in de berekening van de HICP. In de berekening van de CPI wordt een gewogen 12-maandelijks gemiddelde gehanteerd.Content

C

Mots clés

Articles recommandés