
De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting publiceerde op 07/01/2026 de Circulaire 2026/C/11 over de aftrek van de beroepskosten van oplaadbare hybridevoertuigen.
Bespreking van art. 23 tot 29 van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647).
Inhoudstafel
A. Nieuw fiscaal aftrekbaarheidsschema voor oplaadbare hybridevoertuigen
B. Vereenvoudiging van de formule van het aftrekpercentage
C. Aanpassing van de definitie van “valse hybride”
D. Uitsluiting van de aftrekbaarheid van brandstofkosten voor alle voertuigen
E. Aftrekbaarheid van elektriciteitskosten
F. Versnelde uitdoving van de “grandfathering”-clausule
1. De wet van 25.11.2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit (BS 03.12.2021 – Numac: 2021033910) (hierna W 25.11.2021) voerde fiscale en sociale regelingen in om het Belgische wagenpark te vergroenen en zo binnen een bepaalde termijn te voldoen aan bepaalde milieudoelstellingen.
2. In deze wet geeft de maatregel voor de elektrificatie van het Belgische bedrijfswagenpark uitvoering aan een versnelde vergroening van ons bedrijfswagenpark.
De verschillende bepalingen treden in verschillende fasen in werking, van 01.01.2023 tot 01.01.2031, met als centraal principe dat geen aftrek meer mogelijk is voor elk nieuw voertuig dat vanaf 01.01.2026 gekocht, geleased of gehuurd wordt, tenzij dat voertuig geen CO2 uitstoot (1).
(1) Art. 66 en 550 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).
3. Die bepalingen werden besproken in de circulaire 2021/C/115 over de fiscale vergroening van de mobiliteit en geactualiseerd en verduidelijkt in de circulaires 2023/C/99 en 2024/C/50 met FAQ over de fiscale vergroening van de mobiliteit op het vlak van de autofiscaliteit.
4. Op dit moment moet echter worden vastgesteld dat de toegang tot een laadstation alsook de installatie ervan nog niet overal aanwezig is, zeker voor zij die geconfronteerd worden met het probleem van gebouwen met meerdere wooneenheden.
De moeilijkheid om toegang te krijgen tot een oplaadpunt of het intensieve dagelijkse gebruik van de wagen in een professionele activiteit zoals verkoop, bijvoorbeeld, maakt het dagelijkse gebruik van een 100 % elektrische wagen zeer ingewikkeld in het dagelijkse leven van deze werknemers.
Daarom blijft het gebruik van een voertuig dat niet 100 % elektrisch is voor een groot aantal belastingplichtigen die de beroepskosten van hun wagen inbrengen, essentieel.
5. De wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (hierna W 18.12.2025) stelt daarom verschillende bepalingen in ten voordele van oplaadbare hybridevoertuigen.
6. De in deze circulaire besproken wijzigingen, met uitzondering van C. hierna, zijn uitsluitend van toepassing in de personenbelasting (2).
(2) Art. 25, W 18.12.2025.
7. Met uitzondering van de benzine- en dieselkosten (zie D. hierna), zijn de beroepskosten van oplaadbare hybridevoertuigen (3) gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.07.2023 tot en met 31.12.2025, aftrekbaar tot een maximum van 75 % vanaf 2025 (aj. 2026), om dan te verminderen tot 50 % in 2026 (aj. 2027) en tot een maximum van 25 % in 2027 (aj. 2028) (4). Vanaf 2028 (aj. 2029) zijn deze kosten niet meer aftrekbaar.
(3) Onder oplaadbaar hybridevoertuig wordt verstaan het in art. 65, WIB 92 bedoelde voertuig dat zowel is uitgerust met een brandstofmotor als een elektrische batterij die opgeladen kan worden via een aansluiting op een externe energiebron buiten het voertuig.
(4) Art. 550, vierde lid, WIB 92, zoals oorspronkelijk ingevoegd door art. 10, W 25.11.2021.
8. Voortaan, en met de bijkomende uitzondering van de elektriciteitskosten (zie E. hierna) blijft de aftrekbaarheid van beroepskosten mogelijk tot 75 % voor diezelfde oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.07.2023 tot en met 31.12.2025 (5).
(5) Art. 550, vijfde lid, c), WIB 92 zoals ingevoegd door art. 26, W 18.12.2025
9. Op analoge wijze blijft de aftrekbaarheid tot 75 % voor oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd in 2026 en 2027 eveneens mogelijk, maar zal deze verminderen voor deze gekocht, geleased of gehuurd in 2028 en 2029 (6).
Meer specifiek vermindert de aftrekbaarheid:
- tot maximaal 65 % voor deze gekocht, geleased of gehuurd in 2028
- tot maximaal 57,5 % voor deze gekocht, geleased of gehuurd in 2029
- en daalt naar 0 % voor deze gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2030.
(6) Art. 66, § 1/1, tweede lid, WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025 en zoals gewijzigd door art. 23, 3°, 4° en 5°, W 18.12.2025.
Aftrekpercentage hoger dan 75 %
10. Voor oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.07.2023 tot en met 31.12.2027, die maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoten en waarvoor de toepassing van hun respectievelijke formule zou leiden tot een hogere aftrek dan dit maximum van 75 %, mag dit hogere tarief worden toegepast tot een maximum van:
- 100 % indien het een vóór 01.01.2027 aangekocht, geleased of gehuurd voertuig betreft (7)
- 95 % indien het een in 2027 aangekocht, geleased of gehuurd voertuig betreft (8).
(7) Art. 550, vijfde lid, c), WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025 en art. 66, § 1/1, tweede lid, WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025.
(8) Tarief bedoeld in art. 66, § 1, tweede gedachtestreepje, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 4, 1°, W 25.11.2021 en art. 66, §1/1, tweede lid, zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025.
11. Met het oog op administratieve vereenvoudiging bevat de algemene formule van het aftrekpercentage (9) voor oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2026 niet langer een coëfficiënt op basis van het brandstoftype (10).
Ze ziet er voortaan als volgt uit:
120 % - (0,5 % * (aantal)gram CO2 per kilometer)
(9) Formule bedoeld in art. 66, § 1, eerste lid, 2°, WIB 92.
(10) Art. 66, § 1/1, eerste lid, b), WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025.
12. Naar aanleiding van de inwerkingtreding van de Euro 6e-bis norm (11) op 01.01.2025 heeft de wetgever beslist dat voor oplaadbare hybridevoertuigen:
- gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2018
- waarvan de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e-bis norm of een latere norm,
de huidige grens van 50 gram CO2 per kilometer, een van de criteria waarbij een oplaadbaar hybridevoertuig als een “valse hybride” wordt beschouwd, wordt verhoogd naar 75 gram CO2 per kilometer (12).
(11) Zie circulaire 2026/C/10 over het voordeel van alle aard voor het persoonlijk gebruik van een kosteloos ter beschikking gestelde ‘valse hybride’ met een Euro 6e-bis norm.
(12) Art. 550, zesde lid, WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025 en art. 66, § 1/1, derde lid, WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025. Opmerking: art. 23, W 18.12.2025 bevat een typografische fout: in de gepubliceerde tekst staat "Euro 6e1-bis norm", terwijl dit correct "Euro 6e-bis norm" moet zijn. De tekst die op 09.12.2025 werd aangenomen door de commissies en de tekst die op 11.12.2025 door de plenaire vergadering werd aangenomen en ter bekrachtiging aan de Koning werd voorgelegd bevatten wel de juiste benaming (zie parlementaire stukken van de W 18.12.2025, Parl. St. Kamer, DOC 56 0963/30, blz. 9 en 10 en DOC 56 0963/32). De nodige correctie zal op een later moment worden aangebracht.
13. In voorkomend geval, is het in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte (zie B. hiervoor) gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig (13) dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof.
Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.
(13) Zie eveneens voornoemde circulaire 2026/C/10.
14. De benzine- of dieselkosten van oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd van 01.01.2023 tot en met 30.06.2023 blijven aftrekbaar tot maximaal 50 % (14).
(14) Art. 550, zevende lid, WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025.
15. De benzine- of dieselkosten van oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.07.2023 tot en met 31.12.2025 blijven aftrekbaar tot maximaal 50 % (aj. 2026 en 2027), vervolgens tot maximaal 25 % (aj. 2028), en vanaf 2028 (aj. 2029) 0 % (15).
(15) Art. 550, vijfde lid, b), WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025 en zoals opgeheven door art. 11, 4°/1, W 25.11.2021 ingevoegd door art. 27, a), W 18.12.2025.
16. Daarentegen zijn, voor alle voertuigen (ipso facto de oplaadbare hybridevoertuigen), gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2026, de brandstofkosten (benzine, diesel, aardgas,…) niet langer aftrekbaar als beroepskost (16).
(16) Art. 66, § 1/1, eerste lid, WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025.
17. Voorheen aftrekbaar tegen hetzelfde tarief als de andere beroepskosten (zie A. hiervoor), worden de beroepskosten voor het opladen met elektriciteit van oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.07.2023 tot en met 31.12.2025 voor 100 % aftrekbaar (17).
(17) Art. 550, vijfde lid, a), WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025.
18. De aftrek van de kosten voor het opladen met elektriciteit van oplaadbare hybridevoertuigen gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2026 wordt identiek aan de aftrek voor voertuigen zonder CO2-uitstoot (18), zijnde:
- 100 % voor een voertuig gekocht, geleased of gehuurd in 2026
- 95 % voor een voertuig gekocht, geleased of gehuurd in 2027
- 90 % voor een voertuig gekocht, geleased of gehuurd in 2028
- 82,5 % voor een voertuig gekocht, geleased of gehuurd in 2029
- 75 % voor een voertuig gekocht, geleased of gehuurd in 2030
- 67,5 % voor een voertuig dat wordt gekocht, geleased of gehuurd vanaf 01.01.2031.
(18) Art. 66, § 1/1, eerste lid, a), WIB 92 zoals ingevoegd door art. 23, 2°, W 18.12.2025.
19. Voor de voertuigen gekocht, geleased of gehuurd vóór 01.01.2018 (19) liet een “grandfathering”-clausule (de zogenaamde “vrijwaringsclausule”) een minimale aftrek van 75 % toe vanaf 01.01.2026 (20).
(19) Met uitzondering van voertuigen die een uitstoot hebben van 200 gram CO2 per kilometer of meer uitstoten, of deze waarvan geen gegevens met betrekking tot het CO2-uitstootgehalte beschikbaar zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen.
(20) Art. 550, derde lid, WIB 92, zoals oorspronkelijk ingevoegd door art. 10, W 25.11.2021.
20. Vanaf aanslagjaar 2027 wordt het minimum waaronder de aftrek niet mag dalen jaarlijks verminderd met 5 % om tegen aanslagjaar 2031 uit te komen op een minimum van 50 % (21), namelijk:
- minimum 75 % in aanslagjaar 2026
- minimum 70 % in aanslagjaar 2027
- minimum 65 % in aanslagjaar 2028
- minimum 60 % in aanslagjaar 2029
- minimum 55 % in aanslagjaar 2030
- minimum 50 % vanaf aanslagjaar 2031.
(21) Art. 550, derde lid, WIB 92 zoals vervangen door art. 26, W 18.12.2025.
21. Als bijlage aan deze circulaire is een samenvattende tabel van de aftrekpercentages van de beroepskosten opgenomen.
22. Art. 23, 1°, W 18.12.2025 heeft uitwerking vanaf 01.01.2025 en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 01.01.2025.
Art. 23, 2°, W 18.12.2025 treedt in werking op 01.01.2026 en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2027.
Art. 23, 3°, W 18.12.2025 treedt in werking op 01.01.2028.
Art. 23, 4°, W 18.12.2025 treedt in werking op 01.01.2029.
Art. 23, 5°, W 18.12.2025 treedt in werking op 01.01.2030.
23. W 18.12.2025
Art. 23
In artikel 66 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 6 juli 1994 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 november 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, vierde lid, worden de woorden "of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e1-bis norm of een latere norm" ingevoegd tussen de woorden "of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer" en de woorden ", dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte";
2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
"1/1. In afwijking van paragraaf 1, indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, zijn ook de beroepskosten, met uitsluiting van de brandstofkosten, met betrekking tot het gebruik van de bedoelde voertuigen, aftrekbaar tegen de volgende percentages:
a) met betrekking tot elektriciteitskosten: tegen het in paragraaf 1 bedoelde percentage;
b) wat de andere kosten betreft: tegen het percentage bepaald door de volgende formule:
120 pct.. - (0,5 pct. * gram CO2 per kilometer).
Het overeenkomstig het eerste lid, b), vastgestelde percentage mag niet hoger zijn dan 75 pct. indien het een voertuig betreft dat vóór 1 januari 2028 is gekocht, geleased of gehuurd, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan het in paragraaf 1 bedoelde tarief voor voertuigen die geen CO2 uitstoten.
Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is, gekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 januari 2018, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6e1-bis norm of een latere norm, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5.
De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig.";
3° paragraaf 1/1, tweede lid, ingevoegd bij de bepaling onder 2°, wordt vervangen als volgt:
"Het overeenkomstig het eerste lid, b), vastgestelde percentage mag niet hoger zijn dan:
- 75 pct. indien het een voertuig betreft dat vóór 1 januari 2028 is gekocht, geleased of gehuurd, tenzij het voertuig maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan het in paragraaf 1 bedoelde tarief voor voertuigen die geen CO2 uitstoten;
- 65 pct. indien het een voertuig betreft dat in 2028 is gekocht, geleased of gehuurd.";
4° paragraaf 1/1, tweede lid, vervangen bij de bepaling onder 3°, wordt aangevuld met een streepje, luidende:
"- 57,5 pct. indien het een voertuig betreft dat in 2029 is gekocht, geleased of gehuurd.";
5° paragraaf 1/1, tweede lid, vervangen bij de bepaling onder 3° en gewijzigd bij de bepaling onder 4°, wordt aangevuld met een streepje, luidende:
"- 0 pct. indien het een voertuig betreft dat vanaf 1 januari 2030 is gekocht, geleased of gehuurd.".
Art. 24
In artikel 3 van de wet van 25 november 2021 houdende fiscale en sociale vergroening van de mobiliteit worden de bepalingen onder 6°, 7° en 8° vervangen als volgt:
"6° in paragraaf 2 worden de woorden "Paragraaf 1 is niet van toepassing" vervangen door de woorden "De paragrafen 1 en 1/1 en artikel 550 zijn niet van toepassing";
7° in paragraaf 3 worden de woorden "in paragraaf 1" vervangen door de woorden "in de paragrafen 1 en 1/1 en in artikel 550";
8° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
" § 4. In afwijking van de paragrafen 1 en 1/1 en artikel 550 worden de beroepskosten met betrekking tot de verplaatsingen tussen de woonplaats en de plaats van tewerkstelling met een in die bepalingen bedoeld voertuig forfaitair op 0,15 euro per afgelegde kilometer bepaald. Deze afwijking geldt niet voor voertuigen die, overeenkomstig artikel 5, § 1, 3°, van het Wetboek van de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, van de verkeersbelasting zijn vrijgesteld, noch voor voertuigen waarvan de beroepskosten overeenkomstig paragraaf 1 niet aftrekbaar zijn.".
Art. 25
Artikel 5 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 5. Artikel 198bis van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 27 april 2007 en vervangen bij de wet van 25 december 2017, wordt vervangen als volgt:
"De artikelen 66, § 1/1, en 550, derde en vijfde lid, zijn niet van toepassing."
Art. 26
Artikel 10 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 10. In titel X van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 550 ingevoegd, luidende:
"Art. 550. In afwijking van artikel 66, §§ 1 en 1/1, zijn de beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de in artikel 65 bedoelde voertuigen die zijn aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 januari 2026 aftrekbaar tegen een tarief vastgelegd door toepassing van de volgende formule: 120 pct.. - (0,5 pct. * coëfficiënt * aantal gram CO2 per kilometer), waarbij de coëfficiënt wordt vastgesteld op 1 voor voertuigen met enkel een dieselmotor en op 0,95 voor andere voertuigen. Wanneer het voertuig is uitgerust met een aardgasmotor en een belastbaar vermogen heeft van minder dan 12 fiscale paardenkracht wordt de coëfficiënt verder verlaagd tot 0,90. Het tarief wordt afgerond tot het hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt.
Voor de voertuigen aangekocht, geleased of gehuurd vóór 1 juli 2023 kan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief niet lager zijn dan 50 pct., tenzij het een voertuig met een CO2-uitstoot van 200 gram per kilometer of meer betreft of een voertuig waarvan geen gegevens met betrekking tot het CO2-uitstootgehalte beschikbaar zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen, in welk geval het tarief 40 pct. bedraagt, noch hoger zijn dan 100 pct.
In afwijking van het tweede lid, bedraagt het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief voor de gedane of gedragen beroepskosten met betrekking tot het gebruik van vóór 1 januari 2018 aangekochte, geleasede of gehuurde voertuigen:
- minimum 75 pct. in aanslagjaar 2026;
- minimum 70 pct. in aanslagjaar 2027;
- minimum 65 pct. in aanslagjaar 2028;
- minimum 60 pct. in aanslagjaar 2029;
- minimum 55 pct. in aanslagjaar 2030;
- minimum 50 pct. vanaf aanslagjaar 2031.
Voor de voertuigen aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025 kan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde tarief niet hoger zijn dan 50 pct., tenzij het een voertuig betreft dat geen CO2 uitstoot, en bedraagt het tarief 0 pct. indien geen gegevens met betrekking tot het CO2-uitstootgehalte beschikbaar zijn bij de Dienst voor Inschrijvingen van Voertuigen.
In afwijking van het eerste en vierde lid, indien het een in artikel 36, § 2, tiende lid, bedoeld oplaadbaar hybridevoertuig betreft dat is aangekocht, geleased of gehuurd vanaf 1 juli 2023 tot en met 31 december 2025, zijn de beroepskosten met betrekking tot het gebruik van de bedoelde voertuigen, aftrekbaar tegen de volgende percentages:
a) met betrekking tot elektriciteitskosten: 100 pct.;
b) wat de benzine- of dieselkosten betreft: tegen het overeenkomstig het vierde lid vastgestelde percentage;
c) wat de andere kosten betreft: tegen het percentage bepaald overeenkomstig de in het eerste lid bedoelde formule. Dit percentage mag niet hoger zijn dan 75 pct., tenzij het voertuig maximum 50 gram CO2 per kilometer uitstoot. In dat laatste geval mag het vastgestelde percentage niet hoger zijn dan 100 pct.
Indien het in artikel 65 bedoelde voertuig een oplaadbaar hybridevoertuig is als bedoeld in artikel 36, § 2, tiende lid, dat uitgerust is met een elektrische batterij die een energiecapaciteit heeft van minder dan 0,5 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht of een uitstoot heeft van meer dan 50 gram CO2 per kilometer of 75 gram indien de uitstoot berekend is volgens de Euro 6 e-bis norm of een latere norm, dan is het in het eerste lid bedoelde in aanmerking te nemen CO2-uitstootgehalte gelijk aan dit van het overeenstemmende voertuig dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof. Indien er geen overeenstemmend voertuig bestaat dat uitsluitend voorzien is van een motor die gebruik maakt van dezelfde brandstof, wordt de uitstootwaarde vermenigvuldigd met 2,5. Voor de berekening van de energiecapaciteit, wordt het verkregen resultaat afgerond tot het hogere of lagere tiende, naargelang het cijfer van de honderdsten al dan niet 5 bereikt.
Het in het eerste lid vastgestelde tarief kan niet hoger zijn dan 50 pct. voor wat betreft de benzine- of dieselkosten met betrekking tot het gebruik van een vanaf 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 aangekocht, geleased of gehuurd oplaadbaar hybridevoertuig.
In afwijking van het eerste lid en van artikel 66, §§ 1 en 1/1, zijn de minderwaarden met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde voertuigen als beroepskosten aftrekbaar tot de in procenten uitgedrukte verhouding tussen de som van de vóór de verkoop fiscaal aangenomen afschrijvingen, voor elk belastbaar tijdperk beperkt tot 100 pct., en de som van de geboekte afschrijvingen voor de overeenstemmende belastbare tijdperken.
De Koning bepaalt wat moet worden verstaan onder overeenstemmend voertuig.
De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het eerste lid bedoelde coëfficiënt van toepassing voor voertuigen uitgerust met een aardgasmotor en met een belastbaar vermogen van minder dan 12 fiscale paardenkracht verlagen tot minimum 0,75, en de in het zesde lid bedoelde minimale energiecapaciteit verhogen tot maximaal 2,1 kWh per 100 kilogram van het wagengewicht.
Het zesde lid is niet van toepassing voor de hybridevoertuigen die worden aangekocht vóór 1 januari 2018.".".
Art. 27
In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) een bepaling onder 4° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"4° /1 in het vroegere vijfde lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "In afwijking van het eerste en vierde lid" vervangen door de woorden "In afwijking van het eerste lid", en wordt de bepaling onder b) opgeheven;";
b) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° in het vroegere tiende en elfde lid, die het achtste en negende lid worden, worden de woorden "zesde lid" telkens vervangen door de woorden "vierde lid".".
Art. 28
In artikel 12, twaalfde lid, van dezelfde wet, worden de woorden "Artikel 11, 1° tot 3° en 5° " vervangen door de woorden "Artikel 11, 1° tot 3°, 4° /1 en 5° ".
Art. 29
De artikelen 22 en 23, 1°, hebben uitwerking vanaf 1 januari 2025 en zijn van toepassing vanaf het aanslagjaar 2026 verbonden aan een belastbaar tijdperk dat ten vroegste aanvangt op 1 januari 2025.
Artikel 23, 2°, treedt in werking op 1 januari 2026 en is van toepassing vanaf het aanslagjaar 2027.
Artikel 23, 3°, treedt in werking op 1 januari 2028.
Artikel 23, 4°, treedt in werking op 1 januari 2029.
Artikel 23, 5°, treedt in werking op 1 januari 2030.
Interne ref.: 745.792
Titel : Circulaire 2026/C/11 over de aftrek van de beroepskosten van oplaadbare hybridevoertuigen
Samenvatting : Bespreking van art. 23 tot 29 van de wet van 18.12.2025 houdende diverse bepalingen (BS 30.12.2025 – Numac: 2025009647).
Trefwoorden :voertuigpersonenbelastingberoepskostenbelasting van niet-inwonershybride voertuig
Datum van het document : 07/01/2026
Datum Fisconetplus : 07/01/2026