
Soms leert een slechte belasting ons meer over menselijk gedrag dan een goede. Die gedachte kwam bij mij op na het lezen van een interview met een huisarts in Knack . Hij zag de mentaliteit rond ziekte en arbeidsongeschiktheid grondig veranderen. Die week alleen al schreef hij 35 attesten uit. Sommige werknemers beschikken tegenwoordig over voldoende flexibiliteit om een ziekteperiode strategisch te laten samenvallen met een verlengd weekend.
Dat is op zich geen bijzonder originele vaststelling. Wat mij trof, was zijn verklaring. In de jaren tachtig en negentig, zo stelde hij, verdienden veel werknemers nog een deel van hun inkomen in het zwart. Wie ziek thuisbleef, verloor dat inkomen onmiddellijk. Vandaag wordt een korte afwezigheid doorgaans volledig vergoed. De financiële kostprijs van thuisblijven is voor velen verdwenen.
Dit is geen pleidooi voor zwarte lonen. Belastingen beïnvloeden gedrag. Dat inzicht staat haaks op een van de grote idealen van de moderne fiscaliteit: neutraliteit. De blauwdruk voor een belastinghervorming van de vorige regering vertrekt vanuit dat principe. Een belastingstelsel moet zo neutraal mogelijk zijn. Vergelijkbare situaties moeten vergelijkbaar worden belast. Burgers mogen hun economische keuzes niet laten bepalen door fiscale kronkels, uitzonderingen of artificiële constructies. Maar neutraliteit mag niet verward worden met afwezigheid van gedragssturing. Wie denkt dat belastingen enkel dienen om inkomsten op te halen, onderschat hun maatschappelijke impact. Elke belasting creëert prikkels en beïnvloedt keuzes.
Gedragseconomen spreken over een nudge: een subtiele aanpassing van de omgeving die mensen in een bepaalde richting duwt zonder hun keuzevrijheid weg te nemen. Mensen nemen bijvoorbeeld vaker de trap, niet omdat ze daartoe verplicht worden, maar omdat de omgeving anders wordt ingericht. Ook belastingen zijn een vorm van architectuur. Het bewijs vinden we in onze politieke geschiedenis. Tot 1893 kende België het cijnskiesrecht. Stemrecht was voorbehouden aan burgers die voldoende belastingen betaalden. Het systeem was ondemocratisch en bevoordeelde een kleine elite. Maar het had een fascinerend neveneffect. Omdat politieke invloed gekoppeld was aan belastingbetaling, ontstond voor sommige burgers een prikkel om hun inkomen of vermogen hoger voor te stellen dan het was. Zij wilden de vereiste belastingdrempel halen om stemgerechtigd te worden.
Vandaag besteedt de overheid enorme middelen aan controles, sancties en procedures om belastingplichtigen ervan te overtuigen hun inkomen correct aan te geven. In de negentiende eeuw waren er burgers die méér belastingen wilden betalen, omdat de fiscale prikkel verbonden was aan iets wat zij waardevol vonden. Dat is precies wat de huisarts uit Knack onbewust beschreef. De vraag is niet alleen hoeveel belasting iemand betaalt. De vraag is welke gedragingen een systeem beloont, ontmoedigt of mogelijk maakt.
Het fiscale debat gaat meestal over tarieven , grondslagen, vrijstellingen en budgettaire opbrengsten. Maar mensen reageren op prikkels, verwachtingen en sociale normen. Daarom vermoed ik dat in de fiscale rechtshandhaving nog veel winst te boeken valt met inzichten uit de gedragseconomie.
Niet door hogere sancties of meer controles, maar door beter te begrijpen hoe mensen werkelijk beslissingen nemen. Hoe creëer je spontane naleving? Hoe versterk je het gevoel dat belastingen billijk zijn? Hoe maak je correct gedrag de gemakkelijkste keuze?
Dat zijn geen filosofische vragen. Ze bepalen hoeveel belastingen worden betaald en hoeveel de overheid moet investeren in handhaving. Nogmaals: ik pleit niet voor zwarte lonen. Evenmin voor een terugkeer naar het cijnskiesrecht. Maar soms leren slechte systemen ons iets wat goede systemen dreigen te vergeten. Dat belastingen niet alleen geld ophalen. Ze vormen ook gedrag.
Column J. Tuerlinckx – Trends 11/06/2026