Het jaar 2024 noteerde een tienjarig record inzake faillissementen: meer dan 11.000 faillissementen, of meer dan 30 per dag. Is dat nu goed of slecht nieuws? Veel of weinig?
Economisten hebben het over de turbulentiegraad. Dit is het aantal starters plus het aantal faillissementen en liquidaties samengeteld. Deze turbulentiegraad is een barometer voor de dynamiek van een regio. Een lage turbulentiegraad wijst er immers op dat bedrijven zonder toekomstperspectieven in leven blijven en dat er te weinig starters zijn. Ter illustratie: de turbulentiegraad in het economisch zeer dynamisch land waar ik lesgeef, Litouwen, is de hoogste van Europa, zijnde 42%. Jaarlijks komen er 23% nieuwe ondernemingen bij en gaan er 19% in liquidatie. De economie is er kerngezond.
De turbulentiegraad is er veel groter dan het gemiddelde van Europa, waar 10,7% nieuwe bedrijven bijkomen en 8,5% van de bestaande bedrijven er jaarlijks mee ophouden. België behoort tot de landen met de laagste turbulentiegraad in Europa De starters vertegenwoordigen 8% van de ondernemingspopulatie, de stopzettingen 3%. Dit leidt tot een turbulentiegraad van slechts 11%, of bijna viermaal minder dan Litouwen.
De kritische lezer zou zich de vraag kunnen stellen of er dan te weinig stopzettingen zijn. De dagelijkse publicaties in Made in van de faillissementen en de 11.000 jaarlijkse faillissementen zijn toch indrukwekkend. Wel, de relatieve lage stopzettingsgraad wijst erop dat niet-levensvatbare kmo’s blijven overleven. Dat is nefast voor de productiviteit van een regio, want die bedrijven gebruiken kapitaal en schaarse arbeidskrachten waardoor gezonde kmo’s het moeilijk hebben om aan arbeidskrachten te geraken. In het economisch jargon hebben we het over zombies. Meer nog, vermits ze in een overlevingsstrijd zitten, nemen ze vaak genoegen met opdrachten te aanvaarden zonder winstmarges, alleen om hun algemene kosten dekken. Dat geldt ook in het kader van overheidsopdrachten wat leidt tot concurrentievervalsing. Dat zet natuurlijk een domper op het ondernemingslandschap in België.
Over hoeveel bedrijven gaat het precies? Voor de OESO is een zombiebedrijf een bedrijf dat reeds minstens tien jaar bestaat en reeds minstens drie jaar niet voldoende operationele winsten heeft om haar financiële lasten te betalen. Op basis van die definitie concludeert de OESO dat de meeste zombies leven, in afnemende volgorde in Italië, Spanje en België. Voor België gaat het om 40.382 bedrijven of 13,3% van alle bedrijven (eenmanszaken worden niet in rekening gebracht). Een op zeven Belgen werkt in een zombiebedrijf en 15% van het kapitaal wordt gebruikt voor de financiering van zombiebedrijven, besluit de OESO. Gigantisch.
“Het kmo-landschap heeft belang bij turbulentie waarbij niet-rendabele bedrijven zonder toekomstperspectief plaats maken voor nieuwe bedrijven.”
Een andere manier van Graydon met gelijkaardige resultaten, is te kijken naar het eigen vermogen van een bedrijf. In België hebben 65.660 bedrijven of 14 procent van alle bedrijven een negatief eigen vermogen. Ze zijn dus – althans boekhoudkundig – niets (meer) waard. De kerngroep aan ongezonde ondernemingen en spookbedrijven is sterk gegroeid, besluit Graydon.
Het kmo-landschap heeft belang bij turbulentie waarbij niet-rendabele bedrijven zonder toekomstperspectief plaats maken voor nieuwe bedrijven die hun productiefactoren beter kunnen inzetten. Een van de oorzaken van het hoge aantal zombies is natuurlijk het niet-gericht subsidiebeleid. België is één van de gulste landen met ondernemingssubsidies, goed voor 6,3 % van het Bruto Binnenlands Product. Het OESO-gemiddelde is 3,8%. Dit betekent dat Belgische bedrijven gemiddeld 40% meer subsidies ontvangen. Daarnaast proberen banken zo lang mogelijk de kredieten in hun boeken te behouden, want zolang het bedrijf niet overkop gaat dienen de kredieten niet te worden afgeschreven. Ten slotte proberen heel wat familiebedrijven het faillissement zo lang mogelijk uit te stellen door jaarlijks de verliezen bij te passen. Dit alles plaatst de dagelijkse faillissementscijfers in een ander perspectief. Wat niet belet dat, jammer genoeg, veel faillissementen drama’s zijn voor de ondernemers en hun familie.