• FR
  • NL
  • EN

Wijzigingen aan het Sociaal Strafwetboek

Eind 2025 werden twee wetten gepubliceerd die het Sociaal Strafwetboek wijzigen:

Verhoging van opdeciemen en verzwaring van geldboeten voor inbreuken op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor

De wet van 19 december 2025 betreffende de verhoging van opdecimes en de verzwaring van de geldboete voor inbreuk op het Sociaal Strafwetboek met een verzwarende factor treedt in werking op 1 februari 2026. Hij omvat de volgende bepalingen:

  • De opdeciemen werden verhoogd van 70 naar 90 in de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdeciemen op de strafrechtelijke geldboeten. Deze verhoging betreft zowel de strafrechtelijke als de administratieve geldboeten in het Sociaal Strafwetboek. Dit betekent dat voor misdrijven gepleegd vanaf 1 februari 2026 de bedragen van strafrechtelijke en administratieve geldboeten in het Sociaal Strafwetboek met een factor 10 moeten worden vermenigvuldigd (en niet langer met factor 8) om te weten welke bedragen daadwerkelijk betaald moeten worden.
  • Er wordt een ondergrens ingevoerd voor geldboeten op inbreuken met een verzwarende factor. In het Sociaal Strafwetboek wordt een regel ingevoegd die bepaalt dat bij een inbreuk gepleegd met een verzwarende factor, het bedrag van de strafrechtelijke of administratieve geldboete niet lager mag zijn dan de helft van het maximale bedrag dat voor een sanctie van niveau 4 is voorzien in artikel 101.
    Dit betekent dat wanneer een inbreuk, die strafbaar is met een sanctie van niveau 4, wordt gepleegd met een verzwarende factor, de rechter of de Directie van de administratieve geldboeten rekening moet houden met de aanwezigheid van deze verzwarende factor bij het vaststellen van de geldboete. De opgelegde geldboete moet minstens de helft zijn van het maximale bedrag van de straf van niveau 4.


Versterkt terug naar werk-beleid in geval van arbeidsongeschiktheid

De wet van 19 december 2025, die een versterkt terugkeer-naar-werkbeleid invoert in geval van arbeidsongeschiktheid, voegt in het Sociaal Strafwetboek een nieuw artikel 127/1 toe en wijzigt artikel 127 (om te verwijzen naar het nieuwe artikel 127/1). Ter herinnering, de strafbaarstelling waarin het huidige artikel 127, eerste lid, 1°, van het Sociaal Strafwetboek voorziet, is een bepaling die van toepassing is wanneer geen enkel ander artikel van het Sociaal Strafwetboek het niet naleven van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan, met inbegrip van de Codex over het welzijn op het werk, bestraft.

Artikel 127/1 is erop gericht een werkgever die twintig of meer werknemers tewerkstelt, alsook zijn aangestelde of zijn lasthebber te bestraffen (met een straf van niveau 2) en die niet aan de preventieadviseur-arbeidsarts heeft gevraagd om een re-integratietraject op te starten, uiterlijk zes maanden na de aanvang van de arbeidsongeschiktheid van een werknemer voor wie uit de gemaakte inschatting blijkt dat hij arbeidspotentieel heeft.

De verplichting, waarvan de schending strafbaar zal zijn volgens artikel 127/1, wordt vastgelegd in artikel I.4-73, § 1/1, van de Codex over het welzijn op het werk, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit van 17 december 2025 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid betreft.

De sociale inspecties die verantwoordelijk zijn voor de naleving van de relevante bepalingen werden reeds aangewezen in het koninklijk besluit van 28 augustus 2002 tot aanwijzing van de ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk en de uitvoeringsbesluiten ervan.

Meer informatie over de wijzigingen in de codex welzijn op het werk vindt u in ons nieuwsbericht van 1 januari 2026.


Mots clés

Articles recommandés