Maak er een Europese Liberation day van

Deze week was het in de VS ‘Liberation day’ (Bevrijdingsdag), verzonnen door Trump. Woensdagavond kondigde hij aan hoe hij de Amerikaanse economie wil ‘bevrijden’ van de (volgens hem) vele oneerlijke handelspraktijken die de rest van de wereld de VS al decennialang aandoen. Zijn ‘oplossing’ daarvoor zijn massale invoerheffingen. Op alle invoer in de VS komt er een minimum invoerheffing van 10%, maar voor de meeste landen komen daar extra heffingen bovenop. China kijkt aan tegen een extra heffing van 34% (bovenop de al bestaande 20%). Voor Japan wordt dat 24%, voor Cambodja 49%, voor Lesotho 50%. De Europese Unie wordt als één blok beschouwd, en krijgt een heffing van 20% (al zijn er nog uitzonderingen daarop, bijvoorbeeld voor farma).

Als dit doorgevoerd wordt zoals aangekondigd, betekent dat voor de VS qua invoerheffingen een stap van meer dan 100 jaar terug in de tijd. De gemiddelde invoerheffing op invoer in de VS springt terug naar het hoogste niveau sinds begin jaren 1900. Zowel voor de Amerikaanse als voor de rest van de wereldeconomie is dat slecht nieuws.


Economische schade

Trump zet daarmee een volgende stap in zijn handelsoorlog. Eerder zei hij al dat hij invoerheffing het mooiste woord in het woordenboek vond. De meeste economen gaan daar niet mee akkoord. In een peiling onder economen in de VS geeft 83% aan dat hogere invoerheffingen zullen leiden tot lagere economische groei, en 96% denkt dat die zullen zorgen voor hogere inflatie. Vooruitzichten voor zowat de hele wereldeconomie werden de voorbije maanden dan ook bijgesteld in die richting: minder groei en hogere inflatie. Volgens de nieuwste vooruitzichten van de OESO zou de Amerikaanse economie vertragen van nog 2,8% groei in 2024 naar 1,6% in 2026. Dat zal zo goed als zeker nog te optimistisch zijn.

Als zeer open economie zal ook de Belgische economie de impact van de handelsoorlog voelen, zeker als die verder escaleert met tegenmaatregelen van andere landen. Een eerdere studie van de Nationale Bank raamde de negatieve impact van een wederkerige invoerheffing van 10% tussen België en de VS voor de Belgische economie op 1% van het bbp. In euro’s van vandaag komt dat overeen met een dikke 6 miljard euro. Daarnaast is er een reëel risico op bijkomende negatieve impact via het aangetaste vertrouwen en via de buitenlandse investeringen. Amerikaanse bedrijven zijn bij de belangrijkste buitenlandse investeerders in de België.


Waarom?

Om een beetje te kunnen inschatten waar Trump met zijn handelsoorlog naartoe wil, is het belangrijk om te weten waarom hij dit allemaal doet. Daarrond was er de voorbije weken al heel wat speculatie: van het wegwerken van het handelstekort, over het terughalen van industrie naar de VS, een compensatie voor de BTW-vrijstelling van exporteurs in andere landen tot zelfs een groots opgezet Mar-a-Lago akkoord. Helaas houdt geen van die ‘redenen’ steek. Ook zijn aankondiging deze week bracht op dat vlak geen duidelijkheid.

Een handelstekort impliceert dat een land meer consumeert dan het zelf produceert. In de VS zit het grootste onevenwicht op dat vlak bij de overheid, met een begrotingstekort van ruim 7% van het bbp. Zolang daar niets aan gedaan wordt (en Trump heeft daar geen ernstig plan voor), zal het handelstekort niet verdwijnen. Het terughalen van industrie naar de VS zou een reden kunnen zijn, maar de Amerikaanse economie kwam de voorbije jaren al dicht bij haar limieten, onder meer door een tekort aan arbeidskrachten. Gezien de plannen rond migratiestop en deportaties de krapte op de arbeidsmarkt nog zullen verergeren, is het onwaarschijnlijk dat de industriële activiteit fors uitgebreid kan worden zonder dat dat ten koste gaat van andere delen van de Amerikaanse economie. Hogere invoerheffingen als compensatie voor het onevenwicht tussen BTW-vrijstellingen en de Amerikaanse omzetbelasting is een duidelijke drogreden. Volgens die redenering moeten ook alle andere verschillen (zoals die in loonbelasting) gecompenseerd worden.


Mar-a-Lago akkoord?

En dan is er ook nog het idee van een Mar-a-Lago akkoord dat erop gericht zou zijn om de dollar te verzwakken, maar tegelijkertijd wel de rol van de dollar als internationale reservemunt te vrijwaren. Dat zou dan moeten kunnen doordat andere landen die Amerikaans schuldpapier aanhouden die omzetten in veel langer lopende obligaties (tot 100 jaar) en daarop veel langere rentes accepteren. In ruil zouden die landen dan lagere invoerheffingen en militaire bescherming krijgen. Dat ‘plan’ lijkt toch vooral gevaarlijke onzin. Zelfs als landen daarin zouden meegaan, impliceert dit grote risico’s voor inflatie en vooral voor de stabiliteit van het globale financiële systeem.

Er is helaas een reële kans (die snel aan het toenemen is) dat er geen ernstige strategie achter de hele handelsoorlog zit. Dat maakt het allemaal nog moeilijker te voorspellen welke richting Trump uiteindelijk zal uitgaan. En ook die onzekerheid is nefast voor de economie. Bedrijven moeten dan immers grotere buffers inbouwen en investeringsbeslissingen worden extreem moeilijk. Met grote economische blokken zoals de VS en Europa die al duidelijk onder normale toeren draaien, kan die onzekerheid recessiescenario’s snel dichter brengen.


Europa moet vooral naar zichzelf kijken

De onzekerheid rond de beleidsplannen van Trump zal niet verdwijnen. Dat houdt ook negatieve risico’s in voor de Europese economie. De beste manier om daarop te reageren, is door het afwerken van de interne Europese markt. De handelsbarrières die nog altijd bestaan op de Europese markt zijn een veelvoud van de invoerheffingen waarmee Trump dreigt. En die zijn bovendien van toepassing op veel grotere volumes. Volgens analyses van het IMF zijn er binnen de Europese markt voor de industrie handelskosten die overeenkomen met een invoerheffing van 44%. Tussen Amerikaanse staten is dat amper 15%. In de Europese dienstensectoren lopen die handelskosten zelfs op tot 110%.

Die barrières binnen de Europese markt gaan heel ver. Als een bedrijf een nieuw medicijn wil lanceren op de Europese markt, dan moet het voor goedkeuring en terugbetaling onderhandelen met 27 autoriteiten. In de VS is dat met één autoriteit. De maximaal toegestane tonnage voor vrachtwagens verschilt tussen verschillende lidstaten. Zo mag een vrachtwagen met 44 ton rondrijden in België, maar in Oostenrijk maar met 40 ton. Voor treinen zijn er verschillen in spoorbreedte. Banken zijn nog altijd overwegend nationaal georganiseerd. Dat zijn maar een paar voorbeelden in een eindeloze lijst van handelsbarrières die het economisch potentieel op de Europese markt ondermijnen. Volgens het Draghi-rapport impliceren die interne handelsbelemmeringen een gemiste 10% aan economische activiteit op Europees niveau. Dat komt overeen met 1700 miljard. Voor België zou dat neerkomen op minstens 60 miljard (en allicht meer gezien ons land meer dan gemiddeld afhankelijk is van interne Europese handel).


Liberation day in Europa

Een meer eengemaakte Europese markt betekent meer economische activiteit, hogere productiviteit, meer doorgroeiende scale-ups, een efficiëntere financiering, meer mogelijkheden voor de duurzame transitie, een coherenter energiebeleid, meer koopkracht, een ambitieuzer innovatiebeleid… Het economisch potentieel van een echte eengemaakte markt in Europa is dan ook veel groter dan de potentiële schade die Trump ons kan aandoen. Hopelijk blijkt Trump de katalysator die Europa nodig had om dat eindelijk echt aan te pakken. Zo zou de Amerikaanse handelsoorlog een Liberation day voor Europa kunnen worden.

Mots clés

Articles recommandés

Comment revaloriser l'expertise comptable?

Le serpent monétaire européen à 52 ans

L’or flambe: allons-nous vers un choc monétaire en 2025 ?