• FR
  • NL
  • EN

Circulaire 2026/C/14 met betrekking tot wijzigingen aangebracht aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge van toepassing op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

De Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde publiceerde op 13/01/2026 de Circulaire 2026/C/14 met betrekking tot wijzigingen aangebracht aan de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge van toepassing op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

Eerste commentaar met betrekking tot de wet van 19.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de plaats van sommige diensten en betreffende de winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.


Inhoudstafel

1. Inleiding

2. Wet van 19.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de plaats van sommige diensten en betreffende de winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.1. Omzetting van Europese richtlijnen en verordeningen

2.2. Bijzondere winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.2.1. Wettelijke bepalingen

2.2.2. Commentaar

2.3. Toepassing van het verlaagd tarief op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.3.1. Wettelijke bepalingen

2.3.2. Commentaar

2.4. Datum van inwerkingtreding

2.4.1. Wettelijke bepaling

2.4.2. Commentaar

2.5. Opheffingsbepaling

1. Inleiding

Deze circulaire becommentarieert (gedeeltelijk) de wet van 19.12.2025 tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betreffende de plaats van sommige diensten en betreffende de winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten (B.S. 31.12.2025) (hierna “de wet van 19.12.2025").

De in de wet van 19.12.2025 opgenomen wijzigingen die betrekking hebben op de regels inzake de plaats van de dienst met betrekking tot de toegang tot culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, educatieve, vermakelijkheids- of soortgelijke evenementen, zoals beurzen en tentoonstellingen, en met de toegangsverlening samenhangende diensten (artikel 3 van de wet) en de plaats van de dienst voor streamingdiensten (artikel 4 van de wet) worden toegelicht in een afzonderlijke circulaire (circulaire 2026/C/16).

De overige artikelen van de wet van 19.12.2025 - die in het bijzonder betrekking hebben op de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten bedoeld in artikel 58, § 4, van het Btw-Wetboek - worden toegelicht middels onderhavige circulaire.

2. Wijziging van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge van toepassing op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.1. Omzetting van Europese richtlijnen en verordeningen

De wet van 19.12.2025 voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG en (EU) 2020/285 wat de btw-tarieven betreft, overeenkomstig artikel 3, lid 1, eerste alinea, van die richtlijn en van artikel 98, lid 1, juncto punt 26) van bijlage III van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij artikel 1, punten 6) en 23), van Richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022.

2.2. Bijzondere winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.2.1. Wettelijke bepalingen

Artikel 5 van de wet van 19.12.2025 bepaalt:

Artikel 58, § 4, 4°, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 23 december 1994 en bekrachtigd bij de wet van 15 oktober 1998, wordt vervangen als volgt:

indien geen verlaagd tarief is toegepast op de betrokken kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die aan een belastingplichtige wederverkoper worden geleverd of door hem worden ingevoerd, kunnen belastingplichtige wederverkopers kiezen voor de toepassing van de bijzondere regeling op leveringen:

a) van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die zij zelf hebben ingevoerd;

b) van kunstvoorwerpen die aan hen zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden;

c) van kunstvoorwerpen die aan hen zijn geleverd door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper..

2.2.2. Commentaar

Deze wijziging beperkt de mogelijkheden om de bijzondere regeling voor de winstmarge toe te passen voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten en houdt rechtstreeks verband met de mogelijkheden van lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor dergelijke goederen.

Tot 31.12.2024 konden lidstaten op grond van de toenmalige versie van artikel 103 van Richtlijn 2006/112/EG, een verlaagd btw-tarief toepassen op de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

Enkel wanneer zij van die mogelijkheid gebruik maakten, konden ze eveneens een verlaagd btw-tarief toepassen op:

- de leveringen van kunstvoorwerpen die door de maker of diens rechthebbenden worden verricht;

- de leveringen van kunstvoorwerpen die incidenteel worden verricht door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper wanneer de kunstvoorwerpen door deze belastingplichtige zelf zijn ingevoerd of hem zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden, of te zijnen gunste het recht op volledige aftrek van de btw hebben doen ontstaan.

België heeft van die mogelijkheid gebruik gemaakt (rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20).

Overeenkomstig artikel 316 van Richtlijn 2006/112/EG in de versie zoals van kracht tot 31.12.2024 (omgezet in artikel 58, § 4, 4°, van het Btw-Wetboek) hadden belastingplichtige wederverkopers het recht te kiezen voor de toepassing van de winstmargeregeling op de leveringen van de volgende goederen:

- kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die zij zelf hebben ingevoerd;

- kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door de maker of diens rechthebbenden;

- kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper, wanneer die levering aan het verlaagde tarief onderworpen is uit hoofde van artikel 103 van Richtlijn 2006/112/EG, die van toepassing was tot en met 31.12.2024.

Deze bepaling maakte aldus een optionele uitbreiding mogelijk van het toepassingsgebied van de bijzondere regeling, waarbij belastingplichtige wederverkopers de mogelijkheid kregen om toch de bijzondere regeling voor belastingheffing over de winstmarge toe te passen voor goederen die werden verkregen met toepassing van het verlaagd btw-tarief.

De nieuwe regeling herdefinieert het verband tussen de toepassing van het verlaagd btw-tarief, enerzijds, en de toepassing van de winstmargeregeling op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, anderzijds.

De nieuwe regeling houdt vooreerst een grotere flexibiliteit in voor de lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

Richtlijn 2022/542 incorporeert de mogelijkheid voor lidstaten om een verlaagd btw-tarief toe te passen voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten in punt 26, nieuw, van de bijlage III van Richtlijn 2006/112/EG, waarbij de vroegere beperkingen van de bevoegdheden van de lidstaten ter zake worden opgeheven (artikel 103 van Richtlijn 2006/112/EG).

Daarnaast voorziet artikel 94, lid 3, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG inzake kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten in een afwijking van het principe dat leveringen van goederen en invoer van dezelfde goederen aan hetzelfde btw-tarief onderworpen zijn. Lidstaten die een normaal tarief toepassen op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zullen namelijk toch een verlaagd btw-tarief van minimaal 5 % mogen toepassen op de invoer van deze goederen (maar niet omgekeerd).

Vervolgens laat artikel 316, lid 1, nieuw, van Richtlijn 2006/112/EG nog steeds toe dat belastingplichtige wederverkopers kunnen kiezen voor toepassing van de winstmargeregeling op de volgende goederen:

- kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die zij zelf hebben ingevoerd;

- kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door de maker of diens rechthebbenden;

- kunstvoorwerpen die aan hen geleverd zijn door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper.

Anderzijds wordt de optie om op de voormelde goederen de winstmargeregeling toe te passen voortaan enkel nog toegelaten wanneer er geen verlaagd btw-tarief werd toegepast op de aan de wederverkoper geleverde of door de wederverkoper ingevoerde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

Die wijziging in de toepassingsvoorwaarden van de winstmargeregeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, is omgezet in artikel 58, § 4, 4°, eerste lid, van het Btw-Wetboek.

Op grond van artikel 58, § 4, 4°, eerste lid (nieuw), van het Btw-Wetboek kunnen belastingplichtige wederverkopers kiezen voor de toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor de door hen verrichte leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, indien geen verlaagd tarief is toegepast op de betrokken voorwerpen en voor zover:

a) zij die voorwerpen zelf hebben ingevoerd;

b) die voorwerpen aan hen zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden;

c) die voorwerpen aan hen zijn geleverd door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper.

De invoering van de onmogelijkheid voor belastingplichtige wederverkopers om het materiële toepassingsgebied van de bijzondere regeling uit te breiden wanneer de voormelde goederen werden ingevoerd of aangekocht met toepassing van het verlaagd btw-tarief, is ingegeven door overwegingen van concurrentieverstoring.

Zonder deze beperking (zoals onder de oude regeling) kunnen belastingplichtige wederverkopers in lidstaten die een verlaagd btw-tarief toepassen op de kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die goederen immers aankopen met een verlaagd btw-tarief en vervolgens hierop bij wederverkoop de winstmargeregeling toepassen.

Onder de oude regeling werd, bij levering naar andere lidstaten, die levering definitief belast in de lidstaat van vertrek van de goederen onder de winstmargeregeling. De intracommunautaire verwerving van die goederen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen is dienvolgens niet aan de btw onderworpen. Ook bij verkoop aan particulieren met vervoer van de goederen door of voor rekening van de verkoper is dat het geval omdat de bijzondere plaatsbepalingsregels voor afstandsverkopen voor dergelijke goederen niet van toepassing zijn wanneer de winstmargeregeling wordt toegepast.

In lidstaten waar belastingplichtige wederverkopers kunstvoorwerpen kunnen invoeren of aankopen aan een verlaagd btw-tarief om vervolgens bij wederverkoop die goederen te verkopen onder de winstmargeregeling, hebben ze een concurrentieverstorend voordeel ten overstaan van grensoverschrijdende leveringen van dergelijke goederen naar lidstaten die op dergelijke goederen geen verlaagd btw-tarief toepassen.

Om die reden wordt onder de nieuwe regeling de mogelijkheid om de winstmargeregeling toe te passen voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten dus onmogelijk gemaakt als die goederen door de belastingplichtige wederverkoper werden aangekocht met toepassing van een verlaagd btw-tarief.

Belastingplichtige wederverkopers van dergelijke goederen zullen die goederen dus voortaan nog desgevallend met een verlaagd btw-tarief kunnen aankopen, maar wanneer ze dergelijke goederen leveren aan belastingplichtigen in andere lidstaten, zullen ze de normale regels van belastingheffing moeten volgen. Dat betekent dat, bij de levering van dergelijke voorwerpen naar andere lidstaten, die goederen in de lidstaat van aanvang of verzending van het vervoer voortaan het voorwerp uitmaken van een vrijgestelde intracommunautaire levering en van een belaste intracommunautaire verwerving van die goederen in de lidstaat van aankomst van de verzending of het vervoer van de goederen, waarop het aldaar geldende btw-tarief van toepassing zal zijn.

Op die manier zal derhalve het tarief van toepassing zijn dat voor die goederen geldt in de lidstaat van bestemming van de goederen.

De toepassing van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge voor de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten moet daarentegen niet worden uitgesloten wanneer die goederen werden ingevoerd of aangekocht met toepassing van het normale btw-tarief.

Goederen in voorraad op het moment van de inwerkingtreding van de wet van 19.12.2025.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van de wet van 19.12.2025 kunnen kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, die door een belastingplichtige wederverkoper werden of worden aangekocht (ongeacht het een binnenlandse levering, invoer of intracommunautaire verwerving betreft) tegen een verlaagd tarief, door hem niet langer worden verkocht onder de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge. Ze moeten derhalve worden onderworpen aan de normale regeling van belastingheffing, met toepassing van het verlaagd btw-tarief van 6 % op de volledige maatstaf van heffing van de doorverkoop. De toepasselijke btw-behandeling wordt immers bepaald op het moment waarop de belasting opeisbaar wordt op de wederverkoop, overeenkomstig de artikelen 16 en 17 van het Btw-Wetboek.

Het is dus mogelijk dat bepaalde goederen die vóór de inwerkingtreding van de wet zijn verworven of ingevoerd tegen een verlaagd tarief (in casu 6 %), op het moment van de inwerkingtreding van de wet nog niet zijn verkocht. Deze goederen moeten dan worden verkocht onder het normale btw-regime.

Bijvoorbeeld:

- kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die zijn aangekocht tegen het verlaagde tarief, mogen bij veilingen niet worden doorverkocht onder de winstmargeregeling, maar moeten worden verkocht onder de normale belastingregeling tegen het verlaagde tarief van 6 % op de totale verkoopprijs van deze kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten;

- wanneer kunstwerken zonder btw werden aangekocht bij een particulier in Frankrijk, zal die belastingplichtige wederverkoper bij wederverkoop onder de winstmargeregeling, het verlaagd btw-tarief van 6 % niet kunnen toepassen. Wanneer kunstwerken zonder btw werden aangekocht in Frankrijk (waar momenteel het verlaagde btw-tarief voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten 5,5 % bedraagt) bij een wederverkoper die de winstmargeregeling niet toepast, maar die een vrijgestelde intracommunautaire levering verricht in Frankrijk, wordt de intracommunautaire verwerving in België belast tegen het tarief van 6 %. Bijgevolg is de winstmargeregeling niet langer van toepassing in België en moeten deze kunstwerken worden doorverkocht onder de normale belastingregeling tegen het btw-tarief van 6 % op de totale verkoopprijs. Indien de goederen in Frankrijk zijn aangekocht tegen het verlaagde btw-tarief van 5,5 %, zullen zij in België eveneens worden doorverkocht onder de normale belastingregeling tegen het btw-tarief van 6 % op de totale verkoopprijs;

- de belastingplichtige wederverkoper van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die gespecialiseerd is in verkopen op veilingen, mag deze voorwerpen ook doorverkopen aan andere belastingplichtige wederverkopers onder de winstmargeregeling, maar uitsluitend indien hij deze voorwerpen niet heeft aangekocht tegen het verlaagde btw-tarief van 6 %. Zodra deze voorwerpen in België zijn aangekocht, ingevoerd of het voorwerp uitmaken van intracommunautaire verwervingen tegen het verlaagde tarief van 6 %, moeten zij worden doorverkocht onder de normale belastingregeling tegen het tarief van 6 % op de totale verkoopprijs. De belastingplichtige wederverkopers kunnen de betrokken goederen nog steeds onderwerpen aan de winstmargeregeling wanneer deze goederen zijn ingevoerd of aangekocht met toepassing van het normale btw-tarief.

Wat betreft het recht op aftrek van de btw geheven van de aankoop of invoer van deze goederen, moest dit in principe onmiddellijk worden uitgeoefend, dat wil zeggen in hetzelfde tijdvak als dat waarin het recht is ontstaan.

Overeenkomstig artikel 4, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 3, kan het recht op aftrek, wanneer de formaliteiten waaraan de uitoefening van het recht is onderworpen niet tijdig worden vervuld, evenwel worden uitgeoefend in de aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin de formaliteiten worden vervuld, of in een aangifte betreffende een volgend tijdvak, ingediend vóór het verstrijken van het derde kalenderjaar volgend op dat waarin de af te trekken belasting opeisbaar is geworden.

Deze vervaltermijn beperkt de mogelijkheid in de tijd van de belastingplichtige om zijn recht op aftrek van de voorbelasting uit te oefenen. In lijn met de Europese rechtspraak verliest de belastingplichtige bijgevolg onherroepelijk zijn recht op aftrek van de voorbelasting als hij het niet heeft uitgeoefend binnen de vervaltermijn. Deze termijn is, aangezien het gaat om een vervaltermijn, niet vatbaar voor stuiting of schorsing.

Rekening houdend met de vertraging bij de omzetting van richtlijn (EU) 2022/542 van de Raad van 05.04.2022, zal de administratie echter aanvaarden dat de belastingplichtige wederverkoper voor goederen die in 2022 zijn verworven of ingevoerd, zijn recht op aftrek nog kan uitoefenen in een aangifte die wordt ingediend na de inwerkingtreding van de wet, maar uiterlijk vóór het einde van 2026, mits hij die goederen aan de normale regeling van belastingheffing onderwerpt. Uiteraard moet de belastingplichtige wederverkoper op basis van bewijsstukken kunnen aantonen dat deze goederen daadwerkelijk vanaf 2022 zijn verworven of ingevoerd.

2.3. Toepassing van het verlaagd tarief op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

2.3.1. Wettelijke bepalingen

Artikel 6 van de wet van 19.12.2025 bepaalt:

In rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 december 1994, wordt paragraaf 1 vervangen, als volgt:

§ 1. Het verlaagd tarief is van toepassing op de levering van de in paragraaf 2 bedoelde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.

In afwijking van het eerste lid is het verlaagd tarief niet van toepassing op de levering van de in paragraaf 2, bedoelde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten waarop de in artikel 58, § 4, van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling wordt toegepast.”.'

2.3.2. Commentaar

De lidstaten zijn krachtens artikel 98, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG, in combinatie met punt 26) van bijlage III van dezelfde richtlijn, vrij om een verlaagd btw-tarief van minimaal 5 % toe te passen op de levering van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die zijn opgesomd in bijlage IX, delen A, B en C van die richtlijn (wanneer die levering niet wordt onderworpen aan de winstmargeregeling).

Vóór de inwerkingtreding van Richtlijn 2022/542 stond Richtlijn 2006/112/EG de toepassing van een verlaagd tarief op dergelijke goederen maar toe binnen een strikter kader. Lidstaten konden toen een verlaagd btw-tarief toepassen op sommige van deze goederen, maar alleen binnen de in artikel 103 van Richtlijn 2006/112/EG, die van toepassing was tot en met 31.12. 2024, vastgelegde contouren. Zo konden de lidstaten:

- bepalen dat het verlaagd tarief, of één van de verlaagde tarieven, die zij toepassen overeenkomstig de artikelen 98 en 99, ook van toepassing was op de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten;

- wanneer zij van deze mogelijkheid gebruik maakten, ook het verlaagde tarief toepassen op de levering van kunstvoorwerpen door hun maker of een rechthebbende van de maker en op de levering van kunstvoorwerpen die incidenteel worden verricht door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper (in het kader van de winstmargeregeling) wanneer die kunstvoorwerpen door die belastingplichtige zelf zijn ingevoerd of hem zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden of wanneer ze te zijnen gunste het recht op volledige aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde hebben doen ontstaan.

Die mogelijkheden werden omgezet in rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij koninklijk besluit nr. 20, dat voorziet in de toepassing van het btw-tarief van 6 % voor:

- de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten, zoals gedefinieerd in § 2 van die rubriek;

- de levering van kunstvoorwerpen, gedefinieerd in § 2, 1°, van die rubriek, die worden verricht door hun maker of een rechthebbende van de maker of die incidenteel worden verricht door een andere belastingplichtige dan een belastingplichtige wederverkoper wanneer die kunstvoorwerpen door die belastingplichtige zelf zijn ingevoerd of hem zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden of wanneer ze te zijnen gunste het recht op volledige aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde hebben doen ontstaan;

- de intracommunautaire verwervingen van dezelfde kunstvoorwerpen, wanneer de verkoper in de lidstaat van vertrek van de verzending of het vervoer van de verworven goederen de maker is of een rechthebbende van de maker dan wel een andere belastingplichtige is dan een belastingplichtige wederverkoper, die incidenteel handelt, wanneer die kunstvoorwerpen door die belastingplichtige zelf zijn ingevoerd of hem zijn geleverd door de maker of diens rechthebbenden of wanneer ze te zijnen gunste het recht op volledige aftrek van de belasting over de toegevoegde waarde hebben doen ontstaan.

Rekening houdend met het bovenstaande is besloten om het verlaagd btw-tarief van 6 % toe te passen voor de leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zoals bedoeld in § 2 van rubriek XXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20. Paragraaf 1 van die rubriek wordt dus vervangen en heeft voortaan betrekking op alle leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zoals bedoeld in § 2. Het verlaagd btw-tarief is ook van toepassing op de intracommunautaire verwervingen en de invoer van dergelijke goederen in België, overeenkomstig artikel 38bis van het Btw-Wetboek.

De enige verplichte beperking op de toepassing van dit verlaagd tarief vloeit rechtstreeks voort uit artikel 98bis van Richtlijn 2006/112/EG, dat bepaalt dat 'De in artikel 98, leden 1 en 2, bedoelde verlaagde tarieven en vrijstellingen […] niet van toepassing [zijn] op leveringen van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten waarop de bijzondere regelingen van titel XII, hoofdstuk 4, worden toegepast' (winstmargeregeling).

Bijgevolg bepaalt rubriek XXI, § 1, tweede lid, van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 dat 'In afwijking van het eerste lid […] het verlaagd tarief niet van toepassing [is] op de levering van de in paragraaf 2, bedoelde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten waarop in artikel 58, § 4, van het Wetboek bedoelde bijzondere regeling wordt toegepast.'

Concreet houdt dit in dat belastingplichtige wederverkopers die dergelijke goederen aangekocht of ingevoerd hebben met toepassing van het verlaagde tarief van 6 % (wat de algemene regel wordt) de winstmargeregeling niet meer kunnen toepassen bij de wederverkoop van die goederen. Ze zullen evenwel enerzijds die voorbelasting kunnen aftrekken en anderzijds ook het verlaagd tarief van 6 % kunnen toepassen bij de wederverkoop (onder de normale btw-regeling).

Bij aankoop van een dergelijk goed zonder toepassing van btw (bijvoorbeeld in het geval van verkoop door een particulier), zullen die belastingplichtige wederverkopers, als ze besluiten om de winstmargeregeling toe te passen, het verlaagd btw-tarief van 6 % niet kunnen toepassen (op de winstmarge) bij die wederverkoop.

2.4. Datum van inwerkingtreding

2.4.1. Wettelijke bepaling

Artikel 7 van de wet van 19.12.2025 bepaalt:

Deze wet treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

2.4.2. Commentaar

De wet van 19.12.2025 treedt in werking op de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt, met name op 31.12.2025.

2.5. Opheffingsbepaling

Elke commentaar (bepalingen in circulaires, beslissingen, antwoorden op parlementaire vragen…) die strijdig is met de in deze circulaire opgenomen bepalingen worden opgeheven met ingang van de datum van inwerkingtreding van de wet van 19.12.2025.

Interne ref.: 142.763


Mots clés