
De wet van 18 mei 2026 houdende wijzigingen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren en van het Sociaal Strafwetboek bevat een aantal maatregelen met betrekking tot de regeling van de vrijwillige overuren.
De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen voert vanaf 1 juni 2026 verschillende versoepelingen in op het vlak van de arbeidsreglementen, meer specifiek wat de vermelding van de uurroosters betreft.
In de eerste plaats wordt de algemene verplichting om alle toepasselijke voltijdse uurroosters afzonderlijk op te nemen in het arbeidsreglement versoepeld.
Naast de opname van de afzonderlijke uurroosters, zal het vanaf 1 juni 2026 ook mogelijk zijn om in het arbeidsreglement een kader van de gewone arbeidstijd vast te stellen dat de tijdvakken afbakent waarin er in de onderneming wordt gewerkt. Dit kader moet een aantal verplichte elementen bevatten. Voltijdse of vaste deeltijdse uurroosters die zich binnen dit kader situeren, moeten dan niet meer afzonderlijk in het arbeidsreglement worden vermeld.
Deze versoepeling doet wel geen afbreuk aan eventuele bijzondere regels op het vlak van de vermeldingen in het arbeidsreglement m.b.t. de arbeidstijd, bv. bij toepassing van specifieke arbeidsregelingen.
Daarnaast wordt ook de overlegprocedure tot wijziging van het arbeidsreglement vanaf 1 juni 2026 versoepeld voor wijzigingen van het arbeidsreglement die betrekking hebben op de uitbreiding van een bestaand kader van de gewone arbeidstijd of de invoering van een nieuw uurrooster.
Wanneer er over zo'n ontwerp tot wijziging van het bestaand arbeidsreglement geen overeenstemming bestaat binnen de onderneming, dan schrijven de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen een verzoeningsprocedure voor, eerst door de Arbeidsinspectie en vervolgens door het bevoegde paritair comité. Indien die verzoeningspogingen niet slagen, wordt het geschil in principe door het paritair comité beslecht. Voortaan zal het paritair comité in deze gevallen een geldige beslissing kunnen nemen wanneer zij de stemmen van minstens alle aanwezige vertegenwoordigers van één representatieve werkgeversorganisatie en van minstens alle aanwezige vertegenwoordigers van één representatieve werknemersorganisatie heeft bekomen.
Voor de beslechting van de overige geschillen in het kader van de procedure tot instelling of wijziging van het arbeidsreglement, blijft de bestaande regeling behouden: de beslissing van het paritair comité is dan enkel geldig wanneer zij ten minste 75 pct. der stemmen door ieder der partijen uitgebracht, heeft bekomen.
De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen verlaagt vanaf 1 juni 2026 de minimale wekelijkse arbeidsduur van deeltijdse werknemers van 1/3de naar 1/10de.
Dit wil zeggen dat een arbeidsovereenkomst voor deeltijdse arbeid vanaf die datum in beginsel geen wekelijkse arbeidsduur mag hebben die lager ligt dan 1/10de van de voltijdse wekelijkse arbeidsduur.
De mogelijkheid voor de Koning om af te wijken van deze grens van een tiende voor bepaalde bedrijfstakken, bedrijfscategorieën, ondernemingstakken of categorieën van werknemers blijft bestaan.
1. De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen schaft vanaf 1 juni 2026 het verbod op nachtarbeid af en wijzigt bijgevolg de arbeidswet van 16 maart 1971, de wet van 17 maart 1987 betreffende de invoering van nieuwe arbeidsregelingen in de ondernemingen en de regelgeving inzake de uitvoering van bouwwerken (wet van 6 april 1960 en koninklijk besluit van 30 mei 1960).
2. Voor wat de werknemers betreft die vanaf 1 juni 2026 in dienst treden in de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel in de zin van de nieuwe wetgeving, beperkt deze wet het recht op premies en voordelen verbonden aan de uren tussen 20 uur en 6 uur vanaf 1 juni 2026 tot prestaties verricht tussen 23 uur en 6 uur ’s ochtends.
3. Er worden door de wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen ook wijzigingen aangebracht in de procedures tot invoering van nachtarbeid in de onderneming.
Dergelijke nachtarbeid zal kunnen worden ingevoerd door de opname van de desbetreffende prestaties en uurroosters in het arbeidsreglement van de onderneming volgens de normale procedure voor het opstellen en wijzigen van het arbeidsreglement zoals bepaald in de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, alsook, maar enkel voor het uitvoeren van alle logistieke en ondersteunende diensten verbonden aan de elektronische handel van roerende goederen, via een gewone collectieve arbeidsovereenkomst, d.w.z. een collectieve arbeidsovereenkomst gesloten met één enkele representatieve werknemersorganisatie.
Zo’n arbeidsregeling zal kunnen worden ingevoerd hetzij via collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij door gebruik te maken van de normale procedure tot instelling en wijziging van het arbeidsreglement als voorzien in de artikelen 11 en 12 van de wet van 8 april 1965.
Ingeval van invoering via collectieve arbeidsovereenkomst zal deze moeten worden gesloten met alle organisaties die vertegenwoordigd zijn in de vakbondsafvaardiging, behalve in de volgende twee gevallen, waarin zij zal kunnen worden gesloten met het akkoord van één enkele representatieve werknemersorganisatie:
- wanneer de betrokken onderneming behoort tot de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel (zie hierboven);
- wanneer de betrokken onderneming niet behoort tot de distributiesector en de aanverwante sectoren, met inbegrip van de elektronische handel, maar logistieke en ondersteunende diensten verbonden aan de elektronische handel uitvoert.
Vanaf 1 juni 2026 wordt de maximale opzeggingstermijn bij ontslag door de werkgever voor nieuwe arbeidsovereenkomsten begrensd. Voor arbeidsovereenkomsten waarvan de uitvoering aanvangt vanaf 1 juni 2026 bedraagt de opzeggingstermijn voor werknemers met zeventien jaar of meer anciënniteit maximaal 52 weken. Vanaf zeventien jaar anciënniteit wordt de opzeggingstermijn niet langer verder opgebouwd.
De plafonnering geldt enkel voor arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 juni 2026. Voor arbeidsovereenkomsten die al lopen vóór die datum blijven de huidige regels van toepassing.
De bestaande regels over de opzeggingstermijn bij opzegging door de werknemer blijven ongewijzigd.
Vanaf 1 juni 2026 wordt in de regelgeving over uitzendarbeid de verplichting afgeschaft om vóór de eerste indiensttreding een afzonderlijke intentieverklaring op te maken. Daardoor volstaat voortaan de arbeidsovereenkomst voor uitzendarbeid, die nog steeds uiterlijk op het tijdstip waarop de uitzendkracht in dienst treedt schriftelijk moet worden vastgesteld.
Deze wijziging is een administratieve vereenvoudiging. De andere regels over uitzendarbeid (zoals de toegelaten motieven, de maximale duur en de na te leven procedure) blijven van toepassing.
De wet van 18 mei 2026 houdende diverse arbeidsbepalingen voorziet in hoofdstuk 3 dat bonusplannen via toetredingsakte vanaf 1 juni 2026 enkel nog zullen kunnen opgesteld en ingediend worden via de online toepassing www.bonusplannen.be
die de FOD WASO daartoe ter beschikking stelt. Het gaat om een eenvoudig te gebruiken toepassing die vandaag al in 90% van de gevallen wordt gebruikt.
Het indienen van een toetredingsakte opgesteld op papier zal vanaf 01 juni 2026 bijgevolg niet langer mogelijk zijn.
Alle informatie i.v.m. het neerleggen van een bonusplan via toetredingsakte kan u vinden op Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen/ Bonusplannen | Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid - Arbeid en Sociaal Overleg.
Bronnen